beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/448203 FA RK 26-2500
beschikking d.d. 23 juli 2026
in de zaak van
[de vrouw] ,
hierna: de vrouw,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. E. Sijnesael in Middelburg,
tegen
[de man],
hierna: de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.E. Kok in Goes.
over de minderjarige:
- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2014, hierna: [minderjarige].
Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,
hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.
1 Het procesverloop
In het dossier zitten de volgende stukken:
- het op 8 mei 2026 ontvangen verzoek met bijlagen;
- het F9-formulier van mr. Sijnesael d.d. 6 juli 2026, met bijlagen;
- het F9-formulier van mr. Kok d.d. 7 juli 2026, met bijlage;
- het F9-formulier van mr. Sijnesael d.d. 9 juli 2026.
2 De feiten
Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige].
[minderjarige] staat bij de man ingeschreven.
3 Het verzoek
De vrouw verzoekt, naar de rechtbank begrijpt na wijziging, het ouderschapsplan
aan de beschikking te hechten en te bepalen dat de inhoud van het ouderschapsplan
en de daarin gemaakte afspraken onderdeel uitmaken van uw beschikking.
4 De beoordeling
Bij brief van 6 juli 2026 is namens de vrouw bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt en dat deze overeenstemming is vastgelegd in een wijziging van het ouderschapsplan. De rechtbank begrijpt gelet op de overeenstemming dat de vrouw haar verzoeken heeft bedoeld te wijzigen op de wijze zoals hiervoor onder 3.1. is weergegeven. Verder verzoekt de vrouw de zaak schriftelijk af te doen.
Bij brief van 7 juli 2026 is namens de man bevestigd dat partijen overeenstemming hebben bereikt. De man verzoekt in aanvulling op hetgeen de vrouw heeft aangegeven de feiten te beperken tot zoals deze in het ouderschapsplan zijn opgenomen.
Namens de vrouw is bij F9-formulier van 8 juli 2026 de aanvulling van de man bevestigd.
Uit voormelde brieven volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt. Deze overeenstemming komt de rechtbank niet ongegrond voor en zal op onderstaande wijze worden toegewezen. De rechtbank zal ingevolge de overeenstemming de feiten beperken tot zoals deze uit het ouderschapsplan volgen.
5 De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat de onderlinge regelingen zoals die staan in de wijziging van het ouderschapsplan van 1 maart 2022, ondertekend op respectievelijk 30 juni 2026 en 3 juli 2026, in de beschikking opgenomen moeten worden beschouwd onder verwijzing naar de als bijlage ingevoegde scan van de wijziging van het ouderschapsplan.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, en, in tegenwoordigheid van mr. Oude Weernink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
-
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
-
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.