RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12146598 \ CV EXPL 26-1556
Vonnis van 7 oktober 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde] , H.O.D.N. [bedrijf],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. H.M. Hueting.
De zaak in het kort
[eiser] heeft een caravan gekocht van [gedaagde] , maar vanwege gebreken en onduidelijkheid over de vraag of de caravan volledig nieuw was hebben partijen gekeken naar een mogelijke oplossing. Vast is komen te staan dat partijen een schikkingsovereenkomst zijn overeengekomen. Op grond hiervan moest [gedaagde] de koopsom en een tegemoetkoming (terug)betalen en de caravan ophalen, maar dit heeft hij niet gedaan. De vorderingen om hier alsnog toe over te gaan worden toegewezen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenvonnis van 18 maart 2026 met de daarin genoemde stukken,
-
de akte van [eiser] ,
-
de akte van [gedaagde] ,
-
de aanvullende producties 22 t/m 24 van [eiser] ,
-
de spreekaantekeningen van [eiser]
-
de mondelinge behandeling van 25 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Op 30 maart 2025 heeft [eiser] een caravan van het merk Knaus, type 450 FU Sudwind bij [gedaagde] gekocht voor een bedrag van € 29.250,00. Op de caravan is een mover gemonteerd voor € 1.000,00. In totaal heeft [eiser] € 30.250,00 voor de camper en mover betaald aan [gedaagde] .
Op het aankoopformulier staat bij datum afgifte: “Nieuw” geschreven. Op de advertentie staat: “conditie Nieuw” en in de omschrijving “KNAUS 45 FU SUDWIND 60 YEARS NIEUW MET DIVERSE OPTIES !!”. Op de factuur staat onder meer: “betreft: Caravan zoals gekocht en accoord bevonden”.
Op 19 april 2025 heeft [eiser] een e-mailbericht aan [gedaagde] gestuurd met daarin:
“Goedemiddag, Ik las op op de factuur de zin “caravan zoals gekocht en akkoord bevonden”. Ik begrijp niet wat daar mee wordt bedoeld, kunt u dat uitleggen? Mocht het per abuis zijn neergezet zie ik het veranderd in nieuwe caravan volgens onderstaande specificaties of iets in die trant zodat het in ieder geval niet kan insinueren dat er iets mis of aan de hand kan zijn met de caravan.”.
[gedaagde] heeft hierop gereageerd met:
“Goedemiddag, Dit staat er niet per abuis, dat is een standaard regel bij facturering van een voertuig. Het betreft hier een nieuwe ongebruikte btw caravan.”
Op 26 april 2025 is de caravan geleverd.
Begin juni 2025 heeft [eiser] een brief aan [gedaagde] gestuurd met een opsomming van gebreken, waaronder dat sprake was van oxidatieplekken/roestvorming op diverse (onder)delen zoals van/op de dissel, de koppeling en het chassis, vochtvlekken en beschadigingen. Volgens [eiser] was geen sprake van een nieuwe ongebruikte caravan.
Op 26 juni 2025 heeft (gemachtigde van) [gedaagde] een voorstel gedaan:
“Desondanks is cliënt bereid uw cliënt tegemoet te komen. Hij doet daarom het volgende, eenmalige voorstel:
• [gedaagde] koopt de caravan voor het oorspronkelijke aankoopbedrag van [eiser] terug;
• [gedaagde] haalt de caravan kosteloos op bij de stalling waarbij [eiser] garandeert dat de caravan zich in dezelfde staat bevindt als bij aankoop;
• [gedaagde] betaalt een tegemoetkoming van € 500,- aan uw cliënt.
Partijen verlenen elkaar na uitvoering van het voorgaande finale kwijting.”.
Op 30 juni 2025 heeft (gemachtigde van) [eiser] per e-mail aangegeven akkoord te zijn met het voorstel:
“Hoewel partijen van mening verschillen over de feiten en er wel degelijk reden is om de buitengerechtelijke kosten te vorderen, is cliënt akkoord met het voorstel van uw cliënt om een tegemoetkoming van EUR 500.- te betalen.
Van belang is dat de caravan, zoals uw cliënt bekend is, een week gebruikt is, zodat de staat niet meer exact gelijk is aan de staat tijdens de aankoop. Cliënt heeft een lijst verstrekt met door hem bij de levering geconstateerde zaken. Cliënt garandeert dat hij zeer nauwgezet en voorzichtig met de caravan is omgegaan. Voor de uitvoering is van belang dat de caravan in [adres] in de opslag staat. Ophalen is enkele dagen na aanmelding mogelijk.
