Artikel 51b Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens

Lid 1

De artikelen 3, 7, 7a, 7b, 7d tot en met 7f, 15, 16, 16a, 17a, 17b, 20 tot en met 25, en 39c, tweede tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op tenuitvoerleggingsgegevens.

Lid 2

Onverminderd het verder bij wet bepaalde over kennisneming of inzage van tenuitvoerleggingsgegevens heeft de betrokkene het recht om op diens schriftelijke verzoek binnen vier weken van Onze Minister uitsluitsel te krijgen over de al dan niet verwerking van hem betreffende tenuitvoerleggingsgegevens en, wanneer dat het geval is, om die tenuitvoerleggingsgegevens in te zien en hierover de informatie, bedoeld in artikel 18, onderdelen a tot en met g, te verkrijgen. Onze Minister doet daarbij geen mededelingen in schriftelijke vorm over de verwerking van de betrokkene betreffende tenuitvoerleggingsgegevens, tenzij hij weigert een mededeling te doen. Een gehele of gedeeltelijke afwijzing vindt schriftelijk plaats.

Lid 3

Indien de verwerking betrekking heeft op tenuitvoerleggingsgegevens waarvoor het College van procureurs-generaal verwerkingsverantwoordelijke is, wordt bij de overeenkomstige toepassing van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, in die artikelen alsmede in het tweede lid waar wordt gesproken over «Onze Minister» gelezen «het College van procureurs-generaal».

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 51b Wjsg is sinds 2025 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag en Rb. Midden-Nederland.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:3051 — 03-06-2026 Rb. Midden-Nederland
    inzageverzoek op grond van 18 Wjsg ingediend bij de vestigingsdirecteur van de Penitentiaire Inrichting voor inzage in inrichtingsdossier. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat zij wel bevoegd is om te beslissen op het beroep, maar dat het beroep…
  • ECLI:NL:RBDHA:2025:1031 — 07-01-2025 Rb. Den Haag
    Vordering tot opheffing van door eiser ten laste van gedaagde gelegd executoriaal derdenbeslag toegewezen. Bestaan van het door eiser gestelde vorderingsrecht is onvoldoende aannemelijk geworden.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.