Artikel 48 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)

(oud artikel 42 VEG)

Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure de maatregelen vast welke op het gebied van de sociale zekerheid noodzakelijk zijn voor de totstandkoming van het vrije verkeer van werknemers met name door een stelsel in te voeren waardoor het mogelijk is voor al dan niet in loondienst werkzame migrerende werknemers en hun rechthebbenden te waarborgen:

a) 

dat, met het oog op het verkrijgen en het behoud van het recht op uitkeringen alsmede voor de berekening daarvan, al die tijdvakken worden bijeengeteld welke door de verschillende nationale wetgevingen in aanmerking worden genomen;

b) 

dat de uitkeringen aan personen die op het grondgebied van de lidstaten verblijven, zullen worden uitbetaald.

Wanneer een lid van de Raad verklaart dat een ontwerp van wetgevingshandeling als bedoeld in de eerste alinea afbreuk zou doen aan belangrijke aspecten van zijn socialezekerheidsstelsel, met name het toepassingsgebied, de kosten en de financiële structuur ervan, of gevolgen zou hebben voor het financiële evenwicht van dat stelsel, kan hij verzoeken dat de aangelegenheid wordt voorgelegd aan de Europese Raad. In dat geval wordt de gewone wetgevingsprocedure geschorst. Na bespreking zal de Europese Raad, binnen 4 maanden na die schorsing:

a) 

het ontwerp terugverwijzen naar de Raad, waardoor de schorsing van de gewone wetgevingsprocedure wordt beëindigd, of

b) 

niet handelen of de Commissie verzoeken een nieuw voorstel in te dienen; in dat geval wordt de aanvankelijk voorgestelde handeling geacht niet te zijn vastgesteld.

Geconsolideerde tekst van 15-03-2025 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.

Recente uitspraken

Art. 48 VWEU is sinds 2018 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:HR:2020:19 — 24-01-2020 Hoge Raad
    Art. 6 en 6a AOW; art. 13, lid 1 en lid 2, onder a, Vo. 1408/71; art. 45 en 48 VWEU. Ingezetene met beperkte dienstbetrekking in Duitsland (mini-job), waardoor zij daar niet verzekerd is. Arrest na prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie (in de…
  • ECLI:NL:HR:2020:18 — 24-01-2020 Hoge Raad
    Art. 6 en 6a AKW; art. 13, lid 1 en lid 2, onder a, Vo. 1408/71; art. 45 en 48 VWEU. Ingezetene met beperkte dienstbetrekking in Duitsland (mini-job), waardoor zij aldaar niet verzekerd is. Arrest na prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie (in de…
  • ECLI:NL:HR:2020:17 — 24-01-2020 Hoge Raad
    Art. 6 en 6a AOW; art. 13, lid 1 en lid 2, onder a, Vo. 1408/71; art. 45 en 48 VWEU. Ingezetenen met beperkte dienstbetrekking in Duitsland (mini-job), waardoor zij daar niet verzekerd zijn. Arrest na prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie (in de…
  • ECLI:NL:HR:2018:127 — 02-02-2018 Hoge Raad
    Art. 6 en 6a AOW; art. 13, lid 1 en lid 2, onder a, Vo 1408/71; art. 45 en 48 VWEU; artt. 10 en 25 BUB 1989. Ingezetenen met beperkte diensbetrrekking in Duitsland (mini-job), waardoor zij aldaar niet verzekerd zijn. UItsluiting van de Nederlandse volksverzekeringen strijdig met…
  • ECLI:NL:HR:2018:126 — 02-02-2018 Hoge Raad
    Art. 6 en 6a AOW; art. 13, lid 1 en lid 2, onder a, Vo 1408/71; art. 45 en 48 VWEU; artt. 10 en 25 BUB 1989. Ingezetenen met beperkte diensbetrrekking in Duitsland (mini-job), waardoor zij aldaar niet verzekerd zijn. UItsluiting van de Nederlandse volksverzekeringen strijdig met…

Bekijk alle 6 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.