Artikel 27ga Algemene wet inzake rijksbelastingen

Lid 1

De rechtbank kan in de procedure op verzoek van een partij of ambtshalve de Hoge Raad een rechtsvraag voorleggen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, indien een antwoord op deze vraag nodig is om op het beroep te beslissen.

Lid 2

Alvorens de Hoge Raad een vraag voor te leggen, stelt de rechtbank partijen in de gelegenheid zich uit te laten over het voornemen om de Hoge Raad een vraag voor te leggen, alsmede over de inhoud van de voor te leggen vraag.

Lid 3

De beslissing waarbij de Hoge Raad een vraag wordt voorgelegd, vermeldt het onderwerp van geschil, de door de rechtbank vastgestelde feiten en de door partijen ingenomen standpunten.

Lid 4

De griffier zendt onverwijld een afschrift van de beslissing aan de Hoge Raad. De griffier zendt afschriften van de andere op de zaak betrekking hebbende stukken op diens verzoek aan de griffier van de Hoge Raad.

Lid 5

De beslissing om een vraag ter beantwoording aan de Hoge Raad voor te leggen, schorst de behandeling van de zaak totdat een afschrift van de beslissing van de Hoge Raad is ontvangen.

Lid 6

Indien in een andere lopende procedure het antwoord op een vraag rechtstreeks van belang is om in die procedure te beslissen, kan de rechtbank op verzoek van een partij of ambtshalve de behandeling van de zaak schorsen totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan. Alvorens te beslissen als bedoeld in de eerste volzin, stelt de rechtbank partijen in de gelegenheid zich daarover uit te laten.

Recente uitspraken

Art. 27ga AWR is sinds 2016 in 26 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Zeeland-West-Brabant en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:HR:2026:495 — 27-03-2026 Hoge Raad
    Inkomstenbelasting; art. 2.17 (4) Wet IB 2001; art. 25e AWR; collectieve uitspraak in massaalbezwaarprocedure; termijn voor wijziging onderlinge verhouding tussen fiscale partners nadat de aanslag is verminderd.
  • ECLI:NL:HR:2024:1535 — 25-10-2024 Hoge Raad
    Art. 225 en 234 Gemeentewet. Art. 20 AWR. Art. 6 EVRM. Art. 120 Grondwet. Art. 3:4 Awb. Is kostenverhaal bij het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting een criminal charge? Terugkomen op HR BNB 1996/34? Kan de belastingrechter de verwijtbaarheid van de niet-betaling…
  • ECLI:NL:HR:2024:1299 — 27-09-2024 Hoge Raad
    Procesrecht; prejudiciële vragen; art. 27ga AWR; art. 8:73 Awb en titel 8.4 Awb; geen algemene regel voor maximering van vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn; overgangsrecht voor vergoeding van griffierechten.
  • ECLI:NL:HR:2024:1177 — 13-09-2024 Hoge Raad
    Omzetbelasting; prejudiciële vragen; art. 27ga AWR; art. 22 Wet OB 1968, art. 1:1, lid 1, Adw en art. 114, lid 2, DWU; artt. 211 en 273 van BTW-richtlijn; rente op achterstallen ter zake van omzetbelasting verschuldigd wegens invoer van goederen; recht op aftrek van…
  • ECLI:NL:HR:2022:89 — 28-01-2022 Hoge Raad
    Prejudiciële beslissing; procesrecht; belastingrente; artt. 30ha, 30hb en 30j AWR; Unierechtelijk doeltreffendheidsbeginsel; passend rentepercentage; rechtsmiddelen tegen rentebeschikkingen.

Bekijk alle 26 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.