Art. 3:100 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Hij die een nalatenschap in bezit heeft genomen, kan die nalatenschap en de daartoe behorende goederen niet eerder door verjaring ten nadele van de rechthebbende verkrijgen dan nadat diens rechtsvordering tot opeising van die nalatenschap is verjaard.

Recente uitspraken

Art. 3:100 BW is sinds 2015 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A en Rb. Midden-Nederland.

  • ECLI:NL:OGHACMB:2024:160 — 27-08-2024 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
    Curaçao. Gerechtelijke vaststelling vaderschap. Vordering erfdeel. Verjaring. Gebaat.
  • ECLI:NL:GHARL:2025:4717 — 29-07-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Verkrijgende verjaring.
  • ECLI:NL:RBMNE:2015:6791 — 23-09-2015 Rb. Midden-Nederland
    Verdeling nalatenschap. Overgeslagen goed? Verjaring vordering? Exceptio plurium litis consortium
  • ECLI:NL:RBROT:2015:1028 — 11-02-2015 Rb. Rotterdam
    Vaderschap van minderjarige vastgesteld na overlijden man. Verklaring voor recht gevorderd dat minderjarige de enige erfgenaam van erflater is. Voormalige erfgenamen zijn veroordeeld om eiseres te infomeren over nalatenschap en rekening en verantwoording af te leggen over…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.