Art. 8:1125 Burgerlijk Wetboek Boek 8
Lid 1
De afzender is bevoegd zichzelf of een ander als geadresseerde aan te wijzen, een gegeven aanduiding van de geadresseerde te wijzigen, orders omtrent de aflevering te geven of te wijzigen dan wel aflevering vóór de aankomst ter bestemming van zonder transportbrief ten vervoer ontvangen zaken of, wanneer een transportbrief is afgegeven, van alle daarop vermelde zaken, te verlangen.
Lid 2
De uitvoering van deze instructies moet mogelijk zijn op het ogenblik, dat de instructies de persoon, die deze moet uitvoeren, bereiken en zij mag noch de normale bedrijfsuitvoering van de vervoerder beletten, noch schade toebrengen aan de vervoerder of belanghebbenden bij de overige lading. Doet zij dit laatste desalniettemin, dan is de afzender verplicht de geleden schade te vergoeden. Wanneer het voertuig naar een niet eerder overeengekomen plaats is gereden, is hij verplicht de vervoerder terzake bovendien een redelijke vergoeding te geven.
Lid 3
Deze rechten van de afzender vervallen al naarmate de geadresseerde op de losplaats zaken aanneemt of de geadresseerde van de vervoerder schadevergoeding verlangt omdat deze zaken niet aflevert.
Lid 4
Zaken, die ingevolge het eerste lid zijn afgeleverd, worden aangemerkt als ter bestemming afgeleverde zaken en de bepalingen van deze afdeling nopens de aflevering van zaken, alsmede de artikelen 1132, 1133, 1137 en 1138 zijn van toepassing.
Recente uitspraken
Art. 8:1125 BW is sinds 2025 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Zeeland-West-Brabant.
- ECLI:NL:RBZWB:2025:2536 — 23-04-2025 Rb. Zeeland-West-Brabant
Artt. 6:253; 6:254; 8:441 lid 1; 8:1125 lid 3 BW. Facturenzaak. Vervoer van een partij ananassen over zee. Rederij vordert op grond van de vervoersovereenkomst vergoedingen voor het gebruik van haar container (demurrage, opslag en elektriciteit) gedurende enkele dagen totdat de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.