Art. 8:1835 Burgerlijk Wetboek Boek 8

Iedere vordering terzake van een overeenkomst van luchtvervoer vervalt door verloop van twee jaren, welke termijn aanvangt met de dag volgend op de dag van aankomst van het luchtvaartuig ter bestemming of de dag, waarop het luchtvaartuig had moeten aankomen of van de onderbreking van het luchtvervoer.

Recente uitspraken

Art. 8:1835 BW is sinds 2010 in 43 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Holland, Rb. Amsterdam en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:78 — 14-01-2025 Hof Amsterdam
    Incidentele vordering tot tussenkomst. Cessionaris heeft voldoende belang bij tussenkomst indien de vordering tijdig is ingesteld en de hoofdzaak nog aanhangig is. Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten.
  • ECLI:NL:RBNHO:2026:3606 — 01-04-2026 Rb. Noord-Holland
    Luchtvaart; EPGV; de passagier is niet-ontvankelijk in het verzoek; vervaltermijn verstreken
  • ECLI:NL:RBNHO:2026:2331 — 18-02-2026 Rb. Noord-Holland
    Luchtvaart; EPGV; vervaltermijn; niet-ontvankelijk
  • ECLI:NL:RBNHO:2026:504 — 21-01-2026 Rb. Noord-Holland
    Luchtvaart. EPGV. De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. Hij heeft het verzoek echter na de vervaltermijn ingediend. Daarom wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek.
  • ECLI:NL:RBNHO:2025:11391 — 20-08-2025 Rb. Noord-Holland
    Vervaltermijn vorderingen inzake luchtvervoer. Het is de verantwoordelijkheid van de eisende partij om de juiste partij in rechte te betrekken.

Bekijk alle 43 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.