Art. 3:94 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Lid 1

Buiten de in het vorige artikel geregelde gevallen worden tegen een of meer bepaalde personen uit te oefenen rechten geleverd door een daartoe bestemde akte, en mededeling daarvan aan die personen door de vervreemder of verkrijger.

Lid 2

De levering van een tegen een bepaalde, doch op de dag waarop de akte wordt opgemaakt onbekende persoon uit te oefenen recht dat op die dag aan de vervreemder toebehoort, werkt terug tot die dag, indien de mededeling met bekwame spoed wordt gedaan, nadat die persoon bekend is geworden.

Lid 3

Deze rechten kunnen ook worden geleverd door een daartoe bestemde authentieke of geregistreerde onderhandse akte, zonder mededeling daarvan aan de personen tegen wie die rechten moeten worden uitgeoefend, mits deze rechten op het tijdstip van de levering reeds bestaan of rechtstreeks zullen worden verkregen uit een dan reeds bestaande rechtsverhouding. De levering kan niet worden tegengeworpen aan de personen tegen wie deze rechten moeten worden uitgeoefend dan na mededeling daarvan aan die personen door de vervreemder of de verkrijger. Voor de verkrijger van een recht dat overeenkomstig de eerste zin is geleverd, geldt artikel 88 lid 1 slechts, indien hij te goeder trouw is op het tijdstip van de in tweede zin bedoelde mededeling.

Lid 4

De personen tegen wie het recht moet worden uitgeoefend, kunnen verlangen dat hun een door de vervreemder gewaarmerkt uittreksel van de akte en haar titel wordt ter hand gesteld. Bedingen die voor deze personen van geen belang zijn, behoeven daarin niet te worden opgenomen. Is van een titel geen akte opgemaakt, dan moet hun de inhoud, voor zover voor hen van belang, schriftelijk worden medegedeeld.

Lid 5

Indien een geldvordering als bedoeld in artikel 83 lid 3, eerste zin, wordt overgedragen, wordt de mededeling, bedoeld in lid 1 dan wel lid 3, schriftelijk gedaan. De voorgaande zin is niet van toepassing indien een geldvordering als bedoeld in artikel 83 lid 4 wordt overgedragen.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 3:94 BW is sinds 2000 in 482 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Holland, Rb. Rotterdam en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:HR:2026:1148 — 03-07-2026 Hoge Raad
    Vermogensrecht. Goederenrecht. Cessie. Bepaaldheidsvereiste (art. 3:84 lid 2 BW); vaststelling welke vorderingen zijn overgedragen aan de hand van objectieve gegevens. Samenhang met zaak 25/01509.
  • ECLI:NL:HR:2020:1300 — 17-07-2020 Hoge Raad
    Intellectuele eigendom. Wet naburige rechten. Art. 15 lid 1 Wnr. Billijke vergoeding. Strekt de aanwijzing van Sena als verplicht collectief beheerder van de rechten van uitvoerenden en fonogrammenproducenten zich ook uit tot het onderhandelen over en het vaststellen van de…
  • ECLI:NL:HR:2019:268 — 22-02-2019 Hoge Raad
    Pandrecht. Vestigingshandelingen voor stil pandrecht (met inachtneming van grondslagvereiste van art. 3:239 lid 1 BW voor pandrecht op toekomstige vorderingen) en openbaar pandrecht in één akte? Uitleg pandakte.
  • ECLI:NL:HR:2018:428 — 23-03-2018 Hoge Raad
    Vermogensrecht. Verkrijging door advocaat van vordering waarover procedure aanhangig is; nietigheid ingevolge art. 3:43 lid 1, onder a, BW? Uitleg ‘aanhangig’, art. 125 lid 1 Rv; uitleg ‘verkrijging’ in geval van stille cessie, art. 3:94 lid 3 BW. Verrekening, eis van wederkerig…
  • ECLI:NL:HR:2013:BZ7386 — 14-06-2013 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Factoring. Rechtsgeldige cessie van vorderingen op naam? Factoringovereenkomst tevens akte van levering? Art. 3:94 lid 1 BW.

Bekijk alle 482 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.