ECLI:NL:RBZWB:2026:9401

Datum uitspraak
29-09-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Zaaknummer
26/1720 WIA
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Evident onredelijk. Gegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26/1720 WIA

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. J.L.A.M. van Os),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), verweerder.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de toekenning van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aan eiser. Eiser is het niet mee eens met de ingangsdatum van de uitbetaling van die uitkering. Aan de hand van zijn beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het beroep kan slagen.

1.1

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV ten onrechte de ingangsdatum van de uitbetaling heeft gesteld op 17 oktober 2023. Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Inleiding

2. Eiser is laatstelijk werkzaam geweest als systeembeheerder. Voor dat werk is hij uitgevallen wegens hoofdpijnklachten.

2.1.

Aan eiser is per 15 augustus 2005 een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend. Bij besluit van 27 juli 2006 is eisers ZW-uitkering met ingang van 21 augustus 2006 beëindigd. Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt. Eisers bezwaar is bij besluit van 15 december 2006 gegrond verklaard. Daarbij is bepaald dat eiser vanaf 21 augustus 2006 onverminderd arbeidsongeschikt is te beschouwen.

2.2.

Vervolgens heeft het UWV bij besluit van 23 maart 2007 eiser meegedeeld dat hij met ingang van 29 maart 2007 weer geacht wordt te kunnen werken en met ingang van die datum geen recht meer heeft op een ZW-uitkering. Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt. Met het besluit van 27 augustus 2007 is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld. Bij uitspraak van 12 maart 2009 is eisers beroep ongegrond verklaard. Het door eiser hiertegen ingestelde hoger beroep is ingetrokken.

2.3.

Op 10 februari 2015 heeft eiser een WIA-uitkering aangevraagd. Hij heeft daarbij aangegeven dat de eerste ziektedag is gelegen op 18 juli 2015. Met het besluit van 21 april 2015 heeft het UWV bepaald dat eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij voor het einde van de wachttijd van 104 weken hersteld is gemeld. Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt. Met het besluit van 19 augustus 2015 heeft het UWV eisers bezwaar ongegrond verklaard. Hiertegen is eiser in beroep gegaan. Bij uitspraak van 31 maart 2016 is het beroep van eiser ongegrond verklaard.

2.4.

In oktober 2023 heeft eiser het UWV gevraagd te onderzoeken of de hersteld melding voor de ZW in 2007 terecht is geweest en zo nee, of hij dan recht zou hebben op een WIA-uitkering.

2.5.

Met het besluit van 29 april 2025 (primaire besluit) heeft het UWV eiser in aanmerking gebracht voor betaling van een IVA-uitkering1 met ingang van 17 oktober 2023. Volgens het UWV is het recht op uitkering eerder ontstaan, namelijk per 13 augustus 2007 (de rechtbank begrijpt: 2 augustus 2007), maar omdat sprake is van een herhaalde aanvraag, kan de betaling van de uitkering niet eerder ingaan dan de datum waarop het verzoek is ontvangen. Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt. Met het besluit van 30 januari 2026 (bestreden besluit) is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

2.6.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

2.7.

De rechtbank heeft het beroep op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiser, zijn gemachtigde en E.A.M. Vervoort namens het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

3. Het bestreden besluit is, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, gebaseerd op een rapport van een verzekeringsarts van het UWV. De verzekeringsarts heeft op 29 oktober 2024 gerapporteerd dat bij de hersteldmelding van maart 2007 de klachten van eiser duidelijk zijn onderschat terwijl er voldoende aanwijzingen waren dat er sprake was van forse klachten. De hersteldmelding van maart 2007 was onterecht. Het werk was ook niet passend voor eiser. Dit maakt dat eiser de einde wachttijd had moeten bereiken in augustus 2007. Verbetering van de belastbaarheid is niet meer te verwachten. De verzekeringsarts heeft meerdere Functionele Mogelijkhedenlijsten opgesteld: per 2 augustus 2007, 12 juni 2017, 1 januari 2019, 30 december 2020, 17 oktober 2023 en 23 oktober 2024.

3.1.

Aan de hand van de door de verzekeringsarts opgestelde Functionele Mogelijkhedenlijsten heeft een arbeidsdeskundige eisers recht op een uitkering op verschillende data beoordeeld. Volgens de arbeidsdeskundige bedraagt eisers mate van arbeidsongeschiktheid per 2 augustus 2007 en per 12 juni 2017 57,74%. Per 1 januari 2019 wordt eiser 60,29% arbeidsongeschikt geacht. Vanwegeeen urenbeperking is eiser vanaf 30 december 2020 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt..

4. In geschil is of het UWV zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de ingangsdatum van de uitbetaling 17 oktober 2023 (datum aanvraag) is. Daarmee is van belang of voor het UWV aanleiding bestond om voor het verleden of alleen voor de toekomst terug te komen op de eerdere besluitvorming.

4.1.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser bij zijn verzoek om terug te komen op de eerdere besluitvorming geen nova heeft vermeld als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Met wat eiser aan nieuwe feiten of omstandigheden in zijn beroepschrift en ter zitting naar voren heeft gebracht, kan de rechtbank geen rekening houden, omdat nova al bij de aanvraag of uiterlijk in bezwaar moeten worden aangevoerd.

4.2.

De vervolgvraag die dan beantwoord moet worden is of de weigering om terug te komen op de eerdere besluitvorming evident onredelijk is. Dit kan het geval zijn als die besluitvorming ten tijde van het nemen ervan onmiskenbaar onjuist. Naar het oordeel van de rechtbank is dit, gelet op de rapportage van de verzekeringsarts van 29 oktober 2024, het geval. Het UWV heeft in het bestreden besluit ook gesteld dat de eerdere besluitvorming niet klopte.

4.3.

Wat hiervoor is overwogen, brengt de rechtbank tot de conclusie dat eiser vanaf 2 augustus 2007 in aanmerking had moeten worden gebracht voor een WIA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 57,74%. Per 1 januari 2019 had eiser in aanmerking moeten worden gebracht voor een WIA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 60,29%. Per 30 december 2020 had hij in aanmerking moeten worden gebracht voor een IVA-uitkering.

Conclusie

5. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het de ingangsdatum van de uitbetaling betreft. De rechtbank zal met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak voorzien en bepalen dat eiser vanaf 2 augustus 2007 in aanmerking moet worden gebracht voor een WIA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 57,74%, per 1 januari 2019 moet hij in aanmerking worden gebracht voor een WIA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 60,29% en per 30 december 2020 moet hij in aanmerking worden gebracht voor een IVA-uitkering. Het primaire besluit zal worden herroepen voor zover het de ingangsdatum van de uitbetaling betreft.

5.1.

Omdat het beroep gegrond is, moet het UWV het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser een vergoeding voor zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend, een beroepschrift ingediend en aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 666,-. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.534,-.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit voorzover het de ingangsdatum van de uitbetaling betreft;

- herroept het primaire besluit voorzover het de ingangsdatum van de uitbetaling betreft;

- bepaalt dat eiser met ingang van 2 augustus 2007 in aanmerking moet worden gebracht voor een WIA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 57,74%, per 1 januari 2019 moet hij in aanmerking worden gebracht voor een WIA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 60,29% en per 30 december 2020 moet hij in aanmerking worden gebracht voor een IVA-uitkering;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;

- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 54,- aan eiser moet vergoeden;

- veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.534,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 29 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »