Artikel 41 Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie

Lid 1

Al hetgeen wordt verkregen door tenuitvoerlegging in Nederland van een rechterlijke uitspraak of beschikking overeenkomstig Hoofdstuk II, Afdeling 1, van deze wet, komt ten bate van de staat.

Lid 2

Onze Minister kan met de uitvaardigende lidstaat overeenkomen dat de verkregen baten als bedoeld in het eerste lid geheel of gedeeltelijk worden verstrekt aan de uitvaardigende lidstaat.

Lid 3

Al hetgeen wordt verkregen door tenuitvoerlegging in Nederland van een rechterlijke uitspraak overeenkomstig Hoofdstuk III, Afdeling 1, van deze wet, wordt overeenkomstig de bepalingen van artikel 28 verdeeld.