Verder wenst cliënt dezelfde betaal- en leverprocedure te volgen als uw cliënt, waarbij er betaald wordt en daarna overgeschreven en aangekoppeld wordt.
Graag ontvang ik uw bevestiging van het voorgaande. Van belang is nog dat een ophaalmoment in overleg met de stalling moet worden vastgesteld. De stalling hanteert de regel dat dit minimaal drie dagen van tevoren moet worden aangemeld. Graag ontvang ik drie mogelijke data waarop uw cliënt de caravan kan ophalen, zodat dit kan worden afgestemd en aangemeld.”.
Op 4 juli 2025 heeft (gemachtigde van) [eiser] per e-mailbericht aangegeven:
“Naar aanleiding van onderstaande bevestiging van de regeling vernam ik nog niet van u naar aanleiding van onderstaande e-mail. Graag verneem ik van u.”.
Op 10 juli 2025 heeft (gemachtigde van) [eiser] per e-mailbericht aangegeven:
“Geachte confrère, Aangezien ik tot op heden nog geen data van u heb ontvangen om de overeenkomst uit te voeren, geef ik onderstaand twee data:
• maandag 14 juli a.s. 13:00 uur;
• donderdag 17 juli a.s. 15:30 uur
Graag verneem ik uiterlijk morgenochtend van u welke datum uw cliënt schikt.”.
Op 16 juli 2025 heeft (gemachtigde van) [eiser] per e-mailbericht aangegeven:
“Geachte confrère,
Helaas vernam ik niet van u naar aanleiding van onderstaand bericht. Ik heb u ook diverse malen geprobeerd telefonisch te bereiken. Ik verzoek u om per omgaande te reageren, Als de nakoming langer uitblijft, dan zal cliënt in rechte nakoming afdwingen en de proceskosten op uw cliënt verhalen.”.
Op 21 juli 2025 heeft (gemachtigde) van [gedaagde] per e-mailbericht aangegeven:
“Cliënt heeft mij aangegeven niet meer bereid te zijn de caravan op te halen. Hij heeft hiertoe een voorstel gedaan dat niet geaccepteerd is, ondanks dat deze ruim van te voren is gecommuniceerd. Hiermee is de afspraak voor hem komen te vervallen. Hij had ter voorbereiding gezorgd voor vervanging in de winkel en iemand die met hem mee zou gaan om de caravan te bekijken. Nadat hij het adres van de stalling kreeg, heeft hij contact opgenomen om direct een afspraak te maken, zonder kwade bedoelingen. Daar is vervolgens een lezing aan gegeven die cliënt niet herkend.
Eveneens houdt cliënt een andere lezing over aan het contact met de werkgever van uw cliënt. Uw cliënt verkondigde aan cliënt dat hij via de systemen van de gemeente waar hij werkt de caravan heeft nagetrokken. Dit gebruik van gemeentelijke systemen voor privé-doeleinden is niet toegestaan, zulks heeft hij dus aangekaart bij de gemeente. Naar ik begreep lopen daar nu onderzoeken naar.
Kort en goed, bij cliënt bestaat geen bereidheid meer om de caravan op te halen. Hij stelt uw cliënt in de gelegenheid de caravan binnen één week na ontvangst van deze e-mail af te leveren. Gebeurt dat niet, dan zal hij de caravan niet meer (kosteloos) terugnemen, hij heeft hiertoe meermaals gelegenheid geboden inmiddels. In het geval van terugname dient uw cliënt te bevestigen dat de caravan anders dan de ene kampeervakantie van twee weken, niet gebruikt is. Mocht blijken dat de caravan wel meer gebruikt is of er beschadigingen zijn, dan zal cliënte de kosten hiervan aftrekken van de terug te betalen som. Bij herstel zal cliënt vanzelfsprekend alleen de eventueel aanwezige gebreken herstellen van welke kan worden aangetoond dat deze bij aankoop aanwezig waren.”.
Op 23 juli 2025 heeft (gemachtigde van) [eiser] in een e-mailbericht aangeven:
“Er is nadrukkelijk overeengekomen dat uw cliënt de caravan op zou komen halen. Er is daarbij ook aangegeven dat er voorafgaande afstemming nodig is met de caravanstalling. Uw cliënt heeft slechts 1 ophaaldatum genoemd, hier de stalling rechtstreeks over benaderd, waarna hij te horen kreeg dat deze datum niet mogelijk was. Cliënt heeft uw cliënt verzocht om alternatieve data door te geven. Hierop heeft uw cliënt niet gereageerd. Cliënt heeft onverplicht zelf twee data doorgegeven. Ook hierop heeft uw cliënt niet gereageerd, ondanks belpogingen en e-mails van mijn zijde. Vervolgens krijg ik pas 21 juli jl. uw onderstaande e-mail, met de mededeling dat uw cliënt de caravan niet meer wil ophalen. Het behoeft geen betoog dat het eenzijdig melden van 1 ophaaldatum die niet met cliënt was afgestemd en daarnaast ook niet mogelijk was bij de stalling, geen reden is om de overeenkomst niet na te komen. Aangezien uw cliënt aangeeft dat hij de overeenkomst niet wil nakomen op het punt van het ophalen van de caravan, is uw cliënt wegens deze mededeling in verzuim. Zoals eerder aangegeven, zal cliënt nakoming vorderen. Hierdoor zullen onnodig kosten gemaakt moeten worden. Cliënt zal vorderen dat de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten en de wettelijke rente voor rekening van uw cliënt zullen worden gebracht. Hoewel het voor deze kwestie niet relevant is, meld ik u nog dat de werkgever van cliënt heeft geconstateerd dat er geen onregelmatigheden hebben plaatsgevonden.”.
3 Het geschil
[eiser] vordert - samengevat – primair veroordeling van [gedaagde] in de nakoming van de schikkingsovereenkomst op straffe van een dwangsom. Hij vordert betaling van € 32.542,55, vermeerderd met wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en opslagkosten. Subsidiair vordert [eiser] vernietiging van de koopovereenkomst met betaling van € 32.441,64, vermeerderd met wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en opslagkosten, met veroordeling van [gedaagde] tot ophalen van de caravan op straffe van een dwangsom. In beide gevallen met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten vermeerderd met wettelijke rente.
[eiser] legt aan zijn vordering primair ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de schikkingsovereenkomst ten aanzien van de aangekochte caravan. Op grond hiervan moet [gedaagde] de aankoopsom en tegemoetkoming betalen en de caravan ophalen, maar dit heeft hij niet gedaan. Subsidiair legt [eiser] aan zijn vorderingen ten grondslag dat sprake is van dwaling bij het aangaan van de koopovereenkomst van de caravan.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
[gedaagde] voert – samengevat – aan dat partijen geen schikkingsovereenkomst zijn aangegaan, omdat hierover geen overeenstemming is bereikt. Daarnaast is ook geen sprake van dwaling, omdat [gedaagde] heeft medegedeeld dat de caravan overjarig was.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Schikkingsovereenkomst
Allereerst is het de vraag of tussen partijen een schikkingsovereenkomst tot stand is gekomen. De kantonrechter stelt hierbij voorop dat op 26 juni 2025 [gedaagde] een voorstel hiervoor heeft gedaan. Dit voorstel hield in dat [gedaagde] de caravan terugkoopt voor het oorspronkelijke aankoopbedrag, hij de caravan kosteloos ophaalt bij de stalling waarbij [eiser] garandeert dat de caravan zich in dezelfde staat bevindt als bij aankoop en dat [gedaagde] een tegemoetkoming van € 500,00 aan [eiser] betaalt. Op 30 juni 2025 heeft [eiser] aangegeven akkoord te zijn met dit voorstel.
In zijn conclusie van antwoord stelt [gedaagde] zich nog op het standpunt dat er geen schikkingsovereenkomst tot stand is gekomen tussen partijen, omdat [eiser] in zijn reactie op het voorstel van [gedaagde] een aanvullende voorwaarde had gesteld met betrekking tot de betaal- en leveringsprocedure. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] echter een nieuw standpunt ingenomen. Hij heeft toegelicht dat hij de caravan eerst wilde zien voordat hij hem zou ophalen. Hij heeft daarom zelf contact opgenomen met de stalling en daarbij is hij zodanig vervelend te woord gestaan door de stallingseigenaresse dat dit voor hem een reden was om de caravan niet meer op te halen.
