Artikel 2 Verordening Europese betalingsbevelprocedure (1896/2006)

Werkingssfeer

1.

Deze verordening is, in grensoverschrijdende zaken, van toepassing in burgerlijke en handelszaken, ongeacht de aard van het gerecht. Zij heeft in het bijzonder geen betrekking op fiscale zaken, douanezaken en bestuursrechtelijke zaken, of op de aansprakelijkheid van de staat wegens handelingen of omissies bij de uitoefening van het staatsgezag („acta jure imperii”).

2.

Deze verordening is niet van toepassing op:

a) 

de goederenrechtelijke gevolgen van huwelijken en soortgelijke relaties, testamenten en erfenissen;

b) 

faillissement, surséance van betaling, procedures ter ontbinding van insolvente vennootschappen of andere rechtspersonen, gerechtelijke of faillissementsakkoorden en andere soortgelijke procedures;

c) 

sociale zekerheid;

d) 

vorderingen uit niet-contractuele verbintenissen, tenzij:

i) 

zij voorwerp zijn van een overeenkomst tussen de partijen of er een schuldbekentenis is;

of

ii) 

zij betrekking hebben op vaststaande schulden uit hoofde van gemeenschappelijke eigendom van goederen.

3.

Voor de toepassing van deze verordening wordt onder „lidstaat” verstaan iedere lidstaat, behalve Denemarken.

Geconsolideerde tekst van 01-05-2025 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.