RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11886221 \ CV EXPL 25-4574
Vonnis van 19 augustus 2026
in de zaak van
BLACKSTONE SHIPPING NETHERLANDS B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Blackstone,
gemachtigde: mr. F.M. Vaarten,
tegen
MD OUTLET B.V.,
te Tilburg,
gedaagde partij,
hierna te noemen: MD Outlet,
procederend in persoon.
1 De zaak in het kort
Partijen hebben een overeenkomst met elkaar gesloten waarbij Blackstone diensten zou verrichten voor MD Outlet. Blackstone heeft MD Outlet vervolgens facturen gestuurd voor de uitgevoerde werkzaamheden. MD Outlet heeft één van deze facturen niet betaald. In deze procedure vordert Blackstone betaling van die factuur. De kantonrechter wijst de vordering toe. Hieronder legt hij uit waarom.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van Blackstone van 16 september 2025,- de conclusie van antwoord van MD Outlet van 22 september 2025,
- de rolbeslissing van 8 oktober 2025,
- de aanvullende conclusie van antwoord van MD Outlet van 2 november 2025,- de conclusie van repliek van Blackstone van 30 december 2025,- de conclusie van dupliek van MD Outlet van 3 februari 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3 De feiten
Partijen hebben een overeenkomst gesloten waarbij Blackstone zich heeft verplicht om voor MD Outlet goederen te vervoeren en de formaliteiten te verzorgen voor de invoer van deze goederen.
Op 25 oktober 2024 heeft Blackstone aan MD Outlet een factuur van € 20.702,90 gestuurd voor het vervoeren van de goederen. Deze factuur is door MD Outlet op 28 oktober 2024 betaald.
Op 28 oktober 2024 heeft Blackstone vervolgens ook de factuur gestuurd voor het verzorgen van de invoer van de goederen. De hoogte van de factuur bedroeg € 9.343,02. MD Outlet heeft deze factuur, ondanks herhaaldelijke verzoeken, niet betaald.
4 Het geschil
Blackstone vordert - samengevat - veroordeling van MD Outlet tot betaling van € 9.343,02, vermeerderd met rente en kosten. Blackstone legt aan haar vordering ten grondslag dat partijen een overeenkomst hebben gesloten en dat MD Outlet tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting uit deze overeenkomst. MD Outlet heeft, ondanks verzoeken daartoe, nagelaten om de factuur van 28 oktober 2024 te betalen. Blackstone vordert daarom in deze procedure betaling van deze factuur.
MD Outlet voert verweer. In het verleden werd MD Outlet vertegenwoordigd door zowel de heer [persoon 1] als mevrouw [persoon 2] . Mevrouw [persoon 2] is degene geweest die de overeenkomst met Blackstone heeft gesloten. Inmiddels zou zij zich hebben laten uitschrijven en heeft zij al het geld van de rekeningen van MD Outlet gehaald. De heer [persoon 1] zou niets te maken hebben gehad met het contract en de vordering zou onterecht naar hem worden toegeschoven.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5 De beoordeling
MD Outlet moet de factuur betalen
De kantonrechter stelt vast dat MD Outlet zowel het bestaan van de overeenkomst als het bestaan van de vordering en de hoogte daarvan niet betwist. De heer [persoon 1] voert namens MD Outlet slechts aan dat mevrouw [persoon 2] de overeenkomst heeft gesloten. De vordering zou volgens hem daarom aan haar moeten worden toegerekend. Dit verweer baat MD Outlet echter niet. MD Outlet heeft niet aangevoerd dat mevrouw [persoon 2] niet bevoegd was om de overeenkomst namens MD Outlet te sluiten. Zij heeft daarentegen juist erkend dat mevrouw [persoon 2] vroeger namens MD Outlet bevoegd was. Hierdoor is MD Outlet aan de overeenkomst gebonden. Nu MD Outlet de partij is waarmee Blackstone de overeenkomst heeft gesloten, is MD Outlet verantwoordelijk voor de nakoming daarvan. Nu de overeenkomst zelf en de vordering door MD Outlet niet worden betwist, zal de vordering van Blackstone worden toegewezen.
MD Outlet moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Blackstone heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Blackstone heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 842,15 worden toegewezen.
MD Outlet moet wettelijke handelsrente betalen
Ten aanzien van de door Blackstone gevorderde (verschenen) wettelijke handelsrente over de hoofdsom is geen afzonderlijk verweer gevoerd en deze zal dan ook als onbetwist en op de wet gegrond worden toegewezen, zoals hierna in de beslissing vermeld.
MD Outlet moet de proceskosten betalen
MD Outlet is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Blackstone worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
122,35 |
|
|
- griffierecht |
€ |
543,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
864,00 |
(2 punten × € 432,00) |
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.673,35 |
6 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt MD Outlet om aan Blackstone te betalen een bedrag van € 9.343,02, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt MD Outlet om aan Blackstone te betalen een bedrag van € 842,15 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt MD Outlet in de proceskosten van € 1.673,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als MD Outlet niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026. |
||