ECLI:NL:RBZWB:2026:7982

Datum uitspraak
21-07-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/02/450301 FA RK 26-3610
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenen vervangende toestemming vakantie en paspoort

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/450301 FA RK 26-3610

beschikking d.d. 21 juli 2026

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna: de vrouw,

wonende in [woonplaats 1],

advocaat: mr. R. Wouters in Middelburg ,

tegen

[de man],

hierna: de man,

wonende in [woonplaats 2],

advocaat: mr. A. Sangar in Rotterdam,

over de minderjarige:

- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2025, hierna: [minderjarige].

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1 Het procesverloop

1.1

In het dossier zit het volgende zitten de volgende stukken:

- het op 8 juli 2026 ontvangen verzoek met bijlagen.

1.2

Het verzoek is mondeling behandeld op 20 juli 2026. Bij die behandeling zijn gekomen partijen, met hun advocaten. De man en zijn advocaat waren via een digitale verbinding aanwezig. Ook was een vertegenwoordiger aanwezig namens de Raad.

2 De feiten

2.1

Partijen hebben met elkaar een relatie gehad. Uit deze relatie is [minderjarige] geboren.

2.2.

[minderjarige] verblijft bij de vrouw.

2.3.

Bij vonnis van deze rechtbank d.d. 26 mei 2026 heeft de rechtbank een zorgregeling bepaald. Voorts zijn partijen verwezen naar het Uniform Hulpaanbod.

3 De verzoeken

3.1

De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat door de rechtbank (vervangende) toestemming wordt verleend – ter vervanging van de toestemming van de man - aan moeder:

a. om met [minderjarige] naar Spanje te reizen in de periode van 27 juli 2026 tot en met 8 augustus 2026;

alsmede

voor de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart en/of Nederlandse paspoort voor [minderjarige].

3.2.

Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover relevant voor de beoordeling, ingegaan.

4 De beoordeling

Erkenning en gezamenlijk gezag

4.1.

Tussen partijen staat vast en uit de door de rechtbank geraadpleegde Basisregistratie Personen (BRP) blijkt dat de man de juridisch vader van [minderjarige] is. De rechtbank gaat er derhalve vanuit dat de man [minderjarige] erkend heeft.

4.2.

Tussen partijen staat vast dat partijen gezamenlijk gezag over [minderjarige] hebben. Nu uit het door de door de griffie geraadpleegde gezagsregister blijkt dat [minderjarige] daar niet in voor komt, gaat de rechtbank daar, mede op basis van het vorenstaande, van uit.

Wettelijk kader vervangende toestemming vakantie

4.3.

In artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat als ouders, die samen het gezag hebben over een kind, het niet eens kunnen worden over een beslissing over het kind, zij de rechtbank kunnen vragen die beslissing te nemen. De rechter moet dan een beslissing nemen die zij het meest in het belang van het kind vindt. Dat betekent niet dat de rechter alleen maar rekening houdt met het belang van het kind. De rechter moet alle omstandigheden mee laten wegen en dat kan betekenen dat andere belangen zwaarder wegen dan het belang van het kind (Hoge Raad, 25 april 2008, LJN: BC5901).

Wettelijk kader vervangende toestemming reisdocument

4.4.

Op grond van artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet wordt bij een aanvraag voor een Nederlands reisdocument door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Blijkens het tweede lid van voormeld artikel kan, indien bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Ingevolge het vijfde lid van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechtbank onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Inhoudelijke beoordeling

4.5.

De vrouw stelt ter onderbouwing van haar verzoeken dat de man zonder geldige reden toestemming weigert te geven voor de vakantie van de vrouw alsook het aanvragen van een reisdocument. Volgens de vrouw was de man reeds in december jl., toen partijen nog een relatie hadden, op de hoogte van de vakantie samen met haar familie. De man heeft destijds immers aangegeven niet mee te willen gaan, maar het wel prima te vinden als zij met [minderjarige] mee zou gaan. Voorts stelt de vrouw ter compensatie van het omgangsmoment dat de man mist door de reis een alternatief contactmoment voor, te weten de zondag na terugkomst van vakantie, in plaats van de zaterdag. Hierdoor zou de man door de vakantie maar één contactmoment missen.

4.6.

De man betwist allereerst dat de vakantie al een onderwerp van gesprek is geweest tijdens de relatie van partijen. De man was niet op de hoogte van de vakantie tot een aantal weken geleden. De man heeft geen bezwaar tegen de vakantie als zodanig. Zijn bezwaar richt zich uitsluitend tegen de wijze waarop de vrouw heeft gehandeld en het moment waarop de vakantie is gepland. Partijen zijn allebei belast met het ouderlijk gezag. Belangrijke beslissingen dienen aldus in onderling overleg te worden genomen. Dat is niet gebeurd. De contactmomenten zijn recent van start gegaan. De man vindt dat de fase van contactopbouw ononderbroken moet worden uitgevoerd. Ten aanzien van het reisdocument stelt de man dat hij heeft gepoogd zijn toestemming te geven, maar dat dit om administratieve redenen niet is gelukt.

4.7.

De Raad adviseert ouders overleg met elkaar te zoeken over zaken die [minderjarige] aangaan, om procedures en spanningen te voorkomen. De Raad ziet geen reden waarom de moeder niet met [minderjarige] en haar familie op vakantie zou kunnen gaan of een reisdocument aan te vragen. De vrouw heeft een compensatiemoment voorgesteld en de vakantie is in het belang van [minderjarige].

4.8.

De rechtbank oordeelt als volgt. De rechtbank heeft getracht een vergelijk tussen partijen te beproeven. De man heeft veel bezwaren geuit over de gang van zaken. Hij is het niet eens met de wijze waarop de vrouw toestemming heeft gevraagd voor de vakantie en het reisdocument. De rechtbank stelt vast dat het uitgangspunt bij gezamenlijk gezag is dat partijen overleggen over zaken die de minderjarige aangaan. De vrouw stelt dit op tijd te hebben gedaan, hetgeen door de man wordt betwist. De rechtbank kan niet vaststellen hoe dit precies is gelopen. Wat daar ook van zij, door de man zijn verder geen inhoudelijke bewaren naar voren gebracht ten aanzien van de voorliggende verzoeken. Met de Raad acht de rechtbank het ook in het belang van [minderjarige] om met de vrouw en haar familie op vakantie kunnen gaan alsook om een reisdocument aan te vragen. De verzoeken van de vrouw zullen daarom op onderstaande wijze worden toegewezen.

4.9.

Door de vrouw is een alternatief contactmoment aangeboden, te weten de zondag na terugkomst, in plaats van de zaterdag. De man heeft desgevraagd niet duidelijk aangegeven of hij wel of niet gebruik wil maken van dit aanbod. De rechtbank geeft partijen in overweging dit nog nader af te stemmen.

4.10.

De rechtbank zal deze beslissing in het belang van [minderjarige] uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dit betekent dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep uitgevoerd kan worden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verleent aan de vrouw – ter vervanging van de toestemming van de man – toestemming om in de periode van 27 juli 2026 tot en met 8 augustus 2026 af te reizen naar Spanje met de [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2025;

5.2.

verleent aan de vrouw – ter vervanging van de toestemming van de man – toestemming voor het aanvragen en verkrijgen van een Nederlandse identiteitskaart en/of Nederlandse paspoort voor de minderjarige [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2025;

5.3.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Hendriks, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 in aanwezigheid van mr. Oude Weernink, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »