Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-087062-26
Vonnis van de meervoudige kamer van 10 september 2026
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (België) op [geboortedag] 1997,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres],
waarnemend raadsvrouw mr. J.E. van Rijn, advocaat te Breda.
1 Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 augustus 2026, waarbij de officier van justitie, mr. M.C. Fimerius, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 1 januari 2018 tot en met 26 februari 2025 kinderporno in bezit heeft gehad.
3 De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht bewezen dat verdachte kinderporno in bezit heeft gehad. Het materiaal werd op zijn telefoon gevonden, was voor hem toegankelijk en hij wist dat het aan hem was toegestuurd. Een kinderpornorechercheur heeft het materiaal bovendien als zodanig beschreven.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Het dossier bevat onvoldoende bewijs dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de afbeeldingen en het filmpje en daarover een zodanige beschikkingsmacht uitoefende dat van “in bezit hebben” of “verwerven” kan worden gesproken. Het enkele aantreffen van de afbeelding, het filmpje of de stickers in het Whatsapp-gesprek is daarvoor onvoldoende.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
De rechtbank stelt vast dat op de mobiele telefoon van verdachte 8 visuele weergaven zijn aangetroffen, te weten 7 foto’s en 1 video. Het aangetroffen beeldmateriaal is door de kinderpornorechercheur aangemerkt als kinderpornografisch materiaal. De 7 foto’s bestonden uit 3 visueel unieke afbeeldingen, de overige waren kopieën. Bij twee van de drie unieke weergaven ging het om zogenaamde ‘stickers’, opgenomen in de toonmap onder #1 en #2. De 8 weergaven zijn in 2018, 2019 en 2020 binnen WhatsApp-groepen waaraan verdachte deelnam, verspreid door anderen en door verdachte niet verwijderd, zodat deze op zijn telefoon zijn bewaard, gekoppeld aan de software-applicatie WhatsApp. De weergaven waren benaderbaar voor verdachte.
De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of verdachte de in de tenlastelegging genoemde kinderpornografische afbeeldingen en de video in zijn bezit heeft gehad. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Voor bewezenverklaring van het "in bezit hebben" van de betreffende afbeeldingen moet vast komen te staan dat de verdachte zich in meer of mindere mate bewust is geweest van de aanwezigheid van deze afbeeldingen op zijn telefoon. Anders gezegd, er moet sprake zijn van een zekere beschikkingsmacht. Bij verhoor door de politie en ter zitting heeft verdachte over de kinderpornografische stickers verklaard dat hij deze heeft toegestuurd gekregen via WhatsApp en dat hij ze niet verwijderd heeft. Deze verklaring in samenhang bezien met het algemeen bekende gegeven dat binnen een WhatsApp-gesprek gedeelde foto’s en video’s onbeperkt bewaard en toegankelijk blijven voor de deelnemers aan dat gesprek tenzij ze worden verwijderd, leidt de rechtbank tot het oordeel dat bij verdachte sprake is geweest van de voor het bezit van de afbeeldingen vereiste beschikkingsmacht. Ten aanzien van de weergaven opgenomen in de toonmap onder #3 en #4 is niet komen vast te staan dat verdachte wist of geweten moest hebben dat deze zijn gedeeld in een WhatsApp-groep waaraan hij deelnam. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het bezit van deze weergaven. Ten aanzien van de andere tenlastegelegde handelingen, kort gezegd het verwerven of het zich toegang verschaffen, ontbreekt ook het bewijs. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van deze handelingen.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde kinderpornografische afbeeldingen opgenomen in de toonmap onder #1 en #2 in zijn bezit heeft gehad.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
in de periode van 1 januari 2018 tot en met 26 februari 2025 te [plaats], althans in Nederland, meermalen (in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht) afbeeldingen en/of – een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaarnog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken in bezit heeft gehad en(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 26 februari 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)visuele weergaven van seksuele aard of met onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken in bezit heeft gehad te weten- foto's en - een gegevensdrager, te weten een mobiele telefoon (iPhone 12), waarop te zien is dat: die persoon vaginaal wordt gepenetreerd met een penis (afbeelding/visuele weergave #01 van toonmap) en die persoon in een pose is afgebeeld, waarbij- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is (afbeelding/visuele weergave #02 van toonmap).
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5 De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6 De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren. De officier van justitie heeft in haar strafeis rekening gehouden met de geringe hoeveelheid aangetroffen kinderporno en met de inhoud van de reclasseringsrapportage.
Het standpunt van de verdediging
Bij een veroordeling verzoekt de verdediging toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Subsidiair wordt verzocht te volstaan met een geheel voorwaardelijke straf.
Het oordeel van de rechtbank
Aard en ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezitten van een geringe hoeveelheid kinderpornografisch materiaal. Kinderporno is bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Het is een feit van algemene bekendheid dat de gevolgen die deze kinderen hiervan in psychische en fysieke zin ondervinden, heel ingrijpend zijn. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar ook degenen die kinderporno bezitten.
Persoonlijke omstandigheden en persoon van verdachte
De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte een blanco strafblad heeft en dus niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.
Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van het rapport van de reclassering van 5 augustus 2026. Hieruit volgt dat de reclassering geen problemen constateert op de relevante leefgebieden. Evenmin is er sprake van een delictpatroon. De reclassering acht de kans op herhaling laag, reden waarom een straf zonder bijzondere voorwaarden wordt geadviseerd.
Straf
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon van verdachte, de geringe hoeveelheid kinderpornografisch materiaal en het feit dat verdachte het materiaal lang geleden in zijn bezit heeft gekregen en niet is gebleken dat verdachte het materiaal na ontvangst meermaals heeft bekeken.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat met het opleggen van een straf geen redelijk strafrechtelijk doel meer wordt gediend. Daarom zal de rechtbank met toepassing van artikel 9a Sr de verdachte schuldig verklaren zonder oplegging van een straf of maatregel.
7 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9a, 240b (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht zoals dit artikel luidde ten tijde van het bewezenverklaarde.
8 Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
een afbeelding/gegevensdragers bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben;
en
een visuele weergave met een onmiskenbare seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Louwerse, voorzitter, en mr. J. Bergen en mr. L.W. Boogert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 september 2026.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 26 februari 2025 te [plaats], althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht) een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaarnog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft en/of(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 26 februari 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten- foto's en/of video’s en/of films en/of- gegevensdragers, te weten een mobiele telefoon (iPhone 12), waarop te zien is dat: die persoon vaginaal wordt gepenetreerd met een penis (afbeelding/visuele weergave #01 van toonmap) en/of die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of met een voorwerp en/of- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn kleding ontdoet en/of- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de fotos/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht(afbeelding/visuele weergave #02, #03, #04 van toonmap)(art. 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud) en/of art. 252 Wetboek van Strafrecht)