Artikel 34 Betekeningsverordening (EU) 2020/1784
Monitoring
Uiterlijk op 2 juli 2023 stelt de Commissie een gedetailleerd programma op voor monitoring van de outputs, resultaten en effecten van deze verordening.
In het monitoringprogramma wordt aangegeven welke actie de Commissie en de lidstaten moeten ondernemen om de outputs, resultaten en effecten van deze verordening te monitoren. Er wordt in vermeld wanneer de in lid 3 bedoelde gegevens voor het eerst moeten worden verzameld, met als uiterste datum 2 juli 2026, en met welke frequentie die gegevens daarna moeten worden verzameld.
De lidstaten verstrekken de volgende gegevens, indien beschikbaar, aan de Commissie met het oog op monitoring:
het aantal overeenkomstig artikel 8 verzonden aanvragen voor betekening of kennisgeving van stukken;
het aantal overeenkomstig artikel 11 uitgevoerde aanvragen voor betekening of kennisgeving van stukken;
het aantal gevallen waarin de aanvraag voor betekening of kennisgeving van stukken langs een andere weg dan via het gedecentraliseerde IT-systeem is verzonden, overeenkomstig artikel 5, lid 4;
het aantal ontvangen certificaten van niet-betekening of niet-kennisgeving van stukken;
het aantal door de verzendende instanties ontvangen weigeringen van stukken om redenen van de taal.
De referentie-implementatiesoftware en, indien zo uitgerust, het nationale back-endsysteem verzamelen programmagewijs de in lid 3, punten a), b) en d), bedoelde gegevens en zenden deze regelmatig toe aan de Commissie.
Geconsolideerde tekst van 01-05-2025 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.