De kantonrechter is van oordeel dat met het aanbod van [gedaagde] van 26 juni 2025 en de aanvaarding van [eiser] van 30 juni 2025 een schikkingsovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt nergens uit dat het bekijken van de caravan door [gedaagde] een voorwaarde was voor het tot stand komen van de schikkingsovereenkomst. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] geen aangenaam gesprek heeft gehad met de stallingseigenaresse en dat hij de caravan daarom niet meer wilde ophalen, maar dit betekent niet dat hij daardoor niet meer aan zijn verplichtingen aan de schikkingsovereenkomst moet voldoen.
Terugbetaling aankoopsom en tegemoetkoming
Ter zitting is besproken dat [eiser] zowel nakoming van de schikkingsovereenkomst als terugbetaling van de koopsom heeft gevorderd, maar dat dit dubbelop is en niet zoals [eiser] bedoeld heeft. De kantonrechter zal op grond van (nakoming van) de schikkingsovereenkomst de gevorderde betaling van de koopsom van € 30.250,00 en overeengekomen tegemoetkoming van € 500,00, in totaal een bedrag van € 30.750,00 toewijzen. Nakoming van de schikkingsovereenkomst houdt ook in dat [gedaagde] de caravan kosteloos ophaalt bij de stalling, zodat ook deze vordering wordt toegewezen.
Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] nog gevraagd of er rekening gehouden kan worden met het feit dat de caravan inmiddels aanzienlijk minder waard is geworden en er mogelijk lekkages zijn, omdat hij nu al een tijdje stilstaat. De kantonrechter is van oordeel dat het feit dat de caravan niet eerder is opgehaald conform de schikkingsovereenkomst te wijten is aan [gedaagde] zelf. Dit komt dus voor zijn rekening en risico.
Dwangsom
[eiser] heeft een dwangsom gevorderd van € 250,00 per dag met een maximum van € 25.000,00 als [gedaagde] niet binnen veertien dagen na datum van het vonnis voldoet aan het nakomen van de schikkingsovereenkomst.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat nergens uit blijkt dat hij niet aan de veroordeling zal voldoen. De kantonrechter ziet in de omstandigheid dat [gedaagde] de schikkingsovereenkomst eerder niet is nagekomen aanleiding om de gevorderde dwangsom wel toe te wijzen. De kantonrechter zal deze wel matigen naar € 150,00 per dag met een maximum van € 15.000,00.
Wettelijke rente
[eiser] heeft ook wettelijke rente over het bedrag van € 30.750,00 gevorderd, berekend vanaf 18 juli 2025, omdat [eiser] op die datum aan [gedaagde] al ruimschoots de gelegenheid had gegeven om de caravan op te halen. De kantonrechter is echter van oordeel dat [gedaagde] pas op 21 juli 2025 in verzuim was, gelet op zijn mededeling dat hij de afspraken uit de schikkingsovereenkomst niet zal nakomen. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen vanaf 21 juli 2025.
Opslagkosten
[eiser] vordert ook opslagkosten vanaf juli 2025, omdat hij de caravan heeft moeten stallen. Ter zitting heeft [eiser] zijn eis vermeerderd, omdat de opslagkosten voor de camper inmiddels zijn opgelopen van € 225,00 naar € 1.350,00. [gedaagde] heeft aangevoerd dat [eiser] deze kosten altijd zou hebben gehad en dat dit dus geen schade is die [eiser] heeft geleden. De kantonrechter is het hier niet mee eens. Als [gedaagde] de schikkingsovereenkomst was nagekomen, dan was de caravan al opgehaald in juni 2025 en dan had [eiser] deze kosten niet gehad. De gevorderde betaling van de opslagkosten wordt daarom toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. [eiser] heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat [eiser] geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 1.067,00 worden toegewezen.
De proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
149,02 |
|
|
- griffierecht |
€ |
753,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
1.154,00 |
(2 punten × € 577,00) |
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
2.200,02 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 30.750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 21 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om de caravan op te halen bij de stalling aan [adres] ,
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 150,00 voor iedere dag dat hij niet binnen veertien dagen na datum van dit vonnis aan de hoofdveroordelingen onder 5.1 en 5.2 voldoet, tot een maximum van € 15.000,00 is bereikt,
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.350,00 aan opslagkosten,
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.067,00 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.200,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. RGoossens en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026. |
||