ECLI:NL:HR:2025:1734

Datum uitspraak
21-11-2025
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
25/00081
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Geschil over hoofdverblijfplaats kind en door moeder gewenste vervangende toestemming om met kind naar New York te verhuizen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/00081

Datum 21 november 2025

BESCHIKKING

In de zaak van

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: de moeder,

advocaat: J.H.M. van Swaaij,

tegen

[de vader],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de vader,

advocaat: C.G.A. van Stratum.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de beschikking in de zaak C/05/427003/FA RK 23-3453 van de rechtbank Gelderland van 26 januari 2024;

b. de beschikking in de zaak 200.339.451/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 oktober 2024.

De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De vader heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor de moeder toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de moeder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. De Hoge Raad zal geen acht slaan op de bij die reactie gevoegde bijlage.

2 Beoordeling van het middel

2.1

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.2

De Hoge Raad ziet geen aanleiding een proceskostenveroordeling uit te spreken.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 november 2025.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »