Artikel 118 Wetboek van Koophandel
Lid 1
Wanneer een endossement de vermelding bevat: "waarde tot zekerheid", "waarde tot pand", of eenige andere vermelding, welke inpandgeving met zich brengt, kan de houder alle uit den wisselbrief voortvloeiende rechten uitoefenen, maar een door hem gesteld endossement geldt slechts als endossement bij wege van lastgeving.
Lid 2
De wisselschuldenaren kunnen den houder de verweermiddelen, gegrond op hun persoonlijke verhouding tot den endossant, niet tegenwerpen, tenzij de houder bij de ontvangst van den wisselbrief desbewust ten nadeele van den schuldenaar heeft gehandeld.
Recente uitspraken
Art. 118 WKH is sinds 2008 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Gemeenschappelijk Hof van Justitie van d en Rb. Haarlem.
- ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH9801 — 24-03-2009 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van d
Arubaanse zaak. Betreft vordering van werknemers van de APA. De werknemers doen een beroep op de verklaring van destijds het eilandgebied Aruba welke inhoudt dat de ambtenaren die een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst met APA aangaan er niet op achteruit zullen gaan t.a.v.… - ECLI:NL:RBHAA:2008:BC5829 — 29-02-2008 Rb. Haarlem
Geldvordering op grond van twee wissels. Het abstracte karakter van de wissels, zoals neergelegd in artikel 118, tweede lid, Wetboek van Koophandel (WvK), brengt mee dat de wisselschuldenaar de verweermiddelen gegrond op haar persoonlijke verhouding tot de endossant niet aan de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.