ECLI:NL:RBZWB:2026:9471

Datum uitspraak
05-08-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
12100464 CV EXPL 26-831 (T)
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voornemen vernietiging kredietoverenkomst. Kredietvertsrekker heeft niet voldaan aan de verplichting van artikel 7:60 BW.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Middelburg

zaak/rolnr.: 12100464 CV EXPL 26-831

vonnis d.d. 5 augustus 2026

inzake

de vennootschap naar buitenlands recht

Bondora A.S.,

gevestigd te Tallinn, Estland,

eiseres,

gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V.,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonadres],

gedaagde,

niet verschenen.

1 Het verdere verloop van het geding

Het procesverloop blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 maart 2026 en de in dat vonnis genoemde stukken;

- de akte tevens houdende vermindering van eis.

2 De verdere beoordeling

2.1

Eiseres heeft zich bij akte verzet tegen de ambtshalve vernietiging van de overeenkomst en stelt – onder meer door nadere stukken – dat zij wel in staat is om de gepersonaliseerde kredietwaardigheidstoets van gedaagde inzichtelijk te maken.

Eiseres heeft niet voldaan aan haar informatieverplichtingen

2.2

Naast de kredietwaardigheidstoets, dient eiseres ook te voldoen aan haar informatieverplichtingen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft zij hieraan niet voldaan. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dat oordeel komt.

2.3

Ingevolge artikel 7:60 BW dient de kredietgever (of de kredietbemiddelaar) de consument ‘geruime tijd’ voordat deze door een kredietovereenkomst of een aanbod wordt gebonden, de in de artikelen 5 en 6 van Richtlijn 2008/48/EG voorgeschreven precontractuele informatie te verstrekken, op de in die artikelen voorgeschreven wijze. Dit kan door middel van het formulier ‘Europese standaardinformatie inzake consumentenkrediet’ (Esic-formulier).

2.4

Eiseres heeft als productie 4 het Esic-formulier overgelegd. Uit het door haar overgelegde voorbeeld van het proces voor het aangaan van de kredietovereenkomst blijkt echter niet dat de precontractuele informatie geruime tijd voordat deze door het aanbod wordt gebonden en op duidelijke wijze aan gedaagde is verstrekt. Uit het overgelegde aanvraagproces blijkt dat de consumenten daarin een geldlening wordt aangeprezen met teksten als “Durf groot te denken” en “Hallo! Ik ben Bondora, en ik ga je een lening helpen krijgen in slechts enkele eenvoudige stappen. Het duurt maar een paar minuten!”. Ten aanzien van de aan gedaagde aangeboden kredietovereenkomst is in het aanvraagproces geen essentiële informatie verstrekt, zoals het totale kredietbedrag en het jaarlijks kostenpercentage. Dit betreft essentiële informatie die ook in reclame voor een krediet op een duidelijke, beknopte en in het oog vallende wijze moet worden opgenomen.1 Enkel op de eerste pagina van het aanvraagproces is over de rente, het jaarlijks kostenpercentage en totaalbedrag op onopvallende wijze iets vermeld. Het is in kleine letters weergegeven onder de grote knop met daarop “Nu aanvragen”. Het aanvraagproces van eiseres is zo ingericht dat bij stap 5/6 drie leningen worden aangeboden, waarbij enkel wordt aangegeven welk bedrag wordt aangeboden, welk bedrag maandelijks moet worden betaald en hoeveel maanden de overeenkomst duurt. Daarvan kan één van de offertes worden gekozen, waarna het bankrekeningnummer moet worden ingevuld en vervolgens op de knop “Onderteken contract via sms” dient te worden geklikt. Helemaal onderaan de website, ver onder de knop “Onderteken contract via sms” worden in vakken met een lichtere kleur PDF-bestanden weergegeven met “Standaard Europese consumentenkrediet informatie”, “Betalingsschema”, “Leningsovereenkomst” en “Precontractuele informatie”. Deze bestanden zijn dusdanig weergegeven dat een gemiddelde consument deze informatie, net als algemene voorwaarden, doorgaans als onbelangrijk zal beschouwen en niet zal lezen voor het sluiten van de overeenkomst. Daardoor is het mogelijk dat een consument een kredietovereenkomst kan afsluiten zonder kennisname van de in artikel 7:60 BW bedoelde informatie en de in de overeenkomst vermelde bepalingen. In dat kader is van belang dat de consument ook geen actieve handeling heeft hoeven verrichten waaruit blijkt dat hij is gewezen op de betreffende informatie en dat hij daarmee instemt.2 Anders dan bij algemene voorwaarden, betreft het hier essentiële informatie, zodat eiseres daarmee naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende heeft voldaan aan haar precontractuele informatieplichten.

2.5

Het niet naleven van de verplichting van artikel 7:60 lid 1 BW levert volgens artikel 7:60 lid 3 BW een oneerlijke handelspraktijk op als bedoeld in artikel 6:193b BW. Artikel 6:193j lid 3 BW bepaalt vervolgens dat een overeenkomst die als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen, vernietigbaar is. De kantonrechter heeft daarom het voornemen de kredietovereenkomst ambtshalve te vernietigen. Eiseres zal in de gelegenheid worden gesteld zich hierover uit te laten.

2.6

Ingevolge artikel 3:53 jo. 6:203 BW moet gedaagde bij vernietiging van de overeenkomst het geleende geld terugbetalen aan eiseres. Daarbij geldt dat gedaagde geen rente en kosten op grond van de (nietige) kredietovereenkomst(en) verschuldigd is (geworden). Voor zover al bedragen zijn betaald aan aflossing op hoofdsom, rente en kosten, strekken deze in mindering op het terug te betalen geleende geld.

2.7

Als productie 5 is een betaalschema in het geding gebracht. Hieruit blijkt dat het af te lossen maandbedrag bestaat uit drie onderdelen, te weten hoofdsom, rente en beheerkosten. Uit de door eiseres overgelegde akte blijkt niet welke aflossingen gedaagde al heeft verricht en welk gedeelte van die aflossingen ziet op betaling van de hoofdsom, welk gedeelte op de rente en welk gedeelte op de beheerkosten. Eiseres wordt in de gelegenheid gesteld dit alsnog inzichtelijk te maken.

2.8

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rolzitting van 2 september 2026 om 9.00 uur voor akte uitlating aan de zijde van eiseres met betrekking tot hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 2.5 en 2.7 is overwogen,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen, en in het openbaar uitgesproken op

5 augustus 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »