Artikel 11 Verordening Europese betalingsbevelprocedure (1896/2006)

Afwijzing van het verzoek

1.

Het gerecht wijst het verzoek af indien:

a) 

de in de artikelen 2, 3, 4, 6 en 7 gestelde eisen niet vervuld zijn;

of

b) 

de vordering kennelijk ongegrond is;

of

c) 

de eiser zijn antwoord niet toezendt binnen de termijn die het gerecht overeenkomstig artikel 9, lid 2, heeft gesteld;

of

d) 

de eiser zijn antwoord niet toezendt binnen de door het gerecht gestelde termijn of het voorstel van het gerecht weigert, overeenkomstig artikel 10.

De eiser wordt door middel van het standaardformulier D van bijlage IV in kennis gesteld van de redenen voor de afwijzing.

2.

Tegen de afwijzing van het verzoek staan geen rechtsmiddelen open.

3.

De afwijzing van het verzoek belet de eiser niet zijn vordering geldend te maken door middel van een nieuw verzoek om een Europees betalingsbevel of door middel van een andere procedure waarin het recht van een lidstaat voorziet.

Geconsolideerde tekst van 01-05-2025 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.