Artikel 11 Verordening luchtvaartpassagiers (261/2004)

Personen met beperkte mobiliteit of met bijzondere behoeften

1.

Luchtvaartmaatschappijen die een vlucht uitvoeren, geven voorrang aan personen met beperkte mobiliteit en hun eventuele begeleiders of officiële geleidehonden, alsmede aan alleenreizende kinderen.

2.

In geval van instapweigering, annulering of enigerlei vertraging hebben personen met beperkte mobiliteit en hun eventuele begeleiders, alsmede alleenreizende kinderen, er recht op dat de in artikel 9 bedoelde bijstand hun zo spoedig mogelijk wordt geboden.

Geconsolideerde tekst van 17-02-2005 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.