Art. 8:955 Burgerlijk Wetboek Boek 8
Lid 1
Voor zover, nadat zo nodig de in artikel 933 bedoelde melding is geschied, hij die jegens de vervoerder recht heeft op aflevering van vervoerde zaken, niet opkomt, weigert deze te ontvangen of deze niet met de vereiste spoed in ontvangst neemt, voor zover op zaken beslag is gelegd, alsmede indien de vervoerder gegronde redenen heeft aan te nemen, dat een houder van een cognossement die als ontvanger opkomt, desalniettemin niet tot de aflevering gerechtigd is, is de vervoerder gerechtigd deze zaken voor rekening en gevaar van de rechthebbende bij een derde op te slaan in een daarvoor geschikte bewaarplaats of lichter. Op zijn verzoek kan de rechter bepalen, dat hij deze zaken, desgewenst ook in het schip, onder zichzelf kan houden of andere maatregelen daarvoor kan treffen. Hij is verplicht de afzender zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen.
Lid 2
De derde-bewaarnemer en de ontvanger zijn jegens elkaar verbonden, als ware de omtrent de bewaring gesloten overeenkomst mede tussen hen aangegaan. De bewaarnemer is echter niet gerechtigd tot afgifte dan na schriftelijke toestemming daartoe van hem, die de zaken in bewaring gaf.
Recente uitspraken
Art. 8:955 BW is sinds 2025 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:RBROT:2025:14960 — 22-12-2025 Rb. Rotterdam
Beschikking. Verkoop lading ex artikel 8:957, lid 1, BW. Toewijzing. Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht. Artikel 8:955, lid 1, BW.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.