RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 12069224 OV VERZ 26-135
dossiernummer : [nummer]datum : 15 september 2026
beschikking op een verzoek tot ontslag van de bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder
op verzoek van:
[verzoekster] ,
wonende op een bij de kantonrechter bekend geheim adres,
vertegenwoordigd door mr. J.J. Bronsveld, advocaat te Bergen op Zoom,
hierna te noemen: verzoekster,
inzake:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,
wonende te [woonadres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
met als bewindvoerder:
MWS Bewindvoeringen B.V., Kvkno. 86857894,
adres houdend te Postbus 19048, 4602 BA Bergen op Zoom.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
-
het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 26 januari 2026;
-
de bereidverklaring van de voorgestelde opvolgende bewindvoerder, ontvangen op 10 februari 2026;
-
de schriftelijke reactie van de huidige bewindvoerder, ontvangen op 13 februari 2026,
-
de reactie van mr. De Vos, advocaat, namens de vader van betrokkene, ontvangen op 12 maart 2026,
-
de onttrekking van mr. De Vos, ontvangen op 30 maart 2026;
-
de aanvullende stukken van verzoekster, ontvangen op 31 augustus 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 1 september 2026.
beoordeling
Bij beschikking is het vermogen van betrokkene onder bewind gesteld. De grondslag van het bewind is de lichamelijke of geestelijke toestand van betrokkene. Het bewind is ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek.
Verzoekster, zijnde de moeder van betrokkene. vraagt om ontslag van
MWS Bewindvoeringen B.V., Kvkno. 86857894, adres houdend te Postbus 19048, 4602 BA Bergen op Zoom, als bewindvoerder en om [verzoekster] , wonende op een bij de kantonrechter bekend geheim adres, te benoemen tot opvolgend bewindvoerder.
Daartoe wordt, samengevat, het volgende aangevoerd.
Sinds de overname van het bewind door de huidige bewindvoerder loopt het al niet goed.
Nota’s van zorgverleners blijven liggen, waardoor de zorg voor betrokkene in gevaar komt.
Wanneer verzoekster daarvoor aandacht vraagt, krijgt zij geen, of heel laat, reactie.
Eerder dit jaar is gebleken dat een controle van het Zorgkantoor niet tijdig uitgevoerd kon worden, ondanks dat de bewindvoerder drie herinneringen heeft ontvangen. Verzoekster heeft het vermoeden dat de bewindvoerder weinig ervaring heeft met het voeren van bewind in combinatie met PGB. Daarnaast vindt verzoekster de bejegening onprettig. Er is over en weer weinig vertrouwen tussen verzoekster en de bewindvoerder.
Verzoekster was zelf eerder bewindvoerder, samen met de vader van betrokkene.
De bewindvoerder is gewijzigd, omdat de samenwerking tussen hen beiden niet goed ging. Maar als het bewind met een neutrale derde ook niet goed loopt, dan kan ze het beter zelf doen.
De bewindvoerder erkent dat de overname van het bewind niet soepel is verlopen.
Verzoekster wilde zelf het PGB blijven beheren, maar de bewindvoerder doet dat altijd zelf in een bewind. Zij is daarvoor ook verantwoordelijk en moet stukken indienen bij het afleggen van rekening en verantwoording aan de rechtbank. Vanaf dat moment voelt de bewindvoerder zich constant uitgedaagd door verzoekster. Zij heeft altijd de regie gehad en doet nu alles om ervoor te zorgen dat ze de regie terugkrijgt. Verzoekster stelt correspondentie aan de bewindvoerder op met het doel te kunnen laten zien dat het niet goed gaat. In de eerste periode na de overname heeft de bewindvoerder getracht verzoekster te machtigen om mee te kijken in het PGB-portaal, maar dit bleek niet te kunnen. Gedurende die periode had de bewindvoerder zelf ook geen toegang tot het portaal, waardoor zorgverleners de eerste maand niet betaald konden worden. Inmiddels lopen die betalingen goed. De controle door het Zorgkantoor is later gedaan, omdat het Zorgkantoor een verkeerd telefoonnummer van de bewindvoerder bleek te hebben. Zodra verzoekster het signaal aan de bewindvoerder doorgaf dat het Zorgkantoor contact met hen zocht, heeft de bewindvoerder zelf naar het Zorgkantoor gebeld en is een afspraak voor de controle ingepland.
De bewindvoerder vindt het risicovol om het bewind terug te leggen bij verzoekster, omdat zij dan de enige is die iets kan regelen voor betrokkene en de zorg. Als er met verzoekster iets gebeurt, loopt dat vast.
De vader van betrokkene wil niet dat verzoekster weer bewindvoerder wordt.
Tijdens het bewind van verzoekster en vader is er een constructie geweest voor een lening, waar vader niet van op de hoogte is gebracht. Beiden zijn nog mentor van betrokkene, maar vader wordt nergens van op de hoogte gehouden en zorgverleners worden door verzoekster geïnstrueerd geen informatie aan hem te geven.
Vader adviseert het bewind bij de huidige bewindvoerder te laten, om te voorkomen dat er dingen gebeuren die niet passend zijn.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Het verzoek is onvoldoende onderbouwd. Er zijn algemene, op zichzelf staande situaties en niet duidelijk is geworden op welke punten het bewind nu nog steeds niet goed zou lopen.
Er zijn opstartproblemen geweest, dat wordt door de bewindvoerder niet betwist.
De bewindvoerder heeft echter duidelijk kunnen uitleggen waaraan dat heeft gelegen en die problemen zijn opgelost.
Het bewind terugleggen bij verzoekster is daarnaast geen optie, omdat de problemen tussen verzoekster en vader nog steeds spelen. Dit staat aan een goede samenwerking met de vader, als vader en als (mede)mentor, in de weg.
Verzoekster lijkt niet de samenwerking te zoeken met de bewindvoerder. Zij anticipeert niet, door de kennis die zij heeft op voorhand met de bewindvoerder te delen, zodat er rekening mee gehouden kan worden, maar zoekt de confrontatie en zoekt naar punten waarop de bewindvoerder tekort zou schieten.
De verstandhouding tussen verzoekster en bewindvoerder is niet goed. Dat maakt dat partijen op een zakelijke basis met elkaar om moeten gaan en dat mag van beiden ook verwacht worden.
Er zijn, concluderend, onvoldoende gewichtige redenen aangevoerd die zouden moeten leiden tot ontslag van de bewindvoerder.
beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Noort, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026. |
||
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.