Artikel 25e Algemene wet inzake rijksbelastingen

Lid 1

Binnen zes weken nadat de rechtsvraag, bedoeld in artikel 25c, al dan niet met accessoire kwesties, onherroepelijk is beantwoord, beslist de inspecteur door middel van één collectieve uitspraak op bezwaren waarvoor de aanwijzing massaal bezwaar geldt.

Lid 2

In afwijking in zoverre van het eerste lid kan de inspecteur, indien de bestuursrechter in belastingzaken de rechtsvraag heeft voorgelegd aan de Hoge Raad ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, collectief uitspraak doen binnen zes weken nadat die bestuursrechter heeft beslist.

Lid 3

De collectieve uitspraak, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt bekendgemaakt door gelijktijdige kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de website van de Belastingdienst. Tegen de collectieve uitspraak kan geen beroep worden ingesteld.

Lid 4

Indien de inspecteur bij de rechterlijke uitspraak, bedoeld in het eerste of tweede lid, geheel of gedeeltelijk in het ongelijk is gesteld, vermindert hij de belastingaanslagen en beschikkingen waarop bezwaren waarvoor de aanwijzing massaal bezwaar geldt betrekking hadden binnen zes maanden na de kennisgeving van de collectieve uitspraak. Indien de bezwaren waarvoor de aanwijzing massaal bezwaar geldt betrekking hebben op ingehouden of op aangifte afgedragen belasting verleent de inspecteur binnen zes maanden na de kennisgeving van de collectieve uitspraak een teruggaaf.

Dit artikel verwijst naar:

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 25e AWR is sinds 2019 in 30 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag, Hoge Raad en Rb. Den Haag.

  • ECLI:NL:HR:2026:495 — 27-03-2026 Hoge Raad
    Inkomstenbelasting; art. 2.17 (4) Wet IB 2001; art. 25e AWR; collectieve uitspraak in massaalbezwaarprocedure; termijn voor wijziging onderlinge verhouding tussen fiscale partners nadat de aanslag is verminderd.
  • ECLI:NL:HR:2023:1094 — 18-08-2023 Hoge Raad
    Massaal bezwaar; omzetbelasting; privégebruik auto; art. 25c e.v. AWR; artikel 4, lid 2, onderdeel a Wet OB; reikwijdte van collectieve uitspraak op bezwaar; is woon-werkverkeer van werknemers voor de omzetbelasting in dit geval als privégebruik aan te merken? Rekening houden…
  • ECLI:NL:HR:2023:127 — 03-02-2023 Hoge Raad
    Art. 5.2 Wet IB 2001 en art. 25c e.v. AWR. Beoordeling in (hoger) beroep van geschillen rond de box 3-heffing na afronding massaalbezwaarprocedure. Betekenis van HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:718.
  • ECLI:NL:HR:2022:718 — 20-05-2022 Hoge Raad
    Heffing in box 3 voor de jaren 2017-2018; massaalbezwaarprocedure; rechtsbescherming bij artikel 25e, lid 4, AWR; ambtshalve vermindering; artikel 9.6 Wet IB 2001 en artikel 45aa, aanhef en letter b, van de Uitvoeringsregeling IB 2001.
  • ECLI:NL:HR:2021:963 — 02-07-2021 Hoge Raad
    Prejudiciële vraag; art. 25c, 25e en 25f AWR; massaalbezwaarprocedure box 3-heffingen; behandeling van de aangewezen rechtsvraag door de rechter tijdens massaalbezwaarprocedure; beslissing beperkt tot individuele vraag belastingplichtige; redelijke termijn voor berechting.

Bekijk alle 30 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.