Artikel 3.7 Arbeidsomstandighedenbesluit
Lid 1
Vluchtwegen en nooduitgangen zijn vrij van obstakels.
Lid 2
Nooduitgangen kunnen te allen tijde worden geopend.
Lid 3
Deuren van nooduitgangen en deuren op het traject van de vluchtwegen zijn op eenvoudige wijze van binnenuit naar buiten toe te openen.
Lid 4
Schuif- en draaideuren worden niet als nooduitgang gebruikt.
Lid 5
De vluchtwegen en nooduitgangen die bij het uitvallen van de verlichting slecht zichtbaar zijn, zijn voorzien van een adequate noodverlichting.
Lid 6
De vluchtwegen, de deuren en poorten op het traject van de vluchtwegen alsmede de nooduitgangen zijn gemarkeerd door signalen die voldoen aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde.