ECLI:NL:RBZWB:2026:9641

Datum uitspraak
06-10-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Zaaknummer
BRE 26/639
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om proceskostenvergoeding. Beroep ongegrond. Herroeping van het besluit heeft niet naar aanleiding van het bezwaar plaatsgevonden.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26/639

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 oktober 2026 in de zaak tussen

[persoon] in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [betrokkene] (betrokkene), uit [plaats] , eiser,

en

CAK.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om vergoeding van proceskosten in bezwaar. Eiser is het niet eens met die afwijzing en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van onder meer deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college de proceskosten in bezwaar aan eiser had moeten vergoeden.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat geen aanleiding bestaat om het verzoek om proceskostenvergoeding toe te kennen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. CAK heeft met het besluit van 1 augustus 2025 (primair besluit) de lage eigen bijdrage van betrokkene voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) vanaf 17 juni 2025 vastgesteld op € 29,20 per maand.

2.1.

Eiser heeft namens betrokkene bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit, omdat hij het niet eens was met de ingangsdatum. CAK heeft op 5 september 2025 een wijzigingsbesluit genomen en de ingangsdatum aangepast naar 28 mei 2025. Met het besluit van 4 december 2025 (bestreden besluit) heeft CAK het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

2.2.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit, vanwege de afwijzing van het verzoek om vergoeding van de proceskosten. CAK heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

2.3.

De rechtbank heeft het beroep op 25 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: [vertegenwoordiger] namens CAK. Eiser heeft zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank gaat uit van de volgende vaststaande feiten. Betrokkene heeft een indicatie voor zorg in de vorm van een modulair pakket thuis van uit de Wlz. Voor deze zorg is een eigen bijdrage verschuldigd. CAK berekent de eigen bijdrage op basis van de zorggegevens van het zorgkantoor en de inkomensgegevens van de Belastingdienst. In het primaire besluit heeft CAK op basis van de aanvankelijk aangeleverde zorggegevens besloten om de lage eigen bijdrage vanaf 17 juni 2025 vast te stellen op € 29,20 per maand. CAK heeft op een later moment nieuwe zorggegevens doorgekregen van het zorgkantoor, waaruit blijkt dat betrokkene al vanaf 27 mei 2025 zorg in de vorm van een modulair pakket thuis ontvangt. Om die reden heeft CAK een wijzigingsbesluit genomen en daarmee de ingangsdatum aangepast. Omdat betrokkene op 27 mei 2025 ook nog zorg in de vorm van verblijf in een instelling ontving, is de hoogte van de eigen bijdrage aangepast vanaf 28 mei 2025. Eiser had ondertussen al bezwaar gemaakt en daarbij verzocht om vergoeding van de proceskosten in de bezwaarprocedure.

4. CAK heeft met het bestreden besluit het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen, omdat de onrechtmatigheid van het primaire besluit niet aan CAK te wijten is. Daarnaast zou CAK ook zonder het door eiser ingediende bezwaarschrift het primaire besluit hebben herzien op basis van de gegevens van het zorgkantoor. Hiermee ziet CAK geen aanleiding voor vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase.

Heeft eiser procesbelang?

5. Procesbelang is het belang dat iemand heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat diegene voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor hem van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft degene die opkomt tegen een besluit, procesbelang bij een beoordeling van zijn bezwaar of beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen.1

5.1.

Als uitgangspunt geldt dat het enkel niet vergoeden van proceskosten in bezwaar geen zelfstandig procesbelang oplevert.2 Procesbelang is echter wel aanwezig als het betrokken bestuursorgaan zijn besluit in bezwaar heeft herroepen zonder daarbij een vergoeding van bezwaarkosten toe te kennen terwijl daar wel om was gevraagd, of als de hoogte van een toegekende vergoeding van bezwaarkosten in geschil is.3 De rechterlijke beoordeling blijft dan in beginsel beperkt tot de gegeven beslissing over de bezwaarkosten als zodanig.

5.2.

Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank procesbelang, omdat het primaire besluit is herroepen zonder de gevraagde proceskostenvergoeding toe te kennen.

Heeft CAK het verzoek om proceskostenvergoeding op juiste gronden afgewezen?

6. Eiser stelt zich op het standpunt dat het CAK gelet op het wijzigingsbesluit ten onrechte het verzoek om vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase heeft afgewezen.

6.1.

Op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden de proceskosten in bezwaar uitsluitend vergoed voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

6.2.

Recht op proceskostenvergoeding bestaat dus alleen wanneer de heroverweging leidt tot een herroeping van het primaire besluit. Van herroepen in de zin van artikel 7:11 van de Awb is sprake als het besluit waartegen bezwaar is gemaakt wordt ingetrokken of naar zijn rechtsgevolgen wordt gewijzigd. Voor zover nodig neemt het bestuursorgaan in de plaats daarvan een nieuw besluit.

6.3.

Wanneer het bestuursorgaan tijdens de bezwaarfase het primaire besluit intrekt en dat besluit vervangt, dan wordt dit voor de toepassing van art. 7:15 Awb met herroepen op één lijn gesteld, mits de intrekking geschiedt als gevolg van het bezwaar.4

6.4.

Vaststaat dat het primaire besluit is herroepen. CAK heeft het besluit in de bezwaarfase gewijzigd en voor betrokkene betekent dit dat de lage eigen bijdrage eerder van toepassing is. Partijen zijn echter (onder andere) verdeeld over de vraag of de herroeping naar aanleiding van het bezwaarschrift heeft plaatsgevonden. De rechtbank oordeelt daarover als volgt. Weliswaar is in het bestreden besluit de zin “Naar aanleiding van uw bezwaarschrift hebben wij het zorgkantoor gevraagd om de zorggegevens te controleren.” opgenomen, wat bij eerste lezing doet vermoeden dat het besluit naar aanleiding van het bezwaar is herroepen, maar gebleken is dat dit niet het geval is. CAK heeft ter zitting toegelicht dat de herroeping van het besluit voortvloeit uit de melding van het zorgkantoor die CAK omstreeks 24 juli 2025 heeft ontvangen, waarna op die datum een brief aan eiser is verzonden. De beschikking van 1 augustus 2025 was op dat moment echter al aangemaakt in het automatische systeem en de verzending daarvan kon niet ongedaan worden gemaakt. Om die reden heeft CAK vervolgens het wijzigingsbesluit van 5 september 2025 genomen. In het kader van de bezwaarprocedure heeft CAK volledigheidshalve gecontroleerd of de zorggegevens nog steeds juist waren (daarop ziet de hiervoor geciteerde zin uit het bestreden besluit), wat het geval was. De rechtbank volgt CAK daarom in het standpunt dat herroeping van het besluit niet naar aanleiding van het bezwaar heeft plaatsgevonden. Reeds daarom slaagt het beroep niet.

6.5.

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat zelfs als wel voldaan zou zijn aan de vereisten van artikel 7:15 van de Awb, CAK geen aanleiding had hoeven zien voor vergoeding van de proceskosten in bezwaar. Voor zover eiser stelt dat sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand door [b.v.] ., overweegt de rechtbank dat alle (proces)stukken zijn ingediend door de bewindvoerder zelf. Dat hij dat doet op briefpapier van de B.V. c.q. met vermelding van de B.V., doet daaraan niet af. Hij heeft nota bene bij het indienen van het beroep verwezen naar de beschikking van de kantonrechter waarin hij (pro se) benoemd is tot bewindvoerder met daarbij als toelichting dat daaruit blijkt dat hij als gemachtigde namens betrokkene mag optreden. Uit vaste rechtspraak volgt dat een gemachtigde, indien hij in rechte optreedt vanuit zijn hoedanigheid als bewindvoerder, niet kan worden aangemerkt als derde als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, zodat de kosten van rechtsbijstand van die gemachtigde niet voor vergoeding in aanmerking komen.5

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van V.J. Wuijten, griffier, op 6 oktober 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »