Art. 3:171 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Tenzij een regeling anders bepaalt, is iedere deelgenoot bevoegd tot het instellen van rechtsvorderingen en het indienen van verzoeken ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. Een regeling die het beheer toekent aan een of meer der deelgenoten, sluit, tenzij zij anders bepaalt, deze bevoegdheid voor de anderen uit.
Recente uitspraken
Art. 3:171 BW is sinds 1992 in 241 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Gelderland.
- ECLI:NL:HR:2020:810 — 24-04-2020 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Effectenleaseovereenkomst. Buitengerechtelijke vernietiging o.g.v. art. 1:89 lid 1 BW in verbinding met art. 1:88 lid 1, onder d, BW. Bindt een beslissing over de rechtsgeldigheid van de vernietiging in een procedure waarin slechts een van… - ECLI:NL:HR:2018:535 — 06-04-2018 Hoge Raad
Vermogensrecht; gemeenschap. Mogelijkheid voor deelgenoot om ten behoeve van de gemeenschap een vordering of verzoekschrift in te dienen jegens een andere deelgenoot, dan wel jegens derden (art. 3:170 lid 2 en art. 3:171 BW). - ECLI:NL:HR:2017:2524 — 29-09-2017 Hoge Raad
Art. 80a lid 1 RO. Goederenrecht. Gemeenschap. Erfdienstbaarheid. Kan mede-eigenaar dienend erf zonder andere mede-eigenaar in rechte optreden tegen eigenaar heersend erf? Art. 3:171 BW. - ECLI:NL:HR:2013:BY9684 — 12-04-2013 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Gemeenschap van een nalatenschap. Vordering op de voet van art. 3:171 BW. Overeenkomst van geldlening. Art. 1:88 BW. Art. 3:190 BW. - ECLI:NL:HR:2000:AA7044 — 08-09-2000 Hoge Raad
-
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.