RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/450517 / FA RK 26-3748
Datum uitspraak: 22 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. M.A.J. Timmermans-Roelands uit Bergen op Zoom.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
-
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
-
dhr. [persoon], waarnemend psychiater;
-
een coassistent.
2 Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 24 oktober 2026.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 24 april 2026 voor betrokkene is afgegeven.
4 De standpunten
Betrokkene heeft aangegeven dat zij naar huis wil. Bij de eerder afgegeven beschikking is bepaald dat zij maximaal tot 8 mei 2026 opgenomen mocht worden. Die periode is verstreken en volgens betrokkene is het niet mogelijk om de zorgmachtiging te wijzigen. Zij wil haar vrijheden terug. Zij ontkent psychotisch te zijn. Tot slot licht zij toe dat zij altijd haar afspraken is nagekomen en haar medicatie heeft ingenomen.
Namens betrokkene bepleit de advocaat afwijzing van het verzoek. Betrokkene komt haar afspraken na en wil naar huis.
De waarnemend psychiater heeft toegelicht dat bij betrokkene sprake is van een psychotische ontregeling. Betrokkene heeft zichzelf gebarricadeerd in haar woning, heeft alles dichtgeschroefd en de stroom uitgeschakeld. De situatie thuis is onhoudbaar en onacceptabel geworden. Op dit moment is het nog te vroeg om betrokkene met ontslag te laten gaan. Verdere stabilisatie in een klinische setting is nog noodzakelijk.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde wijziging van de zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de stukken en de zitting blijkt dat sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz. Op 16 juli 2026 is betrokkene opgenomen op de HIC-afdeling vanwege een psychotische ontregeling na het staken van antipsychotica. Betrokkene heeft zichzelf gebarricadeerd in haar woning en heeft schade aangericht in haar meterkast.
Om deze (dreigende) noodsituatie af te wenden, heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene ontkent psychotisch te zijn. Een gedwongen opname van betrokkene is nog noodzakelijk om haar verder te stabiliseren. Daarom zijn de volgende vormen van verplichte zorg ook na de toegepaste tijdelijke verplichte zorg aanvullend nodig:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat de hierna genoemde vormen van verplichte zorg gelden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten - het toelaten van een ambulant team en de afspraken nakomen;
- opnemen in een accommodatie.
Deze vormen van verplichte zorg gelden voor de resterende duur van de zorgmachtiging.
6 De beslissing
De rechtbank:
wijzigt de zorgmachtiging die op 24 april 2026 is verleend voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat de machtiging geldt tot en met 24 oktober 2026.
|
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Verplanke, griffier en op schrift gesteld op 5 augustus 2026. |
||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.