ECLI:NL:RBZWB:2026:8038

Datum uitspraak
22-07-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/02/440641 / JE RK 25-1816
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Nadere beschikking wijziging verdeling van zorg- en opvoedingstaken

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/440641 / JE RK 25-1816

Datum uitspraak: 22 juli 2026

Nadere beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedag 1] 2019 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedag 2] 2021 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

bijgestaan door mr. J.J.R. Albicher uit Roosendaal,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

bijgestaan door mr. P.F.M. Gulickx uit Breda.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, Regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • de in deze zaak gegeven beschikking van 21 oktober 2025 en alle daarin genoemde stukken;

  • de brief van de GI van 23 oktober 2025, ontvangen op 24 oktober 2025;

  • de briefrapportage van de GI met bijlagen van 15 januari 2026 en het aanvullende stuk ontvangen op 16 januari 2026;

  • het bericht van mr. A. Koop-Van Vliet, voormalig advocaat van de vader, van 22 januari 2026;

  • de briefrapportage van de GI van 14 april 2026, ontvangen op 16 april 2026;

  • het bericht van mr. Albicher van 1 mei 2026;

  • het bericht van mr. Gulickx van 20 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juli 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:

  • twee vertegenwoordigers van de GI;

  • de vader met zijn advocaat;

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad.

1.3.

Gelet op de nauwe samenhang tussen het verzoek van de GI in deze zaak en het verzoek van de GI in de zaak met kenmerk C/02/448946 / JE RK 26-991, zijn de verzoeken gelijktijdig behandeld. In laatstgenoemde zaak is bij separate beschikking beslist.

2 De nadere beoordeling

2.1.

Bij beschikking van 21 oktober 2025 heeft de kinderrechter de beschikking van 7 juni 2024 ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig gewijzigd en bepaald dat de vader en de minderjarigen voorlopig recht hebben op begeleid contact met elkaar op de wijze als in rechtsoverweging 5.5. van die beschikking is beschreven, waarbij de GI regie voert over de eventuele uitbreiding van de contacten (in vorm (wel/niet begeleid), locatie, frequentie en duur). De kinderrechter heeft het verzoek van de GI voor het overige aangehouden.

2.2.

De GI heeft bij brief van 14 april 2026 aangegeven dat er mooie en positieve stappen zijn gezet in het contactherstel, maar dat er zorgen blijven bestaan over de oudercommunicatie, het controlegedrag van vader binnen het proces, zijn vermogen om het belang van de kinderen centraal te stellen, de draagkracht van moeder en de wisselende instemming met de inzet van hulpverlening. Momenteel is er sprake van onbegeleid contact tussen de vader en de kinderen iedere vrijdag vanuit school tot 17:00 uur. De GI heeft verzocht dit vast te leggen, waarbij de regie voor de verdere opbouw en eventuele uitbreiding bij de GI ligt.

2.3.

Door en namens de moeder is, samengevat, naar voren gebracht dat zij zich erin kan vinden dat de huidige contactregeling wordt vastgelegd.

2.4.

Door en namens de vader is, samengevat, naar voren gebracht dat hij zich er niet in kan vinden dat de huidige contactregeling als definitieve regeling wordt vastgelegd. De vader wenst een weekendregeling waarbij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] om het weekend van vrijdagmiddag na school tot maandagochtend voor school, onbegeleid, bij de vader verblijven.

2.5.

De Raad adviseert de huidige contactregeling vast te leggen. Het is in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat bij de uitbreiding van het contact met de vader het tempo van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt gevolgd. De Raad begrijpt de wens van de vader maar is van mening dat de gewenste uitbreiding niet in het belang van de kinderen is.

2.6.

De kinderrechter stelt voorop dat zij op basis van hetgeen ter zitting is besproken begrijpt dat de GI het inleidende verzoek wijzigt in die zin dat zij thans verzoekt de huidige contactregeling, inhoudende onbegeleid contact tussen de vader en de kinderen iedere vrijdag vanuit school tot 17:00 uur, definitief vast te stellen, waarbij de regie voor de verdere opbouw en eventuele uitbreiding bij de GI ligt.

2.7.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, blijkt dat de vader inmiddels geruime tijd iedere vrijdag onbegeleid contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] heeft vanuit school tot 17.00 uur. Hoewel het contact overwegend positief verloopt, zijn er ook nog zorgen. Deze zorgen betreffen de verstoorde communicatie tussen de ouders, het controlegedrag van de vader en zijn vermogen om het belang van de kinderen centraal te stellen, de draagkracht van de moeder en de wisselende instemming met de inzet van hulpverlening. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben last van een loyaliteitsconflict en laten spanningen zien rondom het contact met de vader. De kinderrechter begrijpt de wens van de vader om het contact met de kinderen verder uit te breiden, maar is van oordeel dat dat -gelet op de zorgen die er nog zijn- op dit moment niet in het belang van de kinderen is. Het belang van de kinderen is leidend en dat betekent dat een eventuele uitbreiding van de contacten goed gemonitord moet worden en op het tempo van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] moet plaatsvinden. De GI dient het contact te monitoren en te onderzoeken of en zo ja wanneer en op welke wijze uitbreiding van het contact kan plaatsvinden. De kinderrechter is voorts van oordeel dat het in het belang van de kinderen is om de huidige contactregeling definitief vast te stellen, zodat het uitgangspunt voor iedereen duidelijk is, alsmede dat verdere uitbreiding van de regeling onder regie van de GI dient plaats te vinden.

2.8.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is

verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

2.9.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

3 De beslissing

De kinderrechter:

3.1.

wijzigt de beschikking van 7 juni 2024 ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en bepaalt dat de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] recht hebben op onbegeleid contact met elkaar iedere vrijdag vanuit school tot 17.00 uur, waarbij de GI de regie voert over de eventuele uitbreiding van de contacten;

3.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

3.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is gegeven door mr. Pellikaan, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »