Artikel 20 Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Lid 1
Indien de berekening van de belastbare winst of van het Nederlandse inkomen leidt tot een negatief bedrag, wordt dit aangemerkt als een verlies.
Lid 2
Een verlies wordt verrekend met de belastbare winsten, onderscheidenlijk de Nederlandse inkomens, van het voorafgaande jaar en de volgende jaren, mits het verlies door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. Daarbij vindt verrekening in een jaar slechts plaats tot een bedrag van € 1.000.000 vermeerderd met 50% van de belastbare winst, onderscheidenlijk het Nederlandse inkomen, van dat jaar nadat die winst, onderscheidenlijk dat inkomen, is verminderd met een bedrag van € 1.000.000.
Lid 3
In afwijking van het tweede lid zijn de verliezen geleden in een periode waarin een belastingplichtige als beleggingsinstelling is aangemerkt (statusperiode), niet verrekenbaar met de belastbare winsten, onderscheidenlijk Nederlandse inkomens, die buiten de statusperiode zijn genoten, en zijn verliezen die buiten de statusperiode zijn geleden niet verrekenbaar met de winsten, onderscheidenlijk Nederlandse inkomens, die binnen de statusperiode zijn genoten.
Lid 4
De verrekening geschiedt in de volgorde waarin de verliezen zijn ontstaan en de belastbare winsten zijn gemaakt of de Nederlandse inkomens zijn genoten.
Lid 5
De in het tweede lid genoemde termijn voor de achterwaartse verliesverrekening wordt voor een belastingplichtige aan wie wegens gemoedsbezwaren tegen één of meer volksverzekeringen ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 64, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet financiering sociale verzekeringen, en hij daarvoor bij de aangifte kiest, voor in het zesde lid bedoelde verliezen vervangen door drie jaar.
Lid 6
Het vijfde lid is van toepassing op verliezen die zijn toe te rekenen aan kosten en lasten van schade als gevolg van risico's die andere belastingplichtigen die wat betreft aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten in een vergelijkbare positie verkeren als de belastingplichtige, plegen te verzekeren.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 20 Vpb1969 is sinds 2002 in 11 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2018:1317 — 17-08-2018 Hoge Raad
Vennootschapsbelasting. Art. 21, leden 1 en 10, Wet Vpb 1969 (tekst 2010); art. 6:11 Awb. Bij aangifte in verliesjaar geen keuze gemaakt voor verruimde carry-back. Op aanslagbiljet staat geen carry-back-beschikking vermeld. Daarin ligt besloten een beschikking om geen… - ECLI:NL:GHARL:2021:2185 — 09-03-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
VPB. Verliesverrekeningsbeschikking. Rentenadeel als gevolg van te laag vastgestelde verliesvaststellingsbeschikking. - ECLI:NL:GHDHA:2016:3047 — 13-09-2016 Hof Den Haag
Tussen partijen is in geschil of met betrekking tot de aanvang van de termijn waarbinnen met vrucht alsnog kan worden gekozen voor verruimde achterwaartse verliesverrekening, dient te worden aangeknoopt bij de dagtekening van de verrekeningsbeschikking van 27 juli 2013. Indien… - ECLI:NL:GHAMS:2015:4098 — 08-10-2015 Hof Amsterdam
grootschalige taxplanningstructuur van bankenconcern. Door het concern gekochte vennootschappen verrekenen hun voor datum aandelenoverdracht gerealiseerde winst met rente op na die datum van een Britse concernvennootschap opgenomen geldlening die als kapitaal wordt doorgestort… - ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ0138 — 09-06-2004 Hof Amsterdam
De in geschil zijnde aanslag Vpb 1995/96 is niet tijdig opgelegd en kan niet worden geconverteerd in een navorderingsaanslag. De op de voet van art. 21a, eerste lid, Wet Vpb vastgestelde verrekend-verliesbeschikking kan in stand blijven. Verrekening van de verliezen van…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.