ECLI:NL:RBZWB:2026:9522

Datum uitspraak
02-10-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Zaaknummer
BRE 26/2428 en 26/2829
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

8:54; De rechtbank verklaart de beroepen wegens het uitblijven van een beslissing op de bezwaarschriften niet-ontvankelijk, omdat de bezwaren vallen onder de 'massaal bezwaar plus'-procedure.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 26/2428 en 26/2829

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2026 in de zaken tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen die belanghebbende heeft ingesteld, omdat de inspecteur volgens hem niet op tijd heeft beslist op de bezwaarschriften van 26 en 29 augustus 2024, ontvangen door de inspecteur op 2 september 2024. De beroepen zien op de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2018 en 2019 met aanslagnummers [aanslagnummer] .H.86.01 en [aanslagnummer] .H.96.01.

1.1.

Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank verklaart de beroepen wegens het uitblijven van een beslissing op de bezwaarschriften van 26 en 29 augustus 2024 niet-ontvankelijk, omdat de bezwaren vallen onder de ‘massaal bezwaar plus’-procedure. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

2.1.

Bij besluit1 heeft de Staatssecretaris van Financiën de daarin nader omschreven verzoeken om ambtshalve vermindering van aanslagen IB/PVV voor de jaren 2017 tot en met 2020 waarbij sprake is van belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3) en de bezwaarschriften tegen de afwijzing hiervan aangemerkt als ‘massaal bezwaar plus’. Het gaat om aanslagen IB/PVV die onherroepelijk vaststonden op 24 december 2021, de datum waarop de Hoge Raad het zogenoemde Kerstarrest heeft gewezen.2

2.2.

De aanslagen IB/PVV 2018 en 2019 zijn op 19 november 2020 respectievelijk 24 september 2021 aan belanghebbende opgelegd. Belanghebbende heeft met dagtekening 26 augustus 2024 en 29 augustus 2024 bezwaar gemaakt tegen de aanslagen IB/PVV 2018 en 2019. Belanghebbende verzoekt de belastingheffing in box-3 vast te stellen op basis van het werkelijk behaalde rendement, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 20243.

2.3.

De inspecteur heeft met dagtekening 26 september 2024 belanghebbende laten weten dat de bezwaren zijn toegevoegd aan de ‘massaal-bezwaar-plus’-procedure.

2.4.

De rechtbank stelt vast dat de aanslagen IB/PVV 2018 en 2019 op 24 december 2021 onherroepelijk vast stonden. Een nadien gemaakt – en dus te laat – bezwaar wordt tevens aangemerkt als verzoek om ambtshalve vermindering. Een dergelijk verzoek valt onder de ‘massaal bezwaar plus’-procedure, ook als zij is gedaan binnen de vijfjaarstermijn. De ‘massaal-bezwaar-plus’-procedure ziet op de vraag of zogenaamde niet-bezwaarmakers zoals belanghebbende nog recht hebben op rechtsherstel. Die ziet niet op een individueel bezwaar waarop zou moeten worden beslist. De opgaaf werkelijk rendement maakt dat, anders dan belanghebbende stelt, niet anders. Ook die opgaaf valt binnen de reikwijdte van de aanwijzing ‘massaal bezwaar plus’.

2.5.

De termijn om te beslissen op bezwaren waarvoor de aanwijzing ‘massaal bezwaar plus’ geldt, wordt opgeschort tot en met de dag voorafgaande aan de dag waarop de collectieve uitspraak wordt gedaan.4 Dit geldt voor de beslistermijn van de bezwaren van 26 augustus 2024 en 29 augustus 2024, en ook voor het bezwaarschrift dat is gericht tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering van 7 januari 2026.

2.6.

De rechtbank concludeert dat de beslistermijn op het moment van het indienen van de beroepen niet tijdig beslissen dus nog niet was verstreken. Er was dus op dat moment geen sprake van niet tijdig beslissen door de inspecteur. De beroepen wegens niet tijdig beslissen zijn daarom niet-ontvankelijk.

2.7.

De rechtbank merkt ten overvloede op dat door de Hoge Raad inmiddels is beslist in de ‘massaal bezwaar plus’-procedure.5

Conclusie en gevolgen

3. De beroepen zijn kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van

mr. W. Dekkers, griffier.

griffier rechter

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »