ECLI:NL:RBZWB:2026:9473

Datum uitspraak
30-09-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
12100464 CV EXPL 26-831 (E)
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vernietiging kredietovereenkomst. Niet voldaan aan artikel 7:60 BW, dit levert een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193 BW op. Gedaagde hoeft enkel het geleende geld terug te betalen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Middelburg

zaak/rolnr.: 12100464 CV EXPL 26-831

vonnis d.d. 30 september 2026

inzake

de vennootschap naar buitenlands recht

Bondora A.S.,

gevestigd te Tallinn, Estland,

eiseres,

gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V. te Eindhoven,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonadres],

gedaagde,

niet verschenen.

1 Het verloop van het geding

De kantonrechter heeft een tussenvonnis gewezen, waarin is geoordeeld dat eiseres niet heeft voldaan aan de op haar rustende precontractuele informatieverplichtingen. De kantonrechter heeft daarop geoordeeld dat zij voornemens is de kredietovereenkomst(en) te vernietigen. Alvorens daartoe over te gaan is eiseres in de gelegenheid gesteld om zich hierover uit te laten. Eiseres heeft een akte genomen. Daarop volgt nu dit vonnis.

2 De verdere beoordeling

2.1

Eiseres verzet zich tegen de voorgenomen vernietiging van de kredietovereenkomst(en). Eiseres blijft bij het standpunt dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende precontractuele informatieverplichtingen. Tijdens het online aanvraagproces wordt alle precontractuele informatie betreffende het krediet aan de consument verstrekt. Artikel 7:60 BW vereist volgens eiseres niet dat de consument ieder document daadwerkelijk opent of afzonderlijk aanvinkt als blijk van akkoord. Doorslaggevend is volgens haar dat de consument vóór binding feitelijk in staat wordt gesteld om van de informatie kennis te kunnen nemen en deze te beoordelen, zodat een weloverwogen beslissing kan worden genomen. Hieraan heeft eiseres naar eigen zeggen voldaan. Voor het geval de kantonrechter van oordeel blijft dat sprake is van schending van de precontractuele informatieverplichtingen van artikel

7:60 BW, stelt eiseres zich op het standpunt dat dit niet tot gevolg heeft dat er sprake is van een oneerlijke handelspraktijk, zodat van vernietiging van de kredietovereenkomst op die grondslag geen sprake kan zijn.

Vernietiging van de kredietovereenkomst

2.2

De kantonrechter blijft bij haar voornemen om de overeenkomst te vernietigen. In tegenstelling tot wat eiseres stelt is de kantonrechter van oordeel dat het aanvraagproces van de lening zoals dat bij eiseres wordt doorlopen en wat is beschreven in het tussenvonnis, niet voldoet aan (de doelstelling van) artikel 7:60 BW. De benodigde informatie is niet dusdanig (helder, open, duidelijk en/of tijdig) aan gedaagde ter beschikking gesteld dat gedaagde in staat was om op basis van duidelijke, begrijpelijke criteria de economische gevolgen te beoordelen van de overeenkomst.1 Artikel 7:60 lid 3 BW bepaalt dat eiseres daarmee een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193 b BW heeft verricht.

2.3

De sanctie op deze oneerlijke handelspraktijk is dat de overeenkomst wordt vernietigd. Het gevolg van de vernietiging van de overeenkomst is dat gedaagde is gehouden om het geleende geld terug te betalen aan eiseres. Daarbij geldt dat gedaagde geen rente en kosten op grond van de (nietige) kredietovereenkomst verschuldigd is (geworden). Gelet op het door eiseres overgelegde betaaloverzicht is een bedrag van € 5.666,28 toewijsbaar (= geleend bedrag € 6.968,00 min verrichte betalingen € 1.301,72).

2.4

Uit de door de eiseres bij dagvaarding gevoegde stukken volgt dat de verschuldigde vergoeding voor het gebruik van aanvullende diensten, zoals B Secure, B Secure + en B On track, wordt toegevoegd aan de maandelijkse aflossing(en) van de consument en dat deze vergoeding wordt afgeschreven van de Bondora-rekening op de betaaldatum van de actieve lening(en) volgens het betalingsschema. De kantonrechter is van oordeel dat de kosten voor voornoemde dienst(en) met deze werkwijze dienen te worden beschouwd als kosten van het krediet. Nu de kredietovereenkomst is vernietigd heeft dit tot gevolg dat de vordering ter zake deze kosten dient te worden afgewezen.

2.5

Gedaagde is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Voor de akten na tussenvonnis zal geen salaris worden toegekend. De proceskosten van eiseres worden begroot op:

- dagvaarding € 120,78

- griffierecht € 559,00

- salaris gemachtigde € 360,00 (1 punt(en) x tarief € 360,00)

- nakosten € 144,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 1.183,78

3 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 5.666,28;

veroordeelt gedaagde tot betaling van de proceskosten van € 1.183,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde ook de kosten van betekening betalen;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op

30 september 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »