Artikel 130 Wetboek van Koophandel
Lid 1
Het aval wordt op den wisselbrief of op een verlengstuk gesteld.
Lid 2
Het wordt uitgedrukt door de woorden: "goed voor aval" of door een soortgelijke uitdrukking; het wordt door den avalgever onderteekend.
Lid 3
De enkele handteekening van den avalgever, gesteld op de voorzijde van den wisselbrief, geldt als aval, behalve wanneer de handteekening die is van den betrokkene of van den trekker.
Lid 4
Het kan ook geschieden bij een afzonderlijk geschrift of bij een brief, vermeldende de plaats, waar het is gegeven.
Lid 5
In het aval moet worden vermeld, voor wien het is gegeven. Bij gebreke hiervan wordt het geacht voor den trekker te zijn gegeven.
Recente uitspraken
Art. 130 WKH is sinds 2005 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:RBAMS:2005:AU7031 — 26-10-2005 Rb. Amsterdam
Bij de uitleg van een overdraagbare garantiebrief als de onderhavige moet beslissende betekenis worden gegeven aan de letterlijke bewoordingen daarvan. Uit het systeem van de wet volgt derhalve dat een avalgever zijn verbintenis niet kan beperken met een beding dat strijdig is…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.