Art. 8:1100 Burgerlijk Wetboek Boek 8
Lid 1
Wanneer de vervoerder bewijst dat, gelet op de omstandigheden van het geval, het niet nakomen van de op hem uit hoofde van de artikelen 1095 en 1096 rustende verplichtingen een gevolg heeft kunnen zijn van een of meer der in artikel 1099 genoemde bijzondere risico's, wordt vermoed, dat het niet nakomen daaruit voortvloeit. Degeen, die jegens de vervoerder recht heeft op de zaken, kan evenwel bewijzen, dat dit niet nakomen geheel of gedeeltelijk niet door een van deze risico’s is veroorzaakt.
Lid 2
Het hierboven genoemde vermoeden bestaat niet in het in artikel 1099 onder a genoemde geval, indien zich een ongewoon groot tekort voordoet dan wel een ongewoon groot verlies van colli.
Lid 3
Indien in overeenstemming met het door partijen overeengekomene het vervoer plaatsvindt door middel van een voertuig, speciaal ingericht om de zaken te onttrekken aan de invloed van hitte, koude, temperatuurverschillen of vochtigheid van de lucht, kan de vervoerder ter ontheffing van zijn aansprakelijkheid ten gevolge van deze invloed slechts een beroep doen op artikel 1099 onder c, indien hij bewijst, dat alle maatregelen waartoe hij, rekening houdende met de omstandigheden, verplicht was, zijn genomen met betrekking tot de keuze, het onderhoud en het gebruik van deze inrichtingen en dat hij zich heeft gericht naar de bijzondere instructies bedoeld in het vijfde lid.
Lid 4
De vervoerder kan slechts beroep doen op artikel 1099 onder f, indien hij bewijst dat alle maatregelen, waartoe hij normaliter, rekening houdende met de omstandigheden, verplicht was, zijn genomen en dat hij zich heeft gericht naar de bijzondere instructies bedoeld in het vijfde lid.
Lid 5
De bijzondere instructies, bedoeld in het derde en het vierde lid van dit artikel, moeten aan de vervoerder vóór de aanvang van het vervoer zijn gegeven, hij moet deze uitdrukkelijk hebben aanvaard en zij moeten, indien voor dit vervoer een vrachtbrief is afgegeven, daarop zijn vermeld. De enkele vermelding op de vrachtbrief levert te dezer zake geen bewijs op.
Recente uitspraken
Art. 8:1100 BW is sinds 2012 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Hof Amsterdam en Hof Leeuwarden.
- ECLI:NL:GHAMS:2021:1374 — 11-05-2021 Hof Amsterdam
Gecombineerd goederenvervoer. Vervolg op ECLI:NL:GHAMS:2020:2624. Een partij ingevroren snacks, vervoerd van Turkije naar Nederland, blijkt bij aankomst gedeeltelijk te zijn bedorven. Bewijswaardering. - ECLI:NL:GHSHE:2019:1624 — 30-04-2019 Hof 's-Hertogenbosch
122 lid 1 Rv, beroep op nietigheid dagvaarding verworpen, nu partij is verschenen en zij door de aangevoerde gebreken aan de dagvaarding niet (onredelijk) in haar (proces)belangen is geschaad. Wegvervoer onder CMR en AVC. Veronderstellenderwijs aangenomen dat beredderingskosten… - ECLI:NL:GHSHE:2015:3178 — 11-08-2015 Hof 's-Hertogenbosch
Overeenkomst tot verplaatsen chalet valt onder art. 8:1095 BW (vervoer over de weg) behandeling door afzender oorzaak schade? - ECLI:NL:GHLEE:2012:BX3091 — 31-07-2012 Hof Leeuwarden
Vervoersovereenkomst. Binnenlands wegvervoer. Schade aan combine. Overmacht? Bevrijdende omstandigheden?
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.