RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/446163 FA RK 26-1399
Datum uitspraak: 21 juli 2026
beschikking betreffende benoeming van een bijzondere curator
in de zaak van
[de man] , hierna te noemen: de man,
wonende te [woonplaats] , Italië,
advocaat: mr. E. El-Sharkawi te ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbenden in onderhavige zaak worden aangemerkt:
de minderjarige
[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2022, hierna te noemen: [minderjarige] en
[de moeder] , hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.J.W. van Kesteren te Zoetermeer,
1. Het procesverloop
1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- het op 12 maart 2026 ontvangen verzoek met bijlagen;
- de brieven van mr. El-Sharkawi van 30 maart 2026, 7 april 2026, 21 april 2026, 7 mei 2026, 18 mei 2026 en 3 juni 2026 met bijlagen;
- de brief van mr. Van Kesteren van 6 juli 2026.
2 Het verzoek
De man verzoekt:
I. vervangende toestemming aan de man te verlenen om [minderjarige] als zijn dochter te erkenning;
subsidiair
II. benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige] in verband met zijn verzoek tot
vervangende toestemming voor de erkenning van [minderjarige] .
3 De beoordeling
De man beschikt over de Egyptische nationaliteit. De moeder en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit.
Nu de moeder en [minderjarige] hun gewone verblijfplaats hebben in Nederland, is de Nederlandse rechtbank bevoegd van het verzoek kennis te nemen.
Toepasselijk recht benoeming bijzondere curator
De rechtbank overweegt dat het toepasselijk recht op het afstammingsverzoek zal worden beoordeeld bij de inhoudelijke beoordeling van dat verzoek. Wel overweegt de rechtbank in deze fase van de procedure ten aanzien van het toepasselijke recht van een benoeming van een bijzondere curator als volgt.
Artikel 10:3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat op de wijze van procederen ten overstaan van de Nederlandse rechter het Nederlandse recht van toepassing is. De benoeming van een bijzondere curator op grond van artikel 1:212 BW is een procesrechtelijke handeling. Hierop is dus het Nederlandse recht van toepassing.
Omdat deze procedure betrekking heeft op de afstamming van [minderjarige] moet zij op grond van artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden vertegenwoordigd door een bijzondere curator. Mr. D.R.M. de Vos, advocaat, kantoorhoudende aan de Zuidzijde Haven 39a, 4611 HC Bergen op Zoom , is bereid als zodanig op te treden. De rechtbank zal haar in die hoedanigheid benoemen.
De bijzondere curator dient binnen acht weken na heden de rechtbank schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen.
Dit brengt mee dat nu als volgt wordt beslist. Daarbij behoudt de rechtbank zich iedere verdere beslissing voor.
4 De beslissing
De rechtbank:
benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2022, mr. D.R.M. de Vos, advocaat te Bergen op Zoom;
verzoekt de bijzondere curator binnen acht weken na de datum van deze beschikking schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen;
houdt de verdere behandeling van het verzoek aan tot 15 september 2026 PRO FORMA, in afwachting van het verslag van de bijzondere curator;
bepaalt dat de mondelinge behandeling van het verzoek, met gesloten deuren, zal plaatsvinden op [datum] 2026 om [uur] (rechter: mr. A.R. van Triest), in het gerechtsgebouw aan de Stationslaan 10 te Breda;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproep voor de mondelinge behandeling voor de man en zijn advocaat, de moeder en haar advocaat, alsmede de bijzondere curator;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van Derwort, griffier.
Tegen deze tussenbeslissing staat geen hoger beroep open.