ECLI:NL:RBZWB:2026:8742

Datum uitspraak
10-09-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
02-063913-26
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Veroordeling toegang verschaffen tot kinderporno. Vrijspraak van verwerven, bezit en verspreiden van kinderporno. Verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar. Gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, waarvan 89 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en een taakstraf voor de duur van 80 uren.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 02-063913-26

Vonnis van de meervoudige kamer van 10 september 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,

raadsvrouw mr. S. van de Voorde, advocaat te Middelburg.

1 Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 augustus 2026, waarbij de officier van justitie, mr. J.J. Peerboom, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 8 januari 2024 tot en met 13 november 2024 kinderporno heeft verworven, in bezit heeft gehad, zich daartoe de toegang heeft verschaft en heeft verspreid.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. De officier van justitie baseert zich daarbij op de bekennende verklaring van verdachte en de overige bewijsmiddelen in het dossier. De officier van justitie vordert verdachte partieel vrij te spreken van het verspreiden van kinderporno, nu daarvan niet is gebleken.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periode 16 kinderpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft. Deze afbeeldingen waren benaderbaar voor verdachte in de ten laste gelegde periode. Voor de overige afbeeldingen en video’s geldt dat daarvan geen informatie bekend is over de dag en het tijdstip waarop de bestanden zijn aangemaakt of toegankelijk waren en of dit binnen de ten laste gelegde periode valt. Verzocht wordt dan ook verdachte partieel vrij te spreken van handelingen met betrekking tot het overige ten laste gelegde kinderpornografisch materiaal.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

4.3.2.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de politie op 13 november 2024 naar de woning van verdachte is gegaan in verband met onderzoek naar de vermoedelijke aanwezigheid van kinderporno op gegevensdragers. De aanleiding hiervoor was een aantal Cybertip meldingsrapporten waaruit bleek dat er kinderpornografische afbeeldingen waren verstuurd, geüpload of verspreid. Het IP-adres dat daarbij was gebruikt, stond op naam van de vader van verdachte. De gebruikte gebruikersnaam stond op naam van verdachte. Op 13 november 2024 is dan ook een aantal gegevensdragers van verdachte in beslag genomen, waaronder een mobiele telefoon en een laptop. Op deze gegevensdragers zijn 163 afbeeldingen (144 foto’s en 19 video’s) aangetroffen die door de politie als kinderpornografisch zijn aangemerkt. Verdachte heeft verklaard dat hij kinderpornografisch materiaal heeft opgezocht, dit heeft opgeslagen op zijn telefoon en laptop en dat de telefoon en laptop alleen door hem werden gebruikt.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld ten aanzien van welk deel van het aangetroffen kinderpornografisch materiaal bewezen kan worden dat daarmee in de ten laste gelegde periode handelingen zijn verricht door verdachte. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Visuele weergave onder #1 in de toonmap

Uit het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal blijkt dat op de telefoon de visuele weergave #1 is aangetroffen in de cache-map van een software-applicatie en dat dit aantoont dat verdachte zich daartoe de toegang heeft verschaft en wel op 8 maart 2024, zo volgt uit de aanmaakdatum van het bestand. Het gaat hierbij om een mp4-bestand, een videobestand.

Visuele weergave onder #4 en #9 in de toonmap

Uit het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal blijkt dat ten aanzien van de visuele weergaven #4 en #9 vastgesteld kan worden dat de handelingen daarmee zijn gepleegd in de periode na 1 juli 2024. Enkel ten aanzien van de weergave #9, aangetroffen op de telefoon, is in genoemd proces-verbaal aangegeven om welke handeling het daarbij ging. Weergave #9 was opgeslagen in de cache-map van een software-applicatie, hetgeen aantoont dat verdachte zich daartoe de toegang heeft verschaft. Het proces-verbaal geeft geen duidelijkheid of weergave #4 en #9 foto- of videobestanden waren.

Gelet op het bovenstaande kan ten aanzien van de visuele weergaven slechts ten aanzien van de afbeeldingen #1 en #9 wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich daartoe in de ten laste gelegde periode de toegang heeft verschaft.

Voor het overige bevat het dossier onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat verdachte handelingen heeft verricht met betrekking tot het resterende aangetroffen kinderpornografisch materiaal binnen de ten laste gelegde periode. In het dossier zit geen informatie over de aanmaakdatum van het materiaal – met uitzondering van de zojuist genoemde afbeeldingen – en ook niet over de data waarop dat zou zijn bekeken of voor het laatst zou zijn benaderd. De rechtbank zal verdachte daarom partieel vrijspreken van hetgeen hem ten aanzien van het overige kinderpornografische materiaal is ten laste gelegd.

Pleegperiode

De rechtbank stelt op basis van het hiervoor overwogene vast dat verdachte zich de toegang heeft verschaft tot de afbeeldingen #1 en #9 in de periode van 8 maart 2024, zijnde de aanmaakdatum van afbeelding #01 van de toonmap, tot en met 13 november 2024, de datum waarop de gegevensdragers van verdachte in beslag zijn genomen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken voor zover een ruimere periode ten laste is gelegd.

4.4.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 8 maart 2024 tot en met 13 november 2024 te [plaats], gemeente Goes, meermalen, (in de periode van 8 maart 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht) een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft en (in de periode van 1 juli 2024 tot en met 13 november 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht) een visuele weergave van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten

- foto's en/of video’s en/of films en/of

- gegevensdrager, te weten een telefoon (GSM Blackview), waarop te zien is dat:

die persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis

(afbeelding #01 van toonmap)

en dat bij het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en op het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en bij het lichaam van die persoon een penis wordt gehouden en/of waarbij op dat lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is

(visuele weergave #09 van toonmap).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden met een proeftijd van drie jaren.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank om rekening te houden met de beslissing van de politierechter van 8 mei 2024, waarbij verdachte schuldig is verklaard zonder oplegging van een straf of maatregel. Deze beslissing is genomen ten aanzien van een feit dat is gepleegd in dezelfde periode als het onderhavige feit. Door de politierechter is rekening gehouden met het feit dat verdachte, functionerend op het niveau van een kind van 9 tot 12 jaar, niet strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn handelen. De verdediging verzoekt tot eenzelfde afdoening te komen als de politierechter. Verder concludeert de verdediging dat verdachte, gelet op zijn ontwikkelingsleeftijd, volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht. Indien de rechtbank de verdediging hierin niet volgt, stelt de verdediging zich subsidiair op het standpunt dat verdachte ten minste sterk verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

Aard en ernst van het feit

Verdachte heeft zich de toegang verschaft tot kinderpornografisch materiaal. Op de foto’s waren vergaande seksuele handelingen te zien met of door minderjarige jongens van tussen de 2 en 12 jaar oud. Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit. Bij de vervaardiging van kinderporno worden kinderen seksueel misbruikt en geëxploiteerd. Door het handelen van verdachte wordt de productie van kinderpornografisch materiaal gestimuleerd en in stand gehouden. Zonder vraag is er immers geen aanbod. De betrokken kinderen lopen vaak psychische schade op die gedurende lange tijd en vaak de rest van hun leven diepe sporen nalaat. Daarnaast is het erg moeilijk om eenmaal online geplaatste foto’s van het internet te laten verwijderen, waardoor deze kinderen hier ook op volwassen leeftijd nog mee kunnen worden geconfronteerd. Verdachte heeft door zijn handelen een bijdrage geleverd aan deze gevolgen en is hier mede verantwoordelijk voor. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

De rechtbank houdt verder rekening met het strafblad van verdachte van 13 juli 2026. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor seksueel grensoverschrijdend gedrag met betrekking tot minderjarigen. Tevens blijkt dat artikel 63 Sr van toepassing is.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. Van omstandigheden die aanleiding geven om verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te achten, is de rechtbank niet gebleken. Voor zover de verdediging heeft bepleit toepassing te geven aan artikel 9a Sr, overweegt de rechtbank dat een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel in deze zaak onvoldoende recht zou doen aan de strafdoelen van vergelding en generale preventie. De rechtbank komt dan ook tot een strafoplegging in deze zaak.

Verder slaat de rechtbank acht op het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 17 augustus 2026. Hieruit komt naar voren dat bij verdachte sprake is van niet-aangeboren hersenletsel (NAH) en een licht verstandelijke beperking. In verband met eerdere verdenkingen en veroordelingen heeft verdachte sinds 2019 een individuele behandeling en een groepsbehandeling doorlopen bij Forensische Zorg Zeeland en stond hij onder toezicht van de reclassering. De ingezette interventies hebben er evenwel niet toe geleid dat nieuw seksueel grensoverschrijdend gedrag kon worden voorkomen. Volgens de reclassering ontbreekt het verdachte aan voldoende probleeminzicht en probleembesef. Daarnaast is verdachte onvoldoende in staat om sociale situaties en de gevolgen van zijn handelen adequaat in te schatten. De reclassering constateert bij verdachte een patroon van seksueel grensoverschrijdend gedrag. De reclassering acht het in het bijzonder zorgelijk dat verdachte heeft verklaard opgewonden te raken van kinderpornografisch materiaal en dit bewust te hebben opgezocht. Voorts heeft verdachte geen inzicht willen geven in zijn fetisj voor kindervoeten en heeft hij evenmin volledige openheid willen geven over zijn internetgebruik. Zowel verdachte als zijn vader zien geen noodzaak voor het volgen van een nieuwe behandeling. Op grond van het voorgaande schat de reclassering het risico op recidive als hoog in. Hoewel een klinische opname vanuit behandelperspectief geïndiceerd wordt geacht, ziet de reclassering geen mogelijkheden om de risico’s op recidive door middel van bijzondere voorwaarden afdoende te beperken. De reclassering adviseert de rechtbank daarom een straf op te leggen zonder daaraan bijzondere voorwaarden te verbinden.

Strafoplegging

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op de aard en hoeveelheid van het kinderpornografisch materiaal. Omdat de rechtbank aanzienlijk minder bewezen verklaart dan door de officier van justitie gevorderd, zal zij een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie geëist. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de verminderde mate waarin het stafbare feit aan verdachte wordt toegerekend. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

Vanwege het taakstrafverbod kan niet worden volstaan met een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank zal de onvoorwaardelijke gevangenisstraf echter beperken tot één dag, nu zij een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend acht.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, waarvan 89 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar passend is. Met deze voorwaardelijke straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. Daarnaast legt zij aan verdachte een taakstraf op voor de duur van 80 uren te vervangen door 40 dagen hechtenis.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63, 240b en 252 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen tot een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken;

en

zich de toegang verschaffen tot een visuele weergave van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 90 (negentig) dagen, waarvan 89 (negenentachtig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 (drie) jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 80 (tachtig) uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 (veertig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Bergen, voorzitter, en mr. L.W. Louwerse en mr. L.W. Boogert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 september 2026.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

hij in of omstreeks de periode van 8 januari 2024 tot en met 13 november 2024 te [plaats]

, gemeente Goes, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(in de periode van 8 januari 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van

Strafrecht)

een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van

een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar

nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken

heeft

verspreid en/of

aangeboden en/of

openlijk tentoongesteld en/of

verworven en/of

in bezit heeft gehad en/of

zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een

communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft

en/of

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 13 november 2024, artikel 252 Wetboek van

Strafrecht)

een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele

strekking

waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

was betrokken of schijnbaar was betrokken

heeft

verspreid en/of

aangeboden en/of

openlijk tentoongesteld en/of

verworven en/of

in bezit heeft gehad en/of

zich daartoe de toegang heeft verschaft

te weten

- foto's en/of video’s en/of films en/of

- gegevensdragers, te weten een telefoon (GSM Blackview) en/of een laptop

(Lenovo) waarop te zien is dat:

die persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis

(afbeelding/visuele weergave #01, #02, #03 van toonmap)

en/of

het geslachtsdeel en/of de billen van die persoon met een mond/tong en/of

vinger/hand wordt/worden aangeraakt

en/of

het geslachtsdeel van een ander kind/persoon met voeten wordt/worden

aangeraakt door die persoon

en/of

die persoon het eigen geslachtsdeel met een vinger/hand aanraakt

(afbeelding/visuele weergave #04, #05 van toonmap)

en/of

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is

en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet

bij zijn/haar leeftijd past

en/of

- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar

kleding ontdoet

en/of

- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van

kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het

geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht

(afbeelding/visuele weergave #06, #08, #10 van toonmap)

en/of

dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd

en/of

bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten

en/of

bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis

wordt gehouden (eventueel aanvullen met: en/of waarbij op dat gezicht en/of

lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is)

(afbeelding/visuele weergave #09 van toonmap);

(art. 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud) en/of art. 252 Wetboek van Strafrecht)

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »