RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12253227 \ VV EXPL 26-58
Vonnis in kort geding van 6 oktober 2026
in de zaak van
STICHTING MAATSCHAPPELIJKE OPVANG MIDDEN BRABANT TRAVERSE,
te Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: Traverse,
gemachtigde: mr. M.P.G.M. Gorgels,
tegen
[bewindvoerder] , IN HAAR HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER VAN DE HEER [gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J. van Boekel.
1 De zaak in het kort
Partijen hebben een woonovereenkomst gesloten waarbij is afgesproken dat [gedaagde] een doorstroomwoning (hierna: woning) in gebruik heeft in het kader van begeleid wonen onder de Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Traverse heeft de woonovereenkomst opgezegd en de begeleiding beëindigd. Hiermee is in beginsel de woonovereenkomst geëindigd en daarom moet [gedaagde] de woning verlaten. Omdat Traverse de bewindvoerder van [gedaagde] niet heeft meegenomen in de correspondentie, heeft de eerdere opzegging geen effect gehad. Het eindigen van de begeleiding heeft wel tot gevolg dat de woonovereenkomst is geëindigd. De bewindvoerder wist uiterlijk op 21 juli 2026 dat de begeleiding was geëindigd. Vanaf dat moment verbleef gedaagde zonder recht of titel in de woning. De kantonrechter vindt daarom voorlopig aannemelijk dat ontruiming in een bodemprocedure zal worden toegewezen.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 augustus met producties 1 t/m 25,
- de aanvullende producties 26 t/m 28 van Traverse - de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 3 van [gedaagde] ,- de mondelinge behandeling van 22 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de pleitnota van Traverse,- de pleitnota van [gedaagde] .
3 De feiten
Traverse is een stichting die zich richt op maatschappelijke opvang met verblijf en op verblijfszorg voor mensen met een langdurige geestelijke gezondheidszorgvraag of een middelenverslaving.
Aan [gedaagde] is met ingang van 21 februari 2025 door Traverse een woning aan [adres] ter beschikking gesteld in het kader van een traject van begeleid wonen. [gedaagde] heeft de woning in gebruik op grond van een ‘woonovereenkomst’ in het kader van begeleid wonen onder de Wmo, waarbij sprake is van ambulante begeleiding. Traverse huurt deze woning op haar beurt van Tiwos.
In de woonovereenkomst is – voor zover hier relevant – het volgende opgenomen:
“Hoe lang duurt deze overeenkomst?
Deze overeenkomst gaat in op 21-02-2025. Je mag gebruikmaken van onze woonruimte, omdat je begeleiding krijgt van Traverse. Stopt de begeleiding van Traverse? Dus eindigt de begeleidingsovereenkomst? Dan eindigt ook deze woonovereenkomst.
Ga je wonen in een woning die op naam staat van Traverse (een zogenaamde doorstroomwoning)? Dan kun je daar maximaal één jaar wonen. Als het echt noodzakelijk is, kan de woonovereenkomst mogelijk twee keer met drie maanden worden verlengd. In dat geval krijg je een nieuw contract (een verlenging) dat we aan deze woonovereenkomst toevoegen. Traverse bepaalt in overleg met jou of de verlenging echt noodzakelijk is. Je kunt soms ook gebruikmaken van een voorrangsregeling voor mensen die uitstromen uit een woonvoorziening van Traverse. Dan worden er afspraken gemaakt over begeleiding bij het zelfstandig wonen. Dit noemen we een contingent woning. Of maak je gebruik van woonruimte via Housing First? Dan komt de woning meteen op jouw naam te staan. De maximale verblijfsduur via Housing First is twee jaar.
(…)
Wanneer eindigt deze overeenkomst?
Deze woonovereenkomst kan op verschillende manieren eindigen.
-
Deze overeenkomst eindigt wanneer de einddatum is bereikt en er geen verlenging is afgesproken. Je krijgt een bericht van Traverse om je te waarschuwen dat de overeenkomst bijna afloopt. Woon je in een zelfstandig appartement of contingent woning via Traverse? Dan ontvang je dit bericht minimaal een maand en maximaal drie maanden voor de einddatum van je overeenkomst. Woon je op een van de locaties van Traverse? Dan ontvang je dit bericht maximaal 7 dagen voor de einddatum van je overeenkomst.
-
Als je begeleidingsovereenkomst eindigt, bijvoorbeeld door het behalen van de begeleidingsdoelen, eindigt ook deze overeenkomst.
-
Als de (financierings) indicatie eindigt, eindigt ook deze overeenkomst.
-
Besluiten we een andere woonovereenkomst met je aan te gaan, bijvoorbeeld omdat je verhuist naar een andere locatie van Traverse? Dan eindigt deze woonovereenkomst.
-
We kunnen in overleg met jou besluiten dat de overeenkomst eindigt.
-
Jij kunt ook zelf besluiten om deze overeenkomst (voor de einddatum) te beëindigen. In dat geval moet je rekening houden met een opzegtermijn van één maand wanneer je in een zelfstandig appartement woont of 7 dagen als je op een van onze locaties woont. Je moet je contract altijd schriftelijk opzeggen.
-
Als er zwaarwegende redenen zijn mogen wij je woonovereenkomst opzeggen. Het is aan ons om te bepalen of sprake is van zwaarwegende redenen. Zwaarwegende redenen zijn bijvoorbeeld als je herhaaldelijk niet meewerkt aan de begeleiding(sdoelen) of wanneer je agressief of intimiderend gedrag (verbaal, non-verbaal materieel of psychisch) uit naar onze medewerkers of andere cliënten van Traverse. Fysieke agressie naar één van onze medewerkers is altijd een zwaarwegende reden. We streven ernaar om eerst het gesprek met elkaar aangaan en eventueel een officiële waarschuwing geven, voordat we overgaan tot het opzeggen van de woonovereenkomst. Bij ernstige zwaarwegende redenen kunnen wij jouw woonovereenkomst wel per direct opzeggen.
-
Ook een betalingsachterstand van twee maanden of meer is een reden om de woonovereenkomst te eindigen.
-
We hopen van harte dat het niet zo ver hoeft te komen. Maar hou je je niet aan de regels uit deze overeenkomst? Dan mogen we de overeenkomst opzeggen. We geven je dan een termijn waarbinnen de overeenkomst afloopt. Maar we kunnen ook besluiten dat de overeenkomst per direct stopt. Dit mogen we alleen in specifieke situaties doen: een aantal voorbeelden hiervan staan beschreven onder punt 7.
-
Als je komt te overlijden.”
Per brief van 10 maart 2025 ontvangt [gedaagde] een 1e officiële waarschuwing. Door Traverse wordt als belangrijkste reden voor de officiële waarschuwing genoemd dat [gedaagde] zich onbegeleidbaar opstelt.
Op maandag 7 april 2025 vindt een overleg plaats tussen Traverse en [gedaagde] . De aanleiding hiervoor is een mondelinge aankondiging van een tweede officiële waarschuwing. Doordat tijdens het overleg afspraken zijn gemaakt, is deze waarschuwing komen te vervallen.
Op 28 oktober 2025 ontvangt [gedaagde] een 2e officiële waarschuwing van Traverse. Aan [gedaagde] wordt meegedeeld dat er overlastmeldingen binnen zijn gekomen bij Tiwos (de verhuurder van Traverse). Ook is door Tiwos geconstateerd dat er een camera is opgehangen die op het achterpad gericht staat. Deze moet verwijderd worden. Traverse geeft daarnaast aan dat zij samen met [gedaagde] een motivatie heeft geschreven voor een WeerThuis woning. Om achter deze aanvraag te blijven staan, verwacht zij van [gedaagde] alle inzet.
Op 28 januari 2026 ontvangt [gedaagde] zijn 3e officiële waarschuwing samen met de aanzegging van het einde van het verblijf in de woning. Traverse geeft aan dat de eerdere waarschuwingen niet hebben geleid tot een verbetering van de situatie. Traverse informeert [gedaagde] dat zijn woonovereenkomst, die is ingegaan op 21 februari 2026, niet wordt verlengd. Traverse geeft daarbij aan dat [gedaagde] vanaf 21 februari 2026 zeven dagen de tijd heeft om de woning leeg en schoon op te leveren en de sleutels in te leveren.
Nu [gedaagde] de woning niet heeft verlaten op 28 februari 2026, sommeert Traverse [gedaagde] per brief van 10 maart 2025 om de woning alsnog binnen veertien dagen te verlaten. Dat is niet gebeurd.
4 Het geschil
Traverse vordert – kort gezegd - ontruiming van de woning aan [adres] , met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Traverse legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Zij stelt dat de tussen partijen gesloten overeenkomst gezien moet worden als een gemengde overeenkomst in de zin van artikel 6:215 van het Burgerlijk Wetboek (BW), waarin zowel elementen van zorg als begeleiding zijn opgenomen. Binnen de overeenkomst heeft de zorg- en begeleidingscomponent het overheersende karakter. Het gebruik van de woning stond niet op zichzelf, maar was uitsluitend mogelijk in het kader van het begeleidingstraject dat [gedaagde] werd geboden op grond van de Wmo. Nu het begeleidingselement duidelijk overheerst, zijn de dwingende huurbeschermingsbepalingen volgens Traverse niet van toepassing op de rechtsverhouding tussen partijen. De overeenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd, van 21 februari 2025 tot en met 21 februari 2026. Nu de overeengekomen termijn is verstreken, de begeleiding is beëindigd en de overeenkomst niet is verlengd, is de overeenkomst volgens Traverse rechtswege van geëindigd per 21 februari 2026. Sinds 1 maart 2026 verblijft [gedaagde] zonder recht of titel in de woning. De heer [gedaagde] heeft bovendien op 28 januari 2026 zelf door ondertekening van het opzeg- en uitstroomformulier ingestemd met de beëindiging en de daaruit voortvloeiende verplichting tot ontruiming. Ook is [gedaagde] volgens Traverse tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Hij veroorzaakt overlast en heeft tegen de regels in camera’s geplaatst.
[gedaagde] voert diverse verweren: de kantonrechter is niet bevoegd, er ontbreekt een voldoende onderbouwd spoedeisend belang, er is geen rechtsgeldige huurovereenkomst voor bepaalde tijd tot stand gekomen, als sprake zou zijn van een rechtsgeldige huurovereenkomst voor bepaalde tijd dan is het einde niet correct en niet aan de bewindvoerder aangezegd, [gedaagde] heeft niet met de opzegging ingestemd, de gestelde tekortkomingen worden betwist en zijn onvoldoende ernstig om ontruiming en ontbinding te rechtvaardigen, artikel 8 EVRM en de belangenafweging verzetten zich tegen de gevorderde ontruiming en tot slot verzoekt [gedaagde] uiterst subsidiair een aanzienlijk langere ontruimingstermijn vast te stellen zonder een proceskostenveroordeling.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5 De beoordeling
Wettelijk kader in kort geding
Een vordering tot ontruiming van een woning in kort geding kan worden toegewezen als Traverse hierbij zoveel spoed heeft dat de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.1 Als sprake is van een spoedeisend belang aan de zijde van Traverse moet de kantonrechter daarna beoordelen of de vordering in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is om op de toewijzing daarvan vooruit te lopen. Verder zal de kantonrechter ook een belangenafweging moeten maken waarbij de belangen van Traverse bij toewijzing afgewogen moeten worden tegen de gevolgen hiervan voor [gedaagde] .
De kantonrechter is bevoegd
Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] is dat de kantonrechter niet bevoegd is. De kantonrechter heeft partijen op zitting al meegegeven dat hij zich bevoegd acht om van dit geschil kennis te nemen omdat er sprake is van een gemende overeenkomst.
De kantonrechter vindt dat er voldoende spoedeisend belang is
Verder heeft [gedaagde] aangevoerd dat Traverse geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Ook op dit punt heeft de kantonrechter partijen op de zitting al voorzien van duidelijkheid.
Traverse stelt een spoedeisend belang te hebben bij haar vorderingen omdat [gedaagde] zonder recht of titel in een woning verblijft, terwijl een wachtlijst bestaat van woningzoekenden die dringend op plaatsing zijn aangewezen. [gedaagde] verhindert de doorstroming wat leidt tot verdere druk op de beschikbare opvangcapaciteit. Naar het oordeel van de kantonrechter vloeit het spoedeisend belang voort uit de aard van haar vordering.
Kwalificatie van de overeenkomst – geen huurbescherming
Voor de beoordeling is het verder van belang de tussen partijen gesloten woonovereenkomst te kwalificeren. Partijen hebben met elkaar een woonovereenkomst gesloten voor de duur van maximaal één jaar. Uit de overeenkomst volgt dat deze is ingegaan op 21 februari 2025. Als het echt noodzakelijk is, kan de woonovereenkomst mogelijk twee keer met drie maanden worden verlengd. De woonovereenkomst kan door Traverse ook worden beëindigd, bijvoorbeeld als er zwaarwegende redenen zijn dan kan Traverse de woonovereenkomst direct opzeggen. Daarbij is in de overeenkomst opgenomen dat de woonovereenkomst ook eindigt, als de begeleiding eindigt.
De kantonrechter overweegt dat het hier gaat om een gemengde overeenkomst waarbij sprake is van een combinatie van een zorg- en begeleidingsovereenkomst en een huurovereenkomst. Er wordt namelijk ook tegen betaling woonruimte in gebruik gegeven. In het geval dat het zorgelement duidelijk overheerst, gelden de dwingendrechtelijke bepalingen van het huurrecht niet. Een aanwijzing daarvoor kan zijn dat de overeenkomsten gelijktijdig met dezelfde ingangsdatum en contractduur zijn aangegaan. Een andere aanwijzing daarvoor kan zijn dat de overeenkomsten onderling van elkaar afhankelijk zijn en dat het aan de betrokkene bekend is, of dat hij dat in ieder geval dient te begrijpen, dat de woning alleen ter beschikking wordt gesteld vanwege de hoedanigheid als cliënt van de zorgaanbieder, buiten de reguliere toewijsregels om, met een specifiek doel de overeengekomen begeleiding te faciliteren.
De kantonrechter is voorshands van oordeel dat het zorgelement in dit geval overheerst en de dwingendrechtelijke bepalingen van het huurrecht daarom in dit geval niet van toepassing zijn. In het geval van [gedaagde] is de samenhang tussen wonen en begeleiden duidelijk, de woning is uitsluitend aan hem ter beschikking gesteld in het kader van zijn Wmo-begeleiding. Voor [gedaagde] had vanaf het sluiten van de woonovereenkomst duidelijk moeten zijn dat hij de woning alleen kreeg omdat hij cliënt was van Traverse. De woning werd dus buiten de gewone toewijzingsregels om verstrekt, met als doel de afgesproken begeleiding mogelijk te maken.
Al in de eerste waarschuwing van 10 maart 2026 heeft Traverse aan [gedaagde] duidelijk gemaakt dat het niet-begeleidbaar opstellen kan leiden tot het moeten verlaten van de woning. Daarin is ook benadrukt dat de woning slechts tijdelijk aan hem ter beschikking is gesteld en dat hij de woning moet verlaten als de (financiële) begeleiding wordt beëindigd. Dit is in de tweede waarschuwing herhaald, waarna Traverse de woonovereenkomst bij de derde waarschuwing heeft opgezegd. Op grond van de woonovereenkomst was zij daartoe ook gerechtigd. Wat Traverse daarbij ten onrechte heeft nagelaten, is de bewindvoerder van [gedaagde] op de hoogte te stellen van de opzegging. Dat leidt er naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter toe dat de woonovereenkomst niet direct na de derde waarschuwing is geëindigd.
Dit betekent volgens de kantonrechter echter niet dat gedaagde zich kan beroepen op huurbescherming of in de woning mag blijven. De kantonrechter komt namelijk tot het voorlopige oordeel dat de woonovereenkomst inmiddels wel is geëindigd. Daarbij is het volgende doorslaggevend.
Uit zowel de woonovereenkomst als hetgeen tijdens de zitting naar voren is gekomen, blijkt dat de begeleiding een overheersend karakter had. Voor [gedaagde] was duidelijk dat hij de woning maximaal één jaar mocht bewonen, met de mogelijkheid van tweemaal verlenging met drie maanden. Ook was duidelijk dat hij de woning moest verlaten als zijn begeleiding eindigde.
Traverse heeft voldoende onderbouwd dat de begeleiding, zoals die bij het aangaan van de woonovereenkomst was beoogd, inmiddels is geëindigd. Aanvankelijk was de begeleiding van [gedaagde] gericht op financiële zelfredzaamheid. In dat kader kreeg [gedaagde] een vaste begeleider aan wie hij was gekoppeld en met wie hij afspraken maakte. [gedaagde] heeft tijdens de zitting verklaard dat hij nog steeds begeleiding krijgt van Traverse en dat de woonovereenkomst daarom niet is geëindigd. Dat standpunt volgt de kantonrechter niet.
Traverse heeft tijdens de zitting toegelicht dat de begeleiding van [gedaagde] inderdaad niet volledig is stopgezet, maar dat deze begeleiding inmiddels een andere invulling heeft gekregen. Het gaat nu om een warme overdracht naar de (daklozen)opvang. Traverse heeft in haar hoedanigheid als maatschappelijke opvang een verantwoordelijkheid om [gedaagde] te begeleiden en hem niet zonder verdere ondersteuning op straat te zetten. Waar de begeleiding aanvankelijk volledig was gericht op doorstroming naar een andere woning en op het functioneren als goed huurder, is die focus na de opzegging verschoven naar begeleiding richting de opvang en het verkennen van de mogelijkheden daarvoor. Traverse heeft voldoende gesteld om aan te nemen dat de begeleiding in het kader van de Wmo is beëindigd. Volgens de kantonrechter betekent dit ook dat de woonovereenkomst daardoor in beginsel eindigt. De kantonrechter komt hierdoor niet toe aan overige grondslagen die aan de vordering ten grondslag zijn gelegd en de daarop gevoerde verweren. Deze grondslagen en verweren kunnen dan ook onbesproken blijven.
[gedaagde] moet de woning verlaten
De bewindvoerder van [gedaagde] was uiterlijk op 21 juli 2026 op de hoogte van het feit dat de begeleiding van gedaagde was geëindigd. Op die datum heeft Traverse, in het kader van een eerder gepland kort geding, contact opgenomen met de bewindvoerder. In die procedure was de bewindvoerder ten onrechte niet gedagvaard.
Gelet op deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat 21 juli 2026 als het moment heeft te gelden waarop [gedaagde] zonder recht of titel in de woning verbleef. De kantonrechter acht het dan ook voorshands voldoende aannemelijk dat de vordering tot ontruiming in een bodemprocedure zal worden toegewezen.
Verder overweegt de kantonrechter dat het belang van Traverse bij het weer kunnen beschikken over de woning zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] om in de woning te blijven. Traverse heeft voldoende ruimte en tijd geboden en gedaagde bovendien voldoende voorbereid op een vertrek. Zij heeft veel tijd en moeite gestoken in het waar mogelijk faciliteren van een warme overgang en heeft actief met hem meegedacht over alternatieven. Dit heeft Traverse ter zitting uitvoerig toegelicht. Daarbij heeft zij benadrukt dat het niet haar bedoeling is om mensen op straat te zetten en dat voor gedaagde plaats is in de (daklozen)opvang. Dat de meerderjarige zoon van [gedaagde] mogelijk ook dakloos wordt, maakt dit niet anders. Traverse heeft ter zitting toegelicht dat ook de zoon kan worden aangemeld voor de opvang en dat voor hem mogelijkheden bestaan voor een individueel traject. Daarnaast heeft Traverse verklaard dat er mogelijk op korte termijn, binnen enkele maanden, zicht is op een 55-pluswoning voor [gedaagde] via Woonveste. Daartegenover staat dat Traverse een concreet belang heeft bij het spoedig opnieuw beschikbaar komen van de woning, nu daarvoor een wachtlijst bestaat.
Gelet op het voorgaande zal de gevorderde ontruiming worden toegewezen. De kantonrechter acht het, mede gelet op de omstandigheden van het geval en de bekendheid van de bewindvoerder met de situatie, redelijk om [gedaagde] tot 1 november 2026 de tijd te geven om de woning te ontruimen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Traverse worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
157,24 |
|
|
- griffierecht |
€ |
139,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
577,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
108,50 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
981,74 |
6 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om uiterlijk 1 november 2026 de woning staande en gelegen aan [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Traverse zijn, en de sleutels af te geven aan Traverse,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 981,74, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. Boeder en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026. |
||