Artikel 263 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)

(oud artikel 230 VEG)

Het Hof van Justitie van de Europese Unie gaat de wettigheid na van de  wetgevingshandelingen,  van de handelingen van de Raad, van de Commissie en van de Europese Centrale Bank, voor zover het geen aanbevelingen of adviezen betreft, en van de handelingen van het Europees Parlement en de Europese Raad die beogen rechtsgevolgen ten aanzien van derden te hebben. Het gaat ook de wettigheid na van de handelingen van de organen of instanties van de Unie waarmee rechtsgevolgen ten aanzien van derden worden beoogd.

Te dien einde is het Hof bevoegd uitspraak te doen inzake elk door een lidstaat, het Europees Parlement, de Raad of de Commissie ingesteld beroep wegens onbevoegdheid, schending van wezenlijke vormvoorschriften, schending van de Verdragen of van enige uitvoeringsregeling daarvan, dan wel wegens misbruik van bevoegdheid.

Het Hof is onder dezelfde voorwaarden bevoegd uitspraak te doen inzake elk door de Rekenkamer, de Europese Centrale Bank of het Comité van de Regio's ingesteld beroep dat op vrijwaring van hun prerogatieven is gericht.

Iedere natuurlijke of rechtspersoon kan onder de in de eerste en tweede alinea vastgestelde voorwaarden beroep instellen tegen handelingen die tot hem gericht zijn of die hem rechtstreeks en individueel raken, alsmede tegen regelgevingshandelingen die hem rechtstreeks raken en die geen uitvoeringsmaatregelen met zich meebrengen.

De handelingen tot oprichting van organen en instanties van de Unie kunnen voorzien in bijzondere voorwaarden en bepalingen inzake de beroepen welke door natuurlijke of rechtspersonen worden ingesteld tegen handelingen van deze organen of instanties waarmee rechtsgevolgen ten aanzien van hen worden beoogd.

Het in dit artikel bedoelde beroep moet worden ingesteld binnen twee maanden te rekenen, al naar gelang van het geval, vanaf de dag van bekendmaking van de handeling, vanaf de dag van kennisgeving aan de verzoeker of, bij gebreke daarvan, vanaf de dag waarop de verzoeker van de handeling kennis heeft gekregen.

Geconsolideerde tekst van 15-03-2025 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.

Recente uitspraken

Art. 263 VWEU is sinds 2017 in 11 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Amsterdam en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2019:1875 — 29-11-2019 Hoge Raad
    Antidumpingrechten; art. 8:73 Awb; art. 6:119 BW; art. 28c IW; Vo. (EU) nr. 723/2011; uitbreiding van antidumpingrechten op stalen of ijzeren bevestigingsmiddelen van post 7318 van de GN van oorsprong uit China tot invoer van dezelfde producten verzonden uit Maleisië; Vo. (EU)…
  • ECLI:NL:RVS:2025:5985 — 10-12-2025 Raad van State
    Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over de bestuurlijke boete die de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft opgelegd aan een Litouwse transportonderneming. Uit onderzoek van FNV blijkt dat dit bedrijf de regels over de rusttijden niet altijd volgt.…
  • ECLI:NL:GHARL:2021:4081 — 19-04-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Artikel 1 lid 1 Fw. Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) Bekrachtiging vonnis tot faillietverklaring. Vorderingsrecht. Pluraliteitsvereiste. Toestand van te hebben opgehouden te betalen.
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:4582 — 17-10-2017 Hof Amsterdam
    Appellanten maken bezwaar tegen een overdrachtsvergunning op grond van het Besluit strategische goederen voor de overdracht van militair materieel naar Frankrijk ten behoeve van de Egyptische marine. Naar het oordeel van het Hof heeft de minister dit bezwaar terecht…
  • ECLI:NL:RBROT:2026:8903 — 21-07-2026 Rb. Rotterdam
    Kort geding. Opheffing beslag. Spanje is in een arbitraal eindvonnis veroordeeld tot betaling van € 106 miljoen aan een Japanse investeerder. De investeerder heeft haar vordering op Spanje verkocht aan gedaagde. Op verzoek van gedaagde heeft de Haagse voorzieningenrechter o.a.…

Bekijk alle 11 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.