ECLI:NL:RBZWB:2026:8067

Datum uitspraak
23-07-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/02/450198 / FA RK 26-3554
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wijziging ZM

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/450198 / FA RK 26-3554

Datum uitspraak: 23 juli 2026

Beschikking wijziging zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

wonende aan [adres] te [plaats] ,

advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 juli 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 juli 2026 in de hierboven genoemde woning van betrokkene. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

  • de heer [persoon 1] , psychiater, heeft telefonisch deelgenomen;

  • mevrouw [persoon 2] , medewerkster ACT team;

  • de heer [persoon 3] , begeleider;

  • mevrouw [persoon 4] , herstelondersteuner.

Tevens waren bij de mondelinge behandeling aanwezig, mevrouw [persoon 5] (herstelondersteuner) en een stagiaire van mr. Van ’t Hoff. Zij zijn niet gehoord.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 27 februari 2027 met de volgende vormen van verplichte zorg.

- het toedienen van medicatie;

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot

gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende periode

contact houden met het ambulante team en het RIBW.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 23 juli 2026 voor betrokkene is afgegeven in die zin dat als aanvullende vormen van zorg kunnen worden toegepast:

- opname in een accommodatie;

- beperken van de bewegingsvrijheid.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene kan niet instemmen met een wijziging van de zorgmachtiging, want zij wil niet worden opgenomen. Later laat betrokkene weten dat zij wel bij [accommodatie] wil wonen. Zij wil daar vrijwillig verblijven. Betrokkene benadrukt dat het prima met haar gaat. Het gaat beter dan voorheen. Zij vertelt een verhaal over de onder- en bovenwereld.

4.2.

De psychiater heeft naar voren gebracht dat een wijziging van de zorgmachtiging is verzocht, zodat betrokkene kan worden overgeplaatst naar [accommodatie] . [accommodatie] betreft een klinische en gespecialiseerde woonsetting waar een langdurige opname kan plaatsvinden. [accommodatie] is een geschikte plaats voor betrokkene waar haar langdurige behandeling kan worden geboden. Het is de verwachting dat een verbetering van haar leven kan worden geboden binnen [accommodatie] . Al lange tijd zijn het RIBW en de GGZ op zoek naar een passende plek voor betrokkene. Niet eerder is een passende plek voor betrokkene gevonden. Betrokkene is ambivalent omtrent het wonen bij [accommodatie] . [accommodatie] stelt hierdoor onder andere als voorwaarde dat een zorgmachtiging wordt verleend, waarbij een opname mogelijk is. Een nieuwe plek brengt vaak met zich mee dat mensen daar niet willen verblijven. Een zorgmachtiging kan dit ondervangen. In deze regio is geen passende en langdurige opnameplek beschikbaar voor betrokkene. Het gaat al lange tijd stabiel slecht met betrokkene waarbij zij overlast veroorzaakt. De zorgvormen ‘het toedienen van medicatie’ en ‘contact met het ambulante team’ blijven noodzakelijk. De zorgvormen ‘opname in een accommodatie’ en ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ zijn noodzakelijk om betrokkene naar [accommodatie] te laten verhuizen. De zorgvorm insluiten is momenteel niet noodzakelijk.

4.3.

De medewerkster van het ACT team verklaart dat de contacten in de afgelopen periode met betrokkene beperkter zijn geweest in verband met een personeelsprobleem. Inmiddels zijn er nieuwe afspraken met betrokkene gepland. In de afgelopen periode heeft betrokkene depotmedicatie ontvangt. De medicatie van betrokkene is onlangs gewijzigd. Betrokkene heeft veel verschillende woonplekken gehad, maar deze plekken voldoen niet aan haar behoeften.

4.4.

De begeleider brengt naar voren dat hij kan instemmen met hetgeen de psychiater naar voren heeft gebracht. Betrokkene veroorzaakt overlast. [accommodatie] is passender voor betrokkene.

4.5.

De herstelondersteuner geeft aan dat betrokkene met hulpvragen naar de begeleiding komt, maar dat zij het liefst de regie in eigen handen houdt. Betrokkene kan agressief en dreigend reageren. Er vinden hierdoor nog wel incidenten plaats. Betrokkene gebruikt amfetamine wat de psychose kan aanwakkeren. De gevolgen hiervan kunnen haar de gehele nacht wakker houden, waardoor de buren overlast ervaren. Als betrokkene geen amfetamine gebruikt is zij een stuk rustiger.

4.6.

De advocaat voert aan dat het verzoek tot aanvulling van de zorgmachtiging is ingegeven, doordat een klinische woonplek is vrijgekomen. Vanuit deze plek wordt als voorwaarden gesteld dat een gedwongen opname en een beperking van de bewegingsvrijheid middels een zorgmachtiging noodzakelijk zijn. Tijdens het afgeven van de huidige zorgmachtiging was een opname niet noodzakelijk. De zorgvorm ‘opnemen in een accommodatie’ kan alleen worden verleend indien er sprake is van ernstig nadeel. Bestwil is daar geen onderdeel van. Als aanvulling daarop wordt gezegd dat het slecht gaat met betrokkene. De advocaat is het daar niet mee eens. Hij kent betrokkene al lang en zij is momenteel aanspreekbaar en reageert adequaat. Het gaat nu goed met betrokkene. Betrokkene kan vrijwillig instemmen met een verhuizing naar [accommodatie] . Betrokkene wil hierbij niet worden gedwongen. De autonomie en vrijwilligheid van betrokkene dient voorop te staan. Later kan alsnog worden onderzocht of een aanvulling van de zorgmachtiging noodzakelijk is.

5 De beoordeling

5.1.

Uit de stukken en de zitting blijkt dat sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz en de in de zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet langer volstaan. Gebleken is dat betrokkene een langdurige voorgeschiedenis binnen de GGZ heeft waarbij sprake is van een dubbele diagnose. Ondanks alle ingezette behandelingen blijven de psychotische belevingen van betrokkene aanwezig. De huidige RIBW setting en behandelingen bieden onvoldoende mogelijkheden om de noodzakelijke behandeling, begeleiding en toezicht te realiseren. Dit leidt tot aanhoudende ontregeling van betrokkene, waarbij sprake is van overlast, gevaarlijke situaties en agressie. Een plaatsing binnen een intensievere klinische woonvoorziening wordt noodzakelijk geacht. Een wijziging van de zorgmachtiging is hiervoor noodzakelijk.

5.2.

Teneinde deze noodsituatie af te wenden zijn de zorgvormen ‘opname’ en ‘beperken van bewegingsvrijheid’ toegepast om betrokkene te behandelen voor haar decompensatie.

5.2.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. [accommodatie] stelt als voorwaarde een aanvulling van de eerder verstrekt zorgmachtiging, zodat zij betrokkene de juiste ondersteuning kunnen bieden. Betrokkene verzet zich momenteel niet, maar eerder is gebleken dat zij ambivalent is omtrent haar wens om te verhuizen naar [accommodatie] . Betrokkene is wilsonbekwaam en overziet haar belangen niet. Zij vindt het moeilijk om te aanvaarden dat zij afhankelijk is van anti psychotica. Betrokkene is goed in de samenwerking met het RIBW, maar wil niets weten van de GGZ.

Daarom zijn de volgende vormen van verplichte zorg ook na de toegepaste tijdelijke verplichte zorg aanvullend nodig:

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- opnemen in een accommodatie.

5.4.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.5.

Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat de hierna genoemde vormen van verplichte zorg gelden:

- het toedienen van medicatie;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

5.6.

Deze vormen van verplichte zorg gelden voor de resterende duur van de zorgmachtiging.

5.7.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

wijzigt de zorgmachtiging die op 23 juli 2026 is verleend voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.5. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat de machtiging geldt tot en met 26 februari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier en op schrift gesteld op 6 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »