beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/448369 / FA RK 26-2594
Datum uitspraak: 23 juli 2026
beschikking over wijziging van de zorg- en contactregeling
in de zaak van
[de man] ,
hierna: de man,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. J.F. van Drenth in Gorinchem,
tegen
[de vrouw],
hierna: de vrouw,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. J.C.H. Treure in Barneveld,
over de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2014, hierna: [minderjarige 1],
- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2016, hierna: [minderjarige 2].
1 Het procesverloop
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het op 18 mei 2026 ontvangen verzoek met bijlagen;
- het F9-formulier met bijlagen van mr. van Drenth van 28 mei 2026;
- het F9-formulier met bijlage van mr. Treure van 22 juni 2026;
- het F9-formulier van mr. Drenth van 26 juni 2026;
- het F9-formulier van mr. Treure van 1 juli 2026;
- het F9-formulier met bijlage van mr. Treure van 15 juli 2026, betreffende het addendum ouderschapsplan van 2 juli 2026.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld om te zeggen wat zij van het verzoek vinden. Zij hebben van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
2 De feiten
Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. Bij beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van [datum 1] 2024 is de echtscheiding uitgesproken en deze beschikking is op [datum 2] 2024 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand die daarvoor zijn bedoeld.
Tijdens het huwelijk van partijen zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren.
In voornoemde beschikking van [datum 1] 2024 is de volgende verdeling opgenomen:
“De zomer van 2024 drie losse weken bij de vader en drie losse weken bij de moeder, welke weken dit zijn zullen door ouders in onderling overleg worden vastgesteld. Na de zomervakantie 2024 zullen de ouders een evaluatiemoment inplannen, waarbij in onderling overleg de vakantieregeling mogelijk wordt aangepast naar twee aaneengesloten weken bij elke ouder en nog een losse week bij elke ouder, waarbij het uitgangspunt van ouders blijft de vakantie op basis van 50-50 te delen.”
3 De beoordeling
De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
I. de zomervakantie van 2026 als volgt wordt verdeeld:
- van zondag 19 juli 2026 te 19.00 uur tot zondag 26 juli 2026 te 14.00 uur (week 1);
- van zondag 09 augustus 2026 te 14.00 uur tot zondag 23 augustus 2026 te 19.00 uur (weken 4 en 5);
- waarna de regulier zorgregeling weer in zal gaan.
II. aan de man vervangende toestemming wordt verleend voor een vakantie naar Funtana (Kroatië) in de periode 26 juli 2026 tot en met 9 augustus 2026;
III. de vrouw gehouden is tot afgifte van de ID-kaarten aan de man, uiterlijk op19 juli 2026 te 19:00 uur, bij gebreke waarvan zij een dwangsom verbeurt van € 1.000,00 per dag met een maximum van € 7.000,00;
IV. een verdeling van de vakanties en feestdagen, zoals opgenomen in het verzoekschrift.
Op 26 juni 2026 heeft de man de rechtbank laten weten dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de verzoeken en dat de zaak schriftelijk afgedaan kan worden. Dit is bevestigd bij bericht van de vrouw op 1 juli 2026.
Op 15 juli 2026 zijn de op 2 juli 2026 door partijen gemaakte afspraken naar de rechtbank gestuurd. Partijen wensen het ouderschapsplan van 16 augustus 2024 te wijzigen met de gemaakte afspraken. Zij hebben de rechtbank verzocht deze afspraken op te nemen in een proces-verbaal, waarna de verzoeken van de man zullen worden ingetrokken. De rechtbank heeft laten weten gevolg te geven aan het verzoek via een beschikking, aangezien er geen zitting heeft plaatsgevonden. Intrekking van de verzoeken is daarom niet nodig.
Nu partijen erin zijn geslaagd om overeenstemming te bereiken ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken begrijpt de rechtbank dat de man zijn verzoeken wijzigt in die zin dat hij verzoekt om de afspraken in onderhavige beschikking op te nemen.
De rechtbank zal, gelet op de stukken en met inachtneming van art 1:253a van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig de (gewijzigde) verzoeken van partijen beslissen en de afspraken tussen partijen in deze beschikking vastleggen.
4 De beslissing
De rechtbank:
wijzigt het bij de beschikking van de rechtbank Zwolle van [datum 1] 2024 aangehechte ouderschapsplan zoals door partijen is verzocht en bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het aangehechte wijziging van het ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. van Leuven, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 23 juli 2026.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
-
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
-
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.