Artikel 2.60d Wet voortgezet onderwijs 2020

Lid 1

Het bevoegd gezag:

  1. stelt een of meer examencommissies in ten behoeve van de borging van de kwaliteit van de schoolexaminering;

  2. benoemt de leden van de examencommissie; en

  3. draagt zorg voor het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie.

Lid 2

De examencommissie heeft een oneven aantal leden en ten minste drie leden.

Lid 3

Niet kunnen worden benoemd tot lid van de examencommissie:

  1. leden van het bevoegd gezag;

  2. de directeur van de school;

  3. leden van de medezeggenschapsraad of de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de school als bedoeld in de artikelen 3 en 4 WMS;

  4. leerlingen van de school of hun wettelijk vertegenwoordigers.

Lid 4

Bij de benoeming van de leden van de examencommissie draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat de examencommissie deskundig is op het gebied van:

  1. de desbetreffende schoolsoort;

  2. de regelgeving over examinering in het voortgezet onderwijs; en

  3. de kwaliteit van examinering.

Lid 5

Alvorens tot benoeming van een lid over te gaan, hoort het bevoegd gezag de overige leden van de examencommissie.

Wordt genoemd in: