Artikel 20 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
(oud artikel 17 VEG)
Er wordt een burgerschap van de Unie ingesteld. Burger van de Unie is een ieder die de nationaliteit van een lidstaat bezit. Het burgerschap van de Unie komt naast het nationale burgerschap doch komt niet in de plaats daarvan.
De burgers van de Unie genieten de rechten en hebben de plichten die bij de Verdragen zijn bepaald. Zij hebben, onder andere,
het recht zich vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en er vrij te verblijven;
het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement en bij de gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat waar zij verblijf houden, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat;
het recht op bescherming van de diplomatieke en consulaire instanties van iedere andere lidstaat op het grondgebied van derde landen waar de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn, niet vertegenwoordigd is, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die lidstaat;
het recht om verzoekschriften tot het Europees Parlement te richten, zich tot de Europese ombudsman te wenden, alsook zich in een van de talen van de Verdragen tot de instellingen en de adviesorganen van de Unie te richten en in die taal antwoord te krijgen.
Deze rechten worden uitgeoefend onder de voorwaarden en binnen de grenzen welke bij de Verdragen en de maatregelen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld.
Geconsolideerde tekst van 15-03-2025 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.
Recente uitspraken
Art. 20 VWEU is sinds 2011 in 60 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Rb. Noord-Holland en Rb. 's-Gravenhage.
- ECLI:NL:HR:2022:635 — 22-04-2022 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Nationaliteitsrecht. Verlies Nederlanderschap; termijn art. 15 lid 1, aanhef en onder b, RWN; vlucht naar en detentie in Marokko. Verlies Unieburgerschap; recht op consulaire bijstand; ongelijke behandeling; art. 20 lid 2, onder c, VWEU; art. 21 Handvest EU. - ECLI:NL:HR:2022:311 — 25-02-2022 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Vordering om aan minderjarige met Nederlandse nationaliteit en zijn moeder opvang te bieden, met voldoende geld om te voorzien in de basisbehoeften. Handelt de Staat in strijd met art. 3 of 8 EVRM en IVRK? Strijd met recht op verblijf op de voet… - ECLI:NL:HR:2019:2036 — 20-12-2019 Hoge Raad
Prejudiciële vragen in Caribische zaak (art. 1b Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba). Verkrijging van Nederlanderschap door erkenning in 1985 in het buitenland door gehuwde man? Art. 4 (oud en huidig) RWN.… - ECLI:NL:RVS:2023:2452 — 28-06-2023 Raad van State
Bij besluit van 7 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft vanaf zijn geboorte, op [geboortedatum] 1987 in [locatie]… - ECLI:NL:CRVB:2022:1814 — 04-08-2022 CRvB
Kinderbijslag ten onrechte geweigerd. Schending hoorplicht. In het voorliggende geval heeft de Svb zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een bijzonder geval in de zin van het beleid. Gelet op het feit dat appellante de vaststelling van haar…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.