RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/449666 / FA RK 26-3279
datum uitspraak: 21 juli 2026
beschikking betreffende vervangende toestemming
in de zaak van
[de vrouw] , hierna te noemen: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. E. El-Sharkawi te Den Haag,
tegen
[de man] , hierna te noemen: de man,
wonende aan [woonplaats 2]
.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1 Het procesverloop
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- het op 23 juni 2026 ontvangen verzoek met bijlagen;
- de aangetekende brief van de griffier van de rechtbank van 26 juni 2026 aan de man;
De zaak is behandeld op de zitting, achter gesloten deuren, van 21 juli 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen de advocaat van de vrouw. Tevens was aanwezig een medewerker namens de Raad.
De vrouw is niet verschenen, omdat zij vanwege een intensieve behandeling voor [minderjarige 1] in de buurt van het ziekenhuis moet verblijven. De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
De kinderrechter heeft [minderjarige 2] en [minderjarige 1] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] is echter gestart met een intensieve ziekenhuisbehandeling en zowel hij als [minderjarige 2] verblijven daardoor in (de buurt van) het ziekenhuis.
2 De feiten
Partijen zijn gehuwd geweest. Bij beschikking van deze rechtbank van [datum 1] 2024 is in het huwelijk van partijen de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op [datum 2] 2024 is ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.
Uit het huwelijk van partijen zijn geboren:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] (Syrië) op [geboortedag 1] 2011;- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] (Libanon) op [geboortedag 2] 2014;
- [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedag 3] 2018.
Partijen lijken gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.
Bij beschikking van [datum 1] 2024 heeft deze rechtbank bepaald dat de minderjarigen hun hoofdverblijf hebben bij de vrouw. Verder is bepaald dat de man en de minderjarigen in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar op iedere zaterdag van 10:00 uur tot 20:00 uur, waarbij de man de kinderen bij de vrouw ophaalt en hen daar ook weer terugbrengt.
De vrouw en de man hebben de Nederlandse nationaliteit.
3 De verzoeken
De vrouw verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. De vrouw een gerechtelijke vervangende toestemming te verlenen voor het aanvragen van een nieuw paspoort voor [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] .
2. De vrouw een gerechtelijke vervangende toestemming te verlenen voor het ondertekenen van het inschrijfformulier voor de school van [minderjarige 1] .
3. De vrouw een gerechtelijke vervangende toestemming te verlenen voor het ondertekenen van de medische documenten in verband met een medische behandeling (operatie) van [minderjarige 1] .
4. De vrouw een gerechtelijke vervangende toestemming te verlenen voor het mogen reizen met [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] naar Zwitserland in de zomervakantie 2026 in de periode van 1 tot en met 15 augustus 2026.
4 De standpunten
De advocaat van de vrouw trekt de verzoeken onder 3 en 4 in. [minderjarige 1] wordt niet meer geopereerd, maar hij krijgt radiotherapie. Dat is inmiddels gestart en de arts heeft daarvoor geen toestemming van de man vereist. Daarnaast gaat de vrouw, gelet op de intensieve behandeling van [minderjarige 1] , niet meer op 1 augustus 2026 op vakantie naar Zwitserland met de kinderen.
Verder wijzigt de advocaat de formulering van het verzoek onder 2 in die zin dat het verzoek luidt als volgt: “De vrouw een gerechtelijke vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van [minderjarige 1] op de [school] in [plaats] .
Namens de Raad is ter zitting de rechtbank geadviseerd om de verzoeken van vrouw toe te wijzen.
5 De beoordeling
Internationaal privaatrecht (IPR)
De Nederlandse rechter is bevoegd van het verzoek kennis te nemen aangezien de minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Op dezelfde grond is Nederlands recht van toepassing.
De volgende vraag die voorligt is of er sprake is van een rechtsgeldig huwelijk tussen partijen in Syrië, dat voor erkenning in Nederland in aanmerking komt. De rechtbank beantwoordt die vraag erkennend, gelet op de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van [datum 1] 2024. Immers, geen echtscheiding zonder rechtsgeldig huwelijk dat voor erkenning in Nederland in aanmerking komt.
