Hoofdstuk Va. Overgangsbepalingen

Artikel 21

De artikelen 16 en 16aa, zoals die artikelen luidden op 31 december 2019, en de daarop berustende bepalingen blijven tot en met 31 december 2022 van toepassing op situaties waarbij aanspraken op teruggaaf van belasting uiterlijk op 31 december 2019 zijn ontstaan.

Artikel 22

Lid 1

De artikelen 5, eerste lid, en 6, tweede lid, onderdeel a, en de daarop berustende bepalingen zoals die luidden op 31 december 2024 blijven van toepassing ter zake van de inschrijving van een bestelauto die uiterlijk op 31 december 2024 heeft plaatsgevonden.

Lid 2

De artikelen 10, derde lid, 13a en 13b en de daarop berustende bepalingen zoals die luidden op 31 december 2024 blijven van toepassing op een bestelauto waarvan de datum eerste toelating uiterlijk op 31 december 2024 is gelegen.

Artikel 23

Artikel 15, eerste lid, onderdeel i, zoals dat luidde op 31 december 2025, blijft van toepassing op een motorrijtuig waarvan de datum eerste toelating uiterlijk op 31 december 2025 is gelegen.

Artikel 24

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 25

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 26

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 27

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 28

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 29

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 30

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 31

Vervallen

Artikel 32

Lid 1

Ondernemers die op 31 december 1992 in het bezit zijn van een aanwijzing op grond van artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968, juncto artikel 18a van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 (Stcrt. 1968, 169), dan wel zijn toegelaten tot de Algemene regeling versnelde afgifte kentekenbewijzen delen I, worden geacht op 1 januari 1993 in het bezit te zijn van een vergunning als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.

Lid 2

De in het eerste lid bedoelde vergunningen zijn geldig tot aan het moment dat de inspecteur deze bij beschikking definitief vaststelt, wijzigt of intrekt, doch uiterlijk tot en met 31 december 1993.

Artikel 33

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 34

Bij ministeriële regeling kunnen nadere, zo nodig van de bepalingen van deze wet afwijkende regels worden gesteld die tot 1 juli 1993 de overgang van de krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968 geheven bijzondere verbruiksbelastingen van personenauto’s en motorrijwielen naar de krachtens deze wet geheven belasting vergemakkelijken.

Artikel 35

Waar in deze wet de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 is aangehaald met vermelding van het Staatsblad waarin die wet is geplaatst, wordt bij plaatsing van deze wet in het Staatsblad na 'Stb.' ingevoegd het nummer van het Staatsblad waarin de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 is geplaatst.