Artikel 358a Wetboek van Koophandel
Lid 1
De kapitein is verplicht aan personen, die in gevaar verkeeren, en in het bijzonder, als zijn schip bij eene aanvaring betrokken is geweest, aan de andere daarbij betrokken schepen en de personen, die zich aan boord dier schepen bevinden, de hulp te verleenen, waartoe hij bij machte is, zonder zijn eigen schip en de opvarenden daarvan aan ernstig gevaar bloot te stellen.
Lid 2
Hij is bovendien verplicht, voor zooverre hem dit mogelijk is, aan de andere bij de aanvaring betrokken schepen op te geven den naam van zijn schip, van de haven waar het thuis behoort en van de havens van waar het komt en waarheen het bestemd is.
Lid 3
Niet-nakoming van deze verplichtingen door den kapitein geeft geen aanspraak tegen hem, die uit welken hoofde dan ook verantwoordelijk is voor het optreden van de kapitein.
Recente uitspraken
Art. 358a WKH is sinds 2009 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2009:BI3840 — 30-06-2009 Hoge Raad
Aanvaring a.b.i. art. 785 Wetboek van Koophandel (WvK) jo. art. 414 Sr. Noch de tekst van art. 414 Sr i.v.m. art. 785 WvK, noch de wetsgeschiedenis biedt steun voor de opvatting dat voor een veroordeling t.z.v. art. 414 Sr is vereist dat komt vast te staan dat sprake is geweest…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.