beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/414557 / FA RK 23-4649
Datum uitspraak: 21 juli 2026
Nadere beschikking betreffende gezag, hoofdverblijf en omgang
in de zaak van
[de man],
hierna: de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. I.H.T.J. Anthonise-Gieling te Goes,
tegen
[de vrouw],
hierna: de vrouw,
wonende in [woonplaats],
advocaat voorheen: mr. N. Wouters te Middelburg,
over de minderjarige:
- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1 Het verdere procesverloop
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- de beschikking van 24 oktober 2025 en de daarin vermelde stukken;
- het op 19 maart 2026 ingekomen rapport van de Raad d.d. 12 maart 2026;
- het F9-formulier van mr. Anthonise-Gieling d.d. 21 mei 2026 met bijlage;
- het emailbericht van mr. Anthonise-Gieling d.d. 27 mei 2026.
2 De verdere beoordeling
De rechtbank verwijst naar haar eerder in deze procedure gegeven beschikking van 24 oktober 2025. Ter beoordeling lagen nog voor de verzoeken van de man met betrekking tot het gezag, hoofdverblijf en vaststellen van een omgangsregeling. Middels deze beschikking is de Raad verzocht om een nader onderzoek in te stellen naar de verzoeken van de man met betrekking tot het gezag over [minderjarige] en haar hoofdverblijfplaats. De rechtbank heeft in afwachting van de uitkomst van het raadsonderzoek iedere verdere beslissing aangehouden.
Op 19 maart 2026 heeft de rechtbank het rapport en bijbehorend advies van de Raad ontvangen. Kort samengevat adviseert de Raad om de verzoeken van de man met betrekking tot gezag en hoofdverblijfplaats, af te wijzen.
Mr. Anthonise-Gieling heeft namens de man bij F9-formulier van 21 mei 2026 gereageerd op de bevindingen van de Raad. Zij geeft aan dat de man zich zal conformeren aan de door de Raad gegeven adviezen. Om die reden worden de nog openstaande verzoeken namens de man ingetrokken. De man wil daarbij nadrukkelijk aangeven dat hij nog steeds contact heeft met [minderjarige] en dit contact ook zal blijven voortzetten.
Op verzoek van de griffier van deze rechtbank heeft mr. Anthonise-Gieling bij e-mailbericht van 27 mei 2026 bevestigd dat de man al zijn verzoeken intrekt, dus ook zijn verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling.
Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de man niet langer zijn verzoeken ten aanzien van het gezag, het hoofdverblijf en de omgang handhaaft en dat hij deze daarom intrekt. Dit betekent dat de verzoeken niet langer ter beoordeling en beslissing aan de rechtbank voorliggen. De verzoeken van de man zullen daarom worden afgewezen.
3 De beslissing
De rechtbank
wijst de verzoeken van de man ten aanzien van het gezag, het hoofdverblijf en de omgang af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 in tegenwoordigheid van Bakker-Maljers, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
-
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
-
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.