Vervolgens kan worden vastgesteld dat alle minderjarigen zijn geboren binnen het huwelijk van partijen en rijst de vraag of ouders gezamenlijk gezag hebben over de minderjarigen.
[minderjarige 3] is geboren in Nederland. Gelet op artikel 1:253sa BW hebben de ouders gezamenlijk gezag over [minderjarige 3] vanaf haar geboorte.
`
Voor wat betreft [minderjarige 2] en [minderjarige 1] , beiden geboren buiten Nederland, geldt dat, in het midden latend of op het moment van geboorte gezamenlijk gezag is ontstaan naar buitenlands recht, door hun verhuizing naar Nederland op grond van artikel 16 lid 4 HKBV 1996 het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid van een persoon die deze verantwoordelijkheid niet reeds zou hebben (dit laat de rechtbank in het midden), wordt beheerst door het recht van de Staat van de nieuwe gewone verblijfplaats. Dit betekent dat het Nederlandse recht de situatie vervolgens beheerst wie van rechtswege met het gezag is belast over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] . Op grond van het hiervoor vermelde artikel 1:253sa BW hebben de ouders in ieder geval vanaf het moment van verhuizing naar Nederland, zo zij dat al niet zouden hebben gehad naar buitenlands recht, gezamenlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] .
Het voorgaande betekent dat op het moment van indiening van het verzoek de ouders met het gezamenlijk gezag over [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] zijn belast.
Wettelijk kader vervangende toestemming inschrijving school
In artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat geschillen over het samen uitoefenen van het gezag op verzoek van een ouder aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt dan een beslissing die zij in het belang van het kind vindt.
Wettelijk kader vervangende toestemming verkrijging paspoort
Op grond van artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet wordt bij een aanvraag voor een reisdocument door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Blijkens het tweede lid van voormeld artikel kan, indien bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter. Ingevolge het vijfde lid van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechtbank onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De rechter moet ten aanzien van de gedane verzoeken eerst bekijken of de ouders met elkaar afspraken kunnen maken (artikel 1:253a lid 5 BW). De man is echter niet verschenen op de zitting, waardoor het niet mogelijk is dat partijen nader tot elkaar kunnen komen.
Vervangende toestemming verkrijging van een paspoort
De rechtbank is van oordeel dat het in het belang is van [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] dat zij zich kunnen legitimeren en dat zij met de vrouw op vakantie kunnen naar het buitenland. Het bezit van een paspoort is ook noodzakelijk in situaties die regelmatig kunnen voorkomen, zoals ziekenhuisbezoeken. Dit (onweersproken) verzoek zal daarom worden toegewezen.
Vervangende toestemming inschrijving school
Verder oordeelt de rechtbank dat het in het belang is van [minderjarige 1] dat hij volgend schooljaar onderwijs gaat volgen. De betreffende school en vorm van onderwijs zijn ook passend voor [minderjarige 1] . Dit (onweersproken) verzoek wordt ook toegewezen.
De overige ingetrokken verzoeken zullen worden afgewezen.
De toegewezen beslissingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de beslissingen meteen gelden, ook wanneer daar hoger beroep tegen wordt ingesteld.
Omdat partijen ex-echtgenoten van elkaar zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij haar eigen kosten moet dragen.
6 De beslissing
De rechtbank
verleent toestemming aan de vrouw – die de toestemming van de man vervangt – voor de aanvraag van een paspoort voor de minderjarigen:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] (Syrië) op [geboortedag 1] 2011;- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] (Libanon) op [geboortedag 2] 2014;
- [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedag 3] 2018;
verleent toestemming aan de vrouw – die de toestemming van de man vervangt – voor de inschrijving van [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] (Libanon) op [geboortedag 2] 2014 op het onderwijscentrum [school] in [plaats] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Van de Kraats, kinderrechter en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026, in aanwezigheid van Weterings, als griffier en schriftelijk uitgewerkt op 24 juli 2026.
|
Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. |
||
verzonden op: