RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 12131156 \ CV EXPL 26-890
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
STICHTING LYNEVI,
te 's-Hertogenbosch,
eisende partij,
hierna te noemen: Lynevi,
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
[huurder], H.O.D.N. [bedrijf],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder],
procederend in persoon.
De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om de betaling van de huurachterstand van woonruimte en de ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst woonruimte. De vorderingen aangaande de bedrijfsruimte zijn ingetrokken, behoudens de gevorderde kosten en rente. De kantonrechter zal de huidige vordering grotendeels toewijzen en zal dat hierna verder toelichten.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 6 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Bij brief van 29 april 2026 zijn partijen opgeroepen voor de terechtzitting van
6 juli 2026. Tijdens de mondelinge behandeling is [huurder], hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De kantonrechter heeft ook geen bericht van verhindering van haar ontvangen. Daarom zijn de geschilpunten zonder haar besproken.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Lynevi verhuurt met ingang van 1 december 2021 aan [huurder] de bedrijfsruimte aan het [adres]. De huur bedraagt € 1.119,15 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn de Algemene bepalingen huurovereenkomst winkelruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW van 2 oktober 2012 (hierna te noemen de algemene voorwaarden bedrijfsruimte) van toepassing. Deze algemene voorwaarden zijn niet in het geding gebracht.
Daarnaast verhuurt Lynevi met ingang van 1 april 2023 aan [huurder] de woonruimte aan het [adres]. De huur bedraagt € 1.175,00 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn de Algemene bepalingen huurovereenkomst woonruimte van 30 juli 2003 (hierna te noemen: de algemene voorwaarden woonruimte) van toepassing. Deze algemene voorwaarden zijn niet in het geding gebracht.
[huurder] heeft (een deel van) de huur van zowel de bedrijfsruimte als de woonruimte niet betaald. Lynevi heeft [huurder] op 14 januari 2026 aangemaand en een laatste termijn van minimaal 14 dagen na ontvangst van die aanmaning gegeven, om aan haar betalingsverplichtingen ter zake de woonruimte en de bedrijfsruimte te voldoen.
Op 28 januari 2026 heeft [huurder] via WhatsApp aan de deurwaarder het volgende bericht:
“Naar aanleiding van uw bericht wil ik u informeren dat ik gisteren een gesprek heb gehad met de Gemeente Breda. Tijdens dit gesprek is bevestigd dat ik ondersteuning krijg vanuit de gemeente. (…)”
3 Het geschil
Lynevi vordert na eisvermindering - samengevat - ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woonruimte en betaling van € 4.700,00 aan huurachterstand betreffende het appartement, met nevenvorderingen.
Lynevi legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar betalingsverplichtingen te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Lynevi de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woonruimte. Omdat de huurachterstand met betrekking tot de bedrijfsruimte volledig is ingelopen, heeft Lynevi tijdens de mondelinge behandeling verklaard de vorderingen met betrekking tot de bedrijfsruimte niet langer te handhaven, behoudens de vordering tot betaling van de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten.
[huurder] heeft bij antwoord verweer gevoerd. Zij stelt dat de achterstand is ontstaan door problemen met haar bedrijf. [huurder] erkent de huurachterstand, met dien verstande dat zij stelt de huur voor het appartement over de maand februari 2026 wel te hebben voldaan. [huurder] heeft aangegeven graag te willen blijven wonen in de woning.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
De woonruimte
De betalingsachterstand
De huurovereenkomst betreffende de woonruimte is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
De kantonrechter stelt op basis van de huurovereenkomst (productie 1 bij de dagvaarding) vast dat sprake is geweest van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd, namelijk van 1 april 2023 tot en met 30 juni 2026. Lynevi heeft tijdens de mondelinge behandeling onweersproken toegelicht dat de huurovereenkomst na het verstrijken van genoemde datum is voortgezet, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat sprake is van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Lynevi heeft in de dagvaarding gesteld dat de huurachterstand betreffende de woonruimte een bedrag van in totaal € 4.700,00 over de periode vanaf november 2025 tot en met februari 2026 bedraagt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Lynevi toegelicht dat de huurachterstand nog verder is opgelopen tot een bedrag van € 10.575,00. [huurder] is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen en heeft de stellingen van Lynevi niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de gestelde huurachterstand van omgerekend negen maanden. Weliswaar heeft [huurder] bij antwoord aangevoerd dat zij de huur over de maand februari 2026 zou hebben betaald, maar omdat bewijsstukken ter onderbouwing van haar stelling ontbreken, zal de kantonrechter het verweer passeren. Dit betekent dat de vordering tot betaling van de huurachterstand van € 4.700,00 toewijsbaar is.
De buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente
Lynevi vordert buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
Uit de dagvaarding blijkt dat op de overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing zijn. Lynevi heeft die algemene voorwaarden echter niet bij de dagvaarding gevoegd.
De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of in de toepasselijke algemene voorwaarden wellicht een of meerdere contractuele regelingen zijn opgenomen over de verschillende onderdelen van de vordering, en zo ja, of die regelingen oneerlijk zijn. Bij gebreke van de algemene voorwaarden kan de kantonrechter zijn ambtshalve taak op dit punt niet uitvoeren. De kantonrechter moet daar consequenties aan verbinden. Omdat de kantonrechter geen aanleiding heeft te veronderstellen dat ten aanzien van de gevorderde hoofdsom een contractuele regeling is bedongen, zal die consequentie worden beperkt tot de buitengerechtelijke incassokosten en rente. Die gevorderde vergoedingen ten aanzien van de woonruimte zullen bij wijze van sanctie worden afgewezen, ook al zijn deze vergoedingen in deze procedure gebaseerd op wettelijke bepalingen.1
De ontbinding en ontruiming van de woonruimte
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het appartement overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.2 De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen.
Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.3
Per 1 januari 2021 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in werking getreden. In artikel 2 van het op deze wet gebaseerde Besluit gemeente schuldhulpverlening is bepaald dat een verhuurder van woonruimte, indien een huurachterstand is ontstaan, de contactgegevens van de huurder en de hoogte van de huurachterstand aan het college verstrekt voor schuldhulpverlening door de gemeente (om door vroegsignalering het ontruimen van woningen als gevolg van schulden te voorkomen). Hoewel Lynevi niet aan voornoemde verplichting heeft voldaan, is de kantonrechter in deze zaak van oordeel dat de ontbinding van de huurovereenkomst toch gerechtvaardigd is. De kantonrechter acht het namelijk niet aannemelijk dat een vroegsignalering in dit geval het oplopen van de huurachterstand had kunnen voorkomen. [huurder] had immers zelf al, zoals bij antwoord toegelicht, hulp gezocht bij de gemeente om de situatie op te lossen. Zij had daar ook al een gesprek gehad, zo blijkt uit de WhatsApp-berichten overgelegd als productie 5 bij de dagvaarding. Gelet hierop acht de kantonrechter het verzuim van Lynevi om de achterstand aan de gemeente te melden dan ook niet van doorslaggevend belang.
Vast is komen te staan dat de huurachterstand betreffende het appartement op het moment van dagvaarden vier maanden bedroeg en dat deze daarna is opgelopen tot negen maanden. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. De enkele wens van [huurder] om in de woning te blijven wonen kan de kantonrechter begrijpen, maar is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. In haar overweging neemt de kantonrechter ook mee dat [huurder] tot op heden geen contact heeft opgenomen met verhuurder om eventueel afspraken te maken en ook niet heeft aangegeven of er binnen afzienbare tijd een verbetering te verwachten valt.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [huurder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
Lynevi wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 1.175,00, te rekenen vanaf maart 2026 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal eveneens worden toegewezen.
De openstaande vorderingen ten aanzien van de bedrijfsruimte
Lynevi vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Lynevi heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Lynevi heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 460,75 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal ook worden toegewezen. Omdat Lynevi niet heeft gesteld dat de schade (de buitengerechtelijke incassokosten) al eerder dan op de datum van de dagvaarding is geleden, zal de gevorderde rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.
Lynevi heeft tot slot de wettelijke handelsrente gevorderd over de huurachterstand betreffende de bedrijfsruimte. De kantonrechter acht deze vordering toewijsbaar, met dien verstande dat [huurder] de wettelijke handelsrente verschuldigd is vanaf de vervaldata van de huurtermijnen tot aan de dag van de volledige betaling.
Op vordering van de eiser kan de (kanton)rechter zijn vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren tenzij uit de wet of de aard van de zaak anders voortvloeit (artikel 233 Rv). Een dergelijke wettelijke uitzondering is geregeld in artikel 7:295 lid 1 BW op grond waarvan de opgezegde huurovereenkomst van rechtswege van kracht blijft totdat de (kanton)rechter onherroepelijk heeft beslist op de vordering van de verhuurder tot vaststelling van het tijdstip waarop de overeenkomst zal eindigen. Hierbij past de hoofdregel dat de (kanton)rechter het vonnis, waarin het tijdstip voor ontruiming en beëindiging wordt vastgesteld niet uitvoerbaar bij voorraad verklaart tenzij aan de in artikel 7:295 BW genoemde uitzondering is voldaan. Nu dit laatste niet het geval is zal de kantonrechter de vordering niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
De proceskosten
[huurder] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Lynevi worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
130,16 |
|
|
- griffierecht |
€ |
559,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
720,00 |
(2 punten × € 360,00) |
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.553,16 |
5 De beslissing
De kantonrechter
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woonruimte aan het [adres],
veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de gehuurde woonruimte te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Lynevi zijn, en de sleutels af te geven aan Lynevi,
veroordeelt [huurder] om betreffende de woonruimte te betalen aan Lynevi:
- € 4.700,00 aan achterstallige huur betreffende tot en met februari 2026,
- € 1.175,00 per maand vanaf maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
veroordeelt [huurder] om te betalen aan Lynevi de wettelijke handelsrente over de huurachterstand bedrijfsruimte van een bedrag van in totaal € 4.476,60, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van de huurtermijnen tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [huurder] om aan Lynevi te betalen een bedrag van € 460,75 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.553,16, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.2 tot en met 5.6 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Sprundel-Jansen en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026. |
||