ECLI:NL:RBZWB:2026:8081

Datum uitspraak
23-07-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/02/450753 / JE RK 26-1343
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp en voorlopige ondertoezichtstelling

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/450753 / JE RK 26-1343

Datum uitspraak: 23 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] te Syrië,

hierna te noemen [minderjarige],

advocaat mr. T.M. ten Velde uit Tilburg.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats],

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats].

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, te Amsterdam,

hierna te noemen de GI.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

  • het mondelinge verzoek van de Raad op 23 juli 2026;

  • de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 24 juli 2026;

- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 23 juli 2026.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

[minderjarige] woont bij zijn vader en moeder.

3 Het verzoek

3.1.

De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen. De Raad verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter heeft de plaatsing van [minderjarige] binnen een gesloten jeugdhulpvoorziening tijdens de voorgeleiding in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis als voorwaarde gesteld. De kinderrechter heeft daartoe de volgende informatie ontvangen. [minderjarige] verblijft sinds 19 juni jl. op een crisisgroep van Sterk Huis vanwege ernstige veiligheidszorgen in de thuissituatie, waaronder fors letsel bij [minderjarige] en vermoedens van kindermishandeling. Terugkeer naar de thuissituatie is momenteel niet verantwoord gezien de veiligheidsrisico’s binnen het gezin. [minderjarige] houdt zich echter structureel niet aan de regels en de voorwaarden van de jeugdreclassering, ondanks intensieve begeleiding en duidelijke veiligheidsafspraken. Hij verlaat zonder toestemming de groep en veroorzaakt onrust. Daarnaast is er sprake van een patroon van delictgedrag. [minderjarige] vertoont provocerend en grensoverschrijdend gedrag. Hij is op 26 juni aangehouden, voorgeleid en onder huisarrest teruggekeerd naar de groep vanwege een brandstichting. De veiligheidszorgen zijn recent geëscaleerd. Op 20 juli jl. heeft hij, tijdens het onttrekken aan toezicht, vuurwerk afgestoken op het terrein van Sterk Huis en is bij hem een aangestoken keukenrol aangetroffen. Er zijn daarom ernstige zorgen over het brandgevaarlijke gedrag met grote risico’s. [minderjarige] lijkt onvoldoende de gevolgen van zijn handelen te overzien en zijn gedrag aan te passen. Hij laat zich onvoldoende begrenzen. Sterk Huis heeft aangegeven de veiligheid van [minderjarige], andere jeugdleden en de medewerkers niet langer te kunnen waarborgen en de plaatsing te beëindigen. Ook Amarant heeft een overname van de plaatsing vanwege dezelfde reden afgewezen. Gelet op de ernstige incidenten, het onttrekken aan toezicht, de escalerende brandrisico’s en het ontbreken van een veilig alternatief is een onmiddellijke plaatsing binnen de gesloten jeugdhulp noodzakelijk.

4.2.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan.1 Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. Hoewel de moeder uiteindelijk heeft ingestemd met de gesloten plaatsing, wordt ook ambivalentie gezien ten aanzien van het verlenen van toestemming voor de plaatsing van [minderjarige] binnen een gesloten jeugdhulpvoorziening. Enkele uren daarvoor weigerde moeder namelijk nog haar toestemming te geven voor een vrijwillige gesloten plaatsing. De vader van [minderjarige] verblijft momenteel in Syrië en contact met hem is niet mogelijk gebleken. De voorlopige ondertoezichtstelling is daarom noodzakelijk om de bedreiging weg te nemen.

4.3.

Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.2 De onafhankelijke gedragswetenschapper heeft ingestemd met een spoedmachtiging voor de duur van twee weken en aansluitend voor een termijn van drie maanden.

4.4.

De kinderrechter is van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige], omdat zijn gedrag escaleert en daardoor niet alleen zijn eigen veiligheid, maar ook de veiligheid van anderen in het geding komt. Er zijn geen verantwoorde alternatieven voor een plaatsing van [minderjarige], dan de plaatsing in de gesloten jeugdhulp. Daarom stelt de kinderrechter [minderjarige] voorlopig onder toezicht van de GI voor de duur van twee weken en machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken.

4.5.

De Raad, [minderjarige] en zijn advocaat, de ouders en de GI worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna vermelde zitting. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 23 juli 2026 tot 6 augustus 2026;

5.2.

verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 23 juli 2026 tot 6 augustus 2026;

5.3.

houdt de behandeling van de verzoeken voor het overige aan;

5.4.

roept de Raad, de GI, de vader, de moeder en [minderjarige] en zijn advocaat op voor de zitting op [datum] 2026 om [uur] (rechter: mr. Bogaert) in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;

5.5.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.

Deze beslissing is mondeling gegeven en uitgesproken op 23 juli 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, en op schrift gesteld op 24 juli 2026, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.3

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »