Hoofdstuk 8a. Specifieke regels over richtlijn (EU) 2019/882
Artikel 8a.0
Een dienstverlener als bedoeld in artikel 8.15 brengt de Autoriteit Consument en Markt onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit Financiële Markten onmiddellijk ervan op de hoogte, indien de dienst niet voldoet aan de toepasselijke toegankelijkheidsvoorschriften. Hij vermeldt daarbij de aard van de non-conformiteit en beschrijft alle getroffen corrigerende maatregelen uitvoerig.
Artikel 8a.1
Lid 1
Indien een dienstverlener als bedoeld in artikel 8.15 een beroep doet op artikel 230fc, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek voert hij een beoordeling uit om te kunnen bepalen of het naleven van de van toegankelijkheidsvoorschriften, bedoeld in bijlage I, afdelingen III en IV, onderdeel g, van richtlijn (EU) 2019/882 tot een fundamentele wijziging leidt, of overeenkomstig de desbetreffende criteria in bijlage VI van die richtlijn, een onevenredige last oplevert.
Lid 2
Indien het beroep, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op artikel 230fc, tweede lid, onderdeel b, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek voert de betrokken dienstverlener een nieuwe beoordeling uit ten minste een keer per vijf jaar en verder indien sprake is van:
een wijziging van de aangeboden dienst; of
een verzoek van de Autoriteit Consument en Markt onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit Financiële Markten om een nieuwe beoordeling.
Lid 3
De betrokken dienstverlener documenteert de beoordeling, bedoeld in het tweede lid, en bewaart alle relevante resultaten gedurende een periode van vijf jaar nadat de e-handelsdienst op de markt is verleend. Op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit Financiële Markten verstrekt de betrokken dienstverlener een exemplaar van de beoordeling.
Lid 4
Iedere dienstverlener die een beroep doet op artikel 230fc, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek verstrekt daarover informatie aan de Autoriteit Consument en Markt onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit Financiële Markten.
Artikel 8a.2
Lid 1
Met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel g van de bijlage bij deze wet, zijn belast de leden van het Commissariaat voor de Media en de bij besluit van het Commissariaat aangewezen medewerkers van het Commissariaat, bedoeld in artikel 7.11, tweede lid, van de Mediawet 2008.
Lid 2
Het Commissariaat voor de Media kan, indien naar zijn oordeel een overtreding van een van de wettelijke bepalingen als bedoeld in onderdeel g van de bijlage bij deze wet heeft plaatsgevonden:
een bestuurlijke boete opleggen;
een last onder dwangsom opleggen.
Lid 3
De in het tweede lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie geldboete, bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 8a.3
Lid 1
Met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel h van de bijlage bij deze wet, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen ambtenaren. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Lid 2
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, indien naar zijn oordeel een overtreding van een van de wettelijke bepalingen als bedoeld in onderdeel h van de bijlage bij deze wet heeft plaatsgevonden:
een bestuurlijke boete opleggen;
een last onder dwangsom opleggen.
Lid 3
De in het tweede lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie geldboete, bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht.