Artikel 226 Gemeentewet
Lid 1
Ter zake van het houden van een hond kan van de houder een hondenbelasting worden geheven.
Lid 2
De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.
Lid 3
Voor de toepassing van het eerste lid wordt het houden van een hond door een lid van een huishouden aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 226 Gemw is sinds 2005 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2016:1035 — 03-06-2016 Hoge Raad
Art. 226 Gemeentewet. Hondenbelasting. Het houden van een hond is niet naar zijn aard enkel voorbehouden aan natuurlijke personen. Art. 8:75 Awb. Art. 1, letter a, Bpb. Proceshandelingen namens een BV verricht door belanghebbende zelf. Geen door een derde verleende… - ECLI:NL:GHSHE:2025:1165 — 23-04-2025 Hof 's-Hertogenbosch
Het Delegatie- en mandaatbesluit BsGW, waarin de bevoegdheid tot het heffen van forensenbelasting aan het dagelijks bestuur van BsGW is overgedragen, is bekend gemaakt en in werking getreden na het opleggen van de aanslag forensenbelasting en het doen van uitspraak op bezwaar.… - ECLI:NL:GHARL:2019:8861 — 22-10-2019 Hof Arnhem-Leeuwarden
Overtreding artikel 2.53 APV Groningen 2009. Hondenaanlijnplicht. APV kan worden getoetst aan Grondwet. Artikel 2.53 APV Groningen 2009 komt niet in strijd met artikel 1 Grondwet of in internationale verdragen neergelegde gelijkheidsbeginsel. APV-bepaling verbindend. - ECLI:NL:GHDHA:2015:2613 — 07-09-2015 Hof Den Haag
In geschil is of de heffingsambtenaar de onder 3.4 vermelde aanslag (Hondenbelasting) terecht aan belanghebbende heeft opgelegd. - ECLI:NL:RBROT:2015:3496 — 13-03-2015 Rb. Rotterdam
Hondenbelasting; een B.V. kan niet de feitelijke macht over een hond uitoefenen en een hond verzorgen